De stille pracht van graven

De Hongaarse rabbijn-historicus-bibliograaf Moritz Kayserlang noemde David Henriques de Castro's in 1883 uitgegeven studie over de Portugees-Joodse begraafplaats `Beth Haim' (Huis des Levens) te Ouderkerk meteen `ein Prachtwerk'.

Naar vorm en inhoud is de Keur van grafstenen al even curieus als zijn samensteller: de Amsterdamse Sefardi David Henriques de Castro. Zijn voorouders hadden zich begin achttiende eeuw in Amsterdam gevestigd en behoorden tot de laatste vermogende schijn-christenen die van het Iberisch schiereilend naar Nederland waren uigtweken om er als jood te leven. De familie maakte deel uit van de kleine toplaag van Amsterdamse Sefardim, die hun niet geringe fortuin in stand hielden, mede doordat zij bij voorkeur onder elkaar trouwden. Dankzij flinke erfenissen en een dito bruidsschat, hoefde David - wiens gezondheid te wensen overliet - nooit de kost te verdienen voor vrouw en kinderen. Hij kon zich helemaal aan zijn liefhebberijen wijden: het aanleggen van een unieke verzameling boeken, kunstwerken en historische documenten en het bestuderen van de geschiedenis van de Portugees-joodse gemeenschap van Amsterdam. De vorig jaar in het Joods Historisch Museum ingerichte tentoonstelling van een deel van Henriques de Castros collectie, gaf al een aardig beeld van de talloze kostbaarheden waarvoor hij een plaats vond in zijn kapitale woning aan de Nieuwe Herengracht.

Kern van de uitgave van 1883 (door Brill in Leiden) is de uitvoerige beschrijving in Nederlands en Duits van ruim dertig grafstenen. Zij ontlenen hun belang aan de historische betekenis van de begraven personen, of aan de vaak met grote kunstzin op de marmeren zerken aangebrachte allegorische voorstellingen. De tweede categorie gaat vergezeld van foto's van zerken, die De Castro om ze zo duidelijk mogelijk in beeld te krijgen, eerst rechtop liet plaatsen. De Hebreeuwse, Portugese, Spaanse en Latijnse teksten (waaronder naast gewone grafschriften nogal wat ingenieuze gelegenheidsgedichten) geeft De Castro weer in de oorsponkelijke taal en in Nederlandse en Duitse vertaling. Bovendien verklaart hij de teksten en de voorstellingen. Ook laat hij zijn commentaren vergezeld gaan van grondig gedocumenteerde biografische notities. In de recente, fotografische uitgave van de Keur van grafstenen nam de redactie bovendien een zestal beschrijvingen met foto's op van zerken van figuren die voor de Portugees-joodse gemeenschap belangrijk zijn geweest. Over hen had De Castro al in 1867 en 1868 gepubliceerd in het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Daaronder bevinden zich de zerken van illustere figuren als de rabbijn-drukker Menasseh ben Israel, Spinoza's leermeester Saul Levi Morteira en Eliau Montalto: de beroemde lijfarts van Maria de Medici.

De uiterst degelijke amateurarcheolooghistoricus De Castro voorzag zijn `Keur' bij wijze van inleiding ook nog eens van een lezenswaardige geschiedenis van het oudste deel van de begraafplaats Beth Haim en verder van een groot aantal belangwekkende bijlagen. Daaronder bevindt zich een Nederlandse vertaling van het begrafenisregister van de gemeente Newé-Sjalom over de jaren 1616 tot 1630. Verder voorzag hij de toch al tweetalige `Keur' nog van een aparte Engelse vertaling, die dus ook deel uitmaakt van de fotografische herdruk. De herdruk is up-to-date gemaakt door een selectieve bibliografie van Sefardische begraafplaatsen in en buiten Nederland en door Julie-Marthe Cohens inleiding `De onderste steen boven', waarin zij een beeld schetst van het door Henriques de Castro verrichte onderzoek op Beth Haim. Schrijfsters bevindingen wijken enigszins af van de zijne. Het leeuwendeel van zijn titanenarbeid blijft echter volgens haar overeind staan. De `Keur' bevat slechts een fractie van de door Henriques de Castro bloot gelegde grafstenen. In totaal heeft hij in Ouderkerk vanaf begin jaren zestig van de negentiende eeuw liefst 6000 graven in kaart gebracht. De overgrote meerderheid was bij de aanvang van het onderzoek met aarde bedekt. Na de beschrijving heeft Henriques de Castro ze met uitzondering van enige belangwekkende exemplaren weer teruggelegd en opnieuw met aarde bedekt. Overigens zijn er vanaf 1614, toen de eerste dode er zijn rustplaats vond, tot nu toe 27000 Sefardische joden begraven. Met het localiseren, beschrijven en indien nodig restaureren van de nog niet door Henriques de Castro in kaart gebrachte grafstenen houdt zich de in 1963 opgerichte `Stichting tot Instandhouding en Onderhoud van Historische Joodse Begraafplaatsen in Nederland' bezig. Het is ook deze stichting die het initiatief nam tot deze schitterende heruitgave van dit `Prachtwerk'.

D. Henriques de Castro Mzn: Keur van grafstenen op de Portugees-Israëlietische begraafplaats te Ouderkerk aan de Amstel. St. tot Instandhouding en Onderhoud van Historische Joodse Begraafplaatsen in Nederland, Ouderkerk a/d Amstel, 125 blz. ƒ140,–