Blijvend ontgoocheld

Vier romans, een verhalenbundel en een handvol essays over een idyllische wereld die sinds 1945 niet meer bestaat. Dat is het kleine maar indrukwekkende oeuvre van de Italiaans-joodse schrijver Giorgio Bassani, die gisteren op 84-jarige leeftijd overleed. Bassani was de chroniqueur van het leven in Ferrara, eeuwenlang een belangrijk centrum van joodse cultuur in Noord-Italië. De hoofdpersonen in zijn boeken zijn veelal geassimileerde joden uit de hogere burgerij van die stad en lijken daarin sterk op de schrijver. Behalve hun afkomst is er weinig dat op hun jodendom wijst. Totdat de fascistische partij in 1938 onder druk van de nazi's de rassenwetten afkondigt en de joden terugdrijft in het getto. Het is wat Bassani zelf heeft ervaren. Van de ene dag op de andere werd hij uit het paradijs getild. Hij mocht niet meer naar de openbare bibliotheek, moest zijn verloving met een katholiek meisje verbreken en werd geroyeerd als lid van de tennisclub. Volgens de schrijver Pietro Citati, een goede vriend van Bassani, opende zich door die ontgoocheling ,,een wond die nooit meer is genezen''. De psychologische drama's als gevolg van die geleidelijke uitstoting, vormen de basis van zijn werk.

Bassani's belangrijkste boek is de roman De tuin van de Finzi-Contini's (1962), een onbetwist meesterwerk (verfilmd door Vittorio de Sica), dat hem de Premio Viareggio en internationale faam opleverde. Het is het verhaal van een rijke joodse familie, die op een landgoed woont waar de fascistische onderdrukking ver weg lijkt. De joodse verteller, een vriend van de zoon van professor Finzi-Contini, ontsnapt in dit `paradijs' aan de verstikkende eenzaamheid waarin hij sinds de invoering van de rassenwetten verkeert. Ook wordt hij verliefd op de dochter des huizes, Micòl, die slechts in het heden en verleden wil leven omdat de toekomst haar niets te bieden heeft. Als de verteller inziet dat hij Micòl nooit zal krijgen, vergrijpt hij zich tenslotte aan haar. Daarna ziet hij haar nooit meer: ze komt om in een Duits concentratiekamp. De verteller rest nog slechts de herinnering, die hij al mijmerend vertelt.

Bassani's eerste literaire werk verscheen eind jaren veertig in literaire tijdschrijften en werd onmiddellijk opgemerkt. Het waren de jaren van het Dolce Vita in de literatuur en de cinema. Hij schreef in die tijd ook filmscripts en werkte als redacteur bij Uitgeverij Feltrinelli, waar hij een talentvolle jonge schrijver als Pier Paolo Pasolini ontdekte. Eind jaren zestig dreigde Bassani in de vergetelheid te raken, toen de modernistische stroming die het toen in de literatuurkritiek voor het zeggen had, hem bestempelde als een ouderwetse schrijver wiens werk niet de moeite van het lezen waard was. In die tijd verscheen zijn laatste boek De reiger (1968), een andere weergaloze roman, die in zijn sombere, uitzichtsloze thematiek afwijkt van het eerdere werk. De reiger vertelt het verhaal van de laatste dag uit het leven van een gedesillusioneerde joodse advocaat en grootgrondbezitter, die – getergd door gedachten over de oorlog en zijn slechte huwelijk – besluit een eind aan zijn leven te maken. Het boek verscheen in 1993 in een nieuwe Nederlandse vertaling en was de opmaat voor de complete uitgave van zijn werk.

Twee jaar geleden leek Bassani in een roman beland die hij zelf had kunnen schrijven. Zijn ex-vrouw en kinderen wilden de schrijver – die aan Alzheimer leed en soms behoorlijk vergeetachtig was – in de zomer van 1998 door de rechter ontoerekeningsvatbaar laten verklaren, omdat hij zijn geboortehuis in Ferrara – voor `veel te weinig geld' – had verkocht. Bassani moest een halt worden toegeroepen omdat hij de erfenis aan het `verbrassen' was. Volgens Bassani's jongere broer Paolo was het een wraakactie; Bassani's ex-vrouw, van wie hij al dertig jaar gescheiden leefde, zou het niet kunnen verkroppen dat de schrijver zijn geluk bij een ander had gevonden. Wat een mooi boek had het kunnen opleveren.