`Wie weet hoe morgen er uitziet?'

Het proces tegen dertien joden in Shiraz vestigt de aandacht op de joodse gemeenschap in Iran. Hun vertegenwoordigers zijn vooral heel voorzichtig, want wie weet hoe de dag van morgen er uitziet?

Het oude schoolgebouw in het centrum van de Iraanse stad Shiraz is volgepropt met kinderen. Het is vrijdag, de islamitische rustdag. Alle Iraanse schoolkinderen hebben vrij – behalve de joodse. Zij hebben vandaag Hebreeuwse les. Issace Niknava, een van de leiders van de joodse gemeenschap in Shiraz, loopt trots de ene klas na de andere binnen – hier jongens, daar meisjes, van hele kleintjes tot en met slungelachtige pubers, de zesjarigen struikelend over de eerste Hebreeuwse tekens, de groten al vèrgevorderd.

Het gaat de joden in Iran over het algemeen nu redelijk goed: net als de islamitische Iraniërs profiteren ze van de pro-democratische wind die waait sinds president Mohammad Khatami in 1997 aan de macht kwam. De joodse schoolkinderen bijvoorbeeld kregen twee maanden geleden van het ministerie van Onderwijs toestemming om gedurende de schoolweek 'smiddags 20 minuten te bidden. Ze krijgen daar ook nog een aparte ruimte voor. Tot dan konden joodse kinderen niet in schooltijd bidden; islamitische kinderen natuurlijk wèl.

,,De revolutie van 1979 overspoelde alles, als een stormvloed'', zegt Niknava. Hij haast zich eraan toe te voegen dat dit ook voor de islamitische Iraniërs gold. Joodse scholen werden gevorderd – Niknava wijst er vergoelijkend op dat er ook een heel groot tekort aan schoolgebouwen was. Maar beetje bij beetje wordt het beter, dat wil zeggen ,,het was goed, nu wordt het beter''.

In vergelijking met de tijd van de sjah gingen de joden er na de Islamitische Revolutie duidelijk op vooruit, zegt Niknava. ,,We werden ons bewust van ons joodse karakter, we raakten meer geïnteresseerd in onze joodse identiteit.'' Hij onderstreept dat de joden onder het bewind van de sjah bijvoorbeeld ook veel moeilijker aan kosher vlees konden komen, en aan meel om zelf matzes, ongegist brood, voor Pesach, het joodse Pasen, te bakken. De islamitische autoriteiten zijn de joden hierin nu zeer ter wille, zegt hij. Dan laat hij éven zijn bijna tastbare voorzichtigheid varen: ,,Vandaag gaat het de joden in Iran goed – maar wie weet hoe morgen er uitziet?''

Er zijn nog 35.000 joden in Iran overgebleven van de ongeveer 80.000 vóór de Islamitische Revolutie, van wie 6.000 in Shiraz. In totaal zijn er 54 synagoges in heel Iran in gebruik.

De joden zijn net als de christenen en de zoroastriërs een grondwettelijk erkende en officieel beschermde minderheid. Dit in tegenstelling tot de 300.000 aanhangers in Iran van het baha'i-geloof, dat in de 19de eeuw in Shiraz werd geboren. Die worden als ketters beschouwd, als afvalligen van de islam, en daarnaar behandeld. Baha'i-huwelijken worden niet erkend, de baha'i-jeugd wordt niet op de universiteiten toegelaten. Omdat hun centrum in Israel is gevestigd, beschouwen de autoriteiten de baha'i's als Israelische agenten, en talrijke baha'i's zijn als zodanig vervolgd en terechtgesteld.

Conform de grondwet zitten er twee Armeense christenen, een Assyrische christen, een zoroastriër en een jood in het parlement. Huidig joods parlementslid is de arts Manushehr Eliassi. Tot zijn grote spijt is hij in de verkiezingen van februari verslagen door een van zijn vier tegenkandidaten: het is hem goed bevallen als parlementariër.

,,Ik houd van Iran'', zegt Eliassi in zijn bureau in Teheran. ,,Ik ben eerst Iraniër, en dan jood, en ik houd erg veel van mijn land.'' De joden zijn niet anders dan de andere Iraniërs, verzekert hij, en hij denkt er niet over te emigreren. ,,Het leven van joden in Iran is niet problematisch. We wonen niet afgescheiden van de anderen. Mijn buurman is een moslim. Soms hebben we misschien wat problemen als joodse gemeenschap, maar dat lossen we dan op met de regering. Als parlementariër heb ik de afgelopen vier jaar wel honderdmaal vooraanstaande regeringsfunctionarissen ontmoet.''

Hij wijst er op dat het aantal joden in Iran nu stabiel is – het geboortencijfer maakt de (illegale) emigratie goed. ,,Als er minder spanningen zijn, is de emigratie minder. Dus na de arrestatie van de dertien joden uit Shiraz en Isfahan steeg vorig jaar de emigratie.'' In Shiraz zegt Niknava dat er nu geen joden meer vertrekken, ja dat zelfs vertrokken gezinnen zijn teruggekeerd.

De voorzichtigheid van Niknava en Eliassi strekt zich uit tot de kwestie van de 13 gearresteerde joden, wier proces vandaag in Shiraz begon. Zij kunnen zich niet voorstellen dat zij om hun jood-zijn zouden zijn opgepakt. ,,Ik weet er niets vanaf, maar er moet wat aan de hand zijn, anders waren ze niet gevangen gezet'', zegt Niknava. En beiden zijn er van overtuigd dat het allemaal goed zal aflopen.