De Bijlmer is geen melting pot

Cultuur is in de Bijlmer vooral in buurthuizen te vinden. En daar willen de makers uit. Het beleid van staatssecretaris Van der Ploeg wordt in Amsterdam Zuidoost al in praktijk gebracht.

De grofgebekte Amsterdamse taxichauffeur is een van de betere typetjes van de Surinaamse acteur Frank Wijdenbosch. Een tijdje geleden zag hij allemaal dikke Surinaamse vrouwen protesteren tegen president `Bosje' in Paramaribo. `Honger!' stond er op hun spandoeken. Daar snapte de taxichauffeur niets van. Hoe kunnen zulke dikke vrouwen nou honger hebben?

De zelfspot doet het goed in de uitverkochte zaal van buurtcentrum Holendrecht in Amsterdam Zuidoost. Het stadsdeel bestaat uit de wijken Bijlmermeer en Gaasperdam, de roepnaam is Bijlmer. Het overwegend Surinaamse publiek vermaakt zich uitstekend bij het gemoedelijke cabaret van Wijdenbosch. Dat is geheel de verdienste van de artiest, want de omgeving is weinig opwekkend. Buurtcentrum Holendrecht bestaat vooral uit beton. Buiten hangen jongeren rond op een leeg winkelplein. Binnen zijn de technische faciliteiten minimaal, de stoelen ongemakkelijk, en proberen de gordijnen vergeefs het daglicht te weren. De sfeer van een schoolvoorstelling in de gymzaal.

Cultuur in de Bijlmer. Wie het breed ziet, denkt aan Ghanese kerkdiensten in schoolgebouwen, lokale radiostations met muziek van Ecuador tot Pakistan en Surinaamse feesten in afgehuurde zaaltjes. En aan het zomerfestival Kwakoe, dat verspreid over een aantal weekenden 600.000 bezoekers lokt met voornamelijk voetbal en voedsel. Wie cultuur zoekt in de engere zin, stuit op tekorten, dilemma's, idealen. Op grootse plannen, die het aanzien van de Bijlmer moeten veranderen: mega-bioscoop, concertzaal, winkelcentra. Voorlopig is het echter een kwestie van kleinschalige, armlastige initiatieven. Aan aanbod en enthousiasme geen gebrek, maar faciliteiten zijn er niet. Een fatsoenlijke theaterzaal met professionele technici is er niet voor de 85.000 inwoners van Zuidoost.

U vraagt, wij draaien

Meer aandacht voor de vraagzijde, zo luidt de belangrijkste aanbeveling van staatssecretaris Van der Ploeg voor de culturele sector. Kijk naar wat het publiek wil. In de Bijlmer doen ze al jaren niet anders.

Niet ver van het beeld De Kus van Jeroen Henneman, enigszins verstopt in kantoorburelen aan de drukke Bijlmerdreef, huist Artoteek Zuidoost/Het Nieuwe Podium. Bij de stadsdeelraad ligt een voorstel om de naam te wijzigen in Centrum voor Beeldende Kunst Bijlmer. Dat dekt de lading beter, vindt directeur Annet Zondervan. Naast de kunstuitleen initieert de artoteek namelijk ook projecten op scholen, tentoonstellingen en kunst in de openbare ruimte.

Annet Zondervan vindt `vraaggericht werken geen probleem'. Bij het geplande project `U vraagt, wij draaien' krijgen de gebruikers van de artoteek zeggenschap over het aankoopbeleid. Om te voorkomen dat de ironisch bedoelde titel teveel werkelijkheid wordt, kiezen de abonnee's uit een ruime voorselectie. De voordelen: meer betrokkenheid van de gebruikers bij de collectie, relativering van de westerse smaak. `Intercultureel collectioneren' heet het en in de museumwereld wordt er al driftig over gecongresseerd.

Bij een ander project treden middelbare scholieren op als gastconservatoren. Na enkele lessen en atelierbezoek kopen jongeren voor vijfduizend gulden werk van vooraf geselecteerde kunstenaars en richten ze er een tentoonstelling in de artoteek mee in. Ook al lijken haar activiteiten niet te voorzien in een authentieke behoefte, van opdringen is volgens Zondervan geen sprake. ,,We kunnen alleen maar iets aanbieden. Behoefte aan kunst is een kip en ei-kwestie. Als je niet weet wat er is, bijvoorbeeld een taal als schilderen, zul je dat nooit willen ontwikkelen.''

Kunst en welzijn liggen dicht bij elkaar in de Bijlmer. Elk project, elke voorstelling lijkt te zijn opgetuigd met emancipatoire bijbedoelingen. Kunst dient om de sociale samenhang te bevorderen, of om het zelfbewustzijn van de doelgroep te vergroten. Kinderen, jongeren en vrouwen zijn de doelgroepen, empowerment - vrij vertaald: emancipatie - is het toverwoord. Mannen en ouderen laten zich kennelijk nergens bij betrekken of, nog treuriger, er valt geen eer aan ze te behalen. Annet Zondervan praat veel over educatie en participatie, kunst is voor haar ,,eerder middel dan doel''. Dat is geheel in de geest van Van der Ploeg, die pleit voor meer deelname aan cultuur door jongeren en allochtonen.

Theatermakers uit het centrum van Amsterdam stuiten in de Bijlmer op wantrouwen, vertelt Nan van Houte. Vanwege de verbouwing van `haar' theater Frascati is ze met haar medewerkers voor acht maanden naar Zuidoost verhuisd. Van Houte vindt het wantrouwen begrijpelijk. Het wekt afgunst dat het rijke theater uit het centrum zomaar vier technici kan laten overkomen, en het is wrang dat `Nes in de Bijlmer' veel meer publiciteit trekt dan de bestaande instellingen. Dus moet Van Houte steeds opnieuw uitleggen dat het haar niet gaat om politieke correctheid, binnenslepen van subsidiegelden, of het wegkapen van allochtoon talent. Onder de vlag van Nes in de Bijlmer worden dit voorjaar een aantal voorstellingen gemaakt, veelal met amateurs.

Afgedankte garage

Romeo is Surinaams, heet eigenlijk Melvin en woont op de Bilderdijkstraat in Oud-West. Zijn Julia is de frêle Portugese Maria, zij woont aan de Erasmusgracht in Bos en Lommer. Samen met nog zo'n vijftien andere jongeren uit heel Amsterdam repeteren ze twee avonden in de week in basisschool De Meent in Gein. Onder regie van John Leerdam en Aad Spee werken ze aan Romeo en Juliette, een voorstelling die in juni te zien zal zijn in parkeergarage Fleerde. Meteen daarna wordt de afgedankte garage gesloopt, zoals zoveel gebouwen in de Bijlmer. De voorstelling speelt zich af in een aangepast decor: de kennismaking tussen Romeo en Juliette vindt plaats tijdens Kwakoe, waar de famile Madaro uit Amstelveen sierlijke salsa danst, en de familie Coropina uit Gliphoeve zich uitleeft in ordinaire billendans (bubbling).

Al bij de tweede repetitie-avond lijkt de groep opmerkelijk saamhorig. Het aanvankelijke gegiechel maakt plaats voor gehijg als de dansdocente het tempo geleidelijk opvoert. De branieschopper die klaagt dat het dansje wel erg op vrouwen gericht is, wordt de mond gesnoerd. Na het dansen wil de componist horen hoe het staat met de zangkwaliteiten. Achter de piano zoekt hij naar een liedje dat iedereen kent. Hij probeert iets Surinaams, maar zelfs de Surinaamse jongeren kennen het niet. De gemene deler wordt gevonden in het liedje `We are the world'.

Romeo en Juliette is een coproduktie van Theater Cosmic en Nes in de Bijlmer. Nan van Houte bevestigt dat zo'n jongerenvoorstelling zonder hun bemoeienis vermoedelijk niet zou worden gemaakt. ,,Een avondvullende voorstelling is niet iets wat hier natuurlijk ontstaat. Er worden heel veel cursussen gegeven, maar men werkt zelden naar een productie toe.'' Toch wil ze haar ideeën over theater niet opdringen. ,,We werken op basis van wat mensen willen. We werpen iets op en kijken hoe dat valt. Wat wij bieden is een mogelijkheid om kennis te maken met theater. De inhoud bestaat, maar de vorm komt van ons. Bij streetdance, wat hier heel populair is, gaat het vooral om vaardigheden. Onze activiteiten doen vooral een beroep op verbeelding en creativiteit.''

Wie in de Bijlmer iets cultureels van plan is, zoekt samenwerking met een `zelforganisatie', een van de talloze clubs voor mensen met een bepaalde leeftijd of nationaliteit, met een bepaald geslacht of geloof. Doe je iets voor Ghanese vrouwen, dan haal je Stichting Sempe erbij; doe je iets voor Antilliaanse jongeren, dan bel je met Mi Oso Es Mi Cas. Het aanbod wordt aangepast aan het publiek en het publiek blijft gescheiden.

,,De Bijlmer is geen melting pot'', zegt Ernestine Comvalius. ,,Je moet accepteren dat je met bepaalde activiteiten alleen een bepaalde groep bereikt. Kunstmatig streven naar integratie heeft geen zin.'' Comvalius is manager van Krater, de instelling die muziek-, theater- en dansvoorstellingen programmeert in de buurthuizen Holendrecht en Ganzenhoef. Elke woensdagmiddag is er jeugdtheater, jaarlijks worden er verschillende festivals georganiseerd, basisscholen kunnen intekenen op kunsteducatieve projecten.

Experimenteren met `moeilijke' voorstellingen doet Krater met mate. ,,Surinamers en Antillianen zijn wel degelijk gewend om naar het theater te gaan, maar men gaat alleen naar wat men kent.'' Een relatief slecht bezochte solo van de Amerikaanse actrice Nadine Lavern over Marvin Gaye, een `centrumvoorstelling', wordt gecompenseerd met een volle zaal bij de vrolijke kaseko-muziek van Fra Fra Sound. Comvalius heeft het lachend over haar `missie' om het culturele klimaat te verbeteren, maar belangrijk is vooral dat ,,mensen zich uitgenodigd moeten voelen'' om aan cultuur deel te nemen. ,,In je vrije tijd moet je in staat zijn om te dromen, te genieten.''

De droom van Van der Ploeg is de vrees van Paul Scheffer. De publicist die waarschuwt voor falende integratie is vermoedelijk minder gecharmeerd van het culturele aanbod in de Bijlmer: de veelheid aan allochtone culturen wordt gerespecteerd en bevestigd, Nederland speelt een marginale rol.

Nederland is de (voormalige) kolonisator met een schuldgevoel. Bijvoorbeeld bij de debating-club, waar de emoties hoog oplopen als het gaat om de noodzaak van een slavernij-monument en de wenselijkheid van een schuldbekentenis van Nederland aan Suriname en de Antillen, al dan niet vergezeld van schadevergoeding. Of bij het door Krater georganiseerde `interculturele kinderfestival' Al Farabi in activiteitencentrum Ganzenhoef. Weer een afgeladen sportzaal, weer een uitgelaten publiek. Tussen een Surinaamse vertelvoorstelling en Hindoestaanse meisjes met Noord-Indiase dans door rapt een swingende moeder met haar twee drummende zoontjes over Westafrikaanse ritmes:

En toen was daar de slavernij

Dat was een grote klap voor onze

maatschappij

Onze voorouders werden wegge-

voerd overzee

Maar gelukkig namen zij hun ritmes

mee.

Ernestine Comvalius wil meer afstand nemen van Buurtwerk Zuidoost, de overkoepelende welzijnsorganisatie waar Krater deel van uitmaakt. ,,Ik wil van dat logo af. Formeel-juridisch zijn we gekoppeld, maar we onderzoeken hoe onafhankelijk we kunnen worden. We willen professioneel gaan werken, we zijn het buurthuistheater ontgroeid. Kunst moet autonoom worden gepresenteerd, we zijn geen welzijnswerkers.''

Witte kant

Over een paar jaar is alles anders. Dan is het gedaan met het buurthuistheater. Dan heeft Zuidoost eindelijk een eigen theater. Want het moet raar lopen als niet één van de plannen voor culturele nieuwbouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Alle plannen streven naar vestiging in het gebied rondom station Bijlmer, waar vooral de westzijde van het spoor (`de witte kant', de kant van de ArenA) de komende jaren een stormachtige ontwikkeling zal doormaken.

Het plan met de meest kans op realisering is, ondanks de naam, het Beeldverzamelgebouw, centrum voor Identiteit, Cultuur en Migratie. Mira Kho, voormalig directeur van Artoteek Zuidoost, is de drijvende kracht achter het centrum voor verbeelding van de migratiegeschiedenis, met ruimte voor een theater en een tv-studio. Subsidie-aanvragen voor de komende Cultuurnota zijn ingediend bij zowel de gemeente Amsterdam als OCenW, het stadsdeel heeft de eigen plannen voor een Centrum voor Podiumkunsten ingeruild voor steun aan het Beeldverzamelgebouw. Eind 2003 zou het gebouw er kunnen staan.

`The Cosmic Paradiso Centre for the Arts' is een initiatief van Theater Cosmic en popcentrum Paradiso voor een multifunctioneel centrum: podium, productiehuis, community centre en discussieplatform. De goedkope variant van de Cosmic Paradiso is twee keer zo duur als het Beeldverzamelgebouw, er is nog geen subsidie aangevraagd. Mojo bouwt naast de net geopende Pathé bioscoop een concertzaal voor 5.000 bezoekers, er ligt een plan voor een operahuis met 2.000 zitplaatsen. Cultuur in de Bijlmer springt van welzijn naar commercie, van buurthuis Holendrecht naar de grootste bioscoop van Nederland. Hooggestemd idealisme voor de buurtbewoners aan de ene kant, grootschalig amusement voor heel Amsterdam aan de andere kant. Iets daartussenin ontbreekt vooralsnog.

Alle grote cultuurplannen zijn voor de `witte kant'

van de Bijlmer

    • Mark Duursma