Unieke en gevarieerde Matthäus

De Matthäus Passion van de Nederlandse Bachvereniging is in èn buiten Naarden al sinds 1922 een vaste waarde in het Nederlandse muziekleven. Het is ook een jaarlijks ijkpunt voor de Nederlandse Matthäus-traditie, zeker nu het Concertgebouworkest al een kwart eeuw de Matthäus Passion afwisselt met de Johannes Passion en zeker ook sinds de Bachvereniging in 1984 overschakelde naar een artistiek beleid dat is gebaseerd op `authenticiteit' en wisselende dirigenten. Het prestige van de Matthäus Passion van de Nederlandse Bachvereniging blijkt ook uit het feit dat de `Naardense' Matthäus soms klinkt in het Amsterdamse Concertgebouw, wanneer het Concertgebouworkest op tournee is. Dat gebeurde in 1997 en ook weer volgend jaar.

Het bijzondere van de Matthäus van de Bachvereniging, zeker als die zoals dit jaar wordt geleid door de eigen dirigent Jos van Veldhoven, is de combinatie van esthetiek en dramatiek, vervat in een sfeer van wijding. De Bachvereniging wil het liefst geen applaus, al was dat er gisteravond toch in Enschede bij de eerste van de negen uitvoeringen dit jaar.

Maar Van Veldhoven geeft daartoe ook aanleiding met Ton Koopman-achtige opzichtigheden. Zo haalt hij bij sommige aria's de achter het continuo zittende solisten naar voren en laat hij bij Erbarme dich en Gebt mir meinen Jesum wieder de violisten hun begeleiding staande spelen.

In vergelijking met de uitstekende uitvoering zoals die in het jubileumjaar 1997 ook onder Van Veldhoven op cd werd gezet (Channel Classics 11397), streeft de dirigent nu duidelijk naar nog meer expressie en dramatiek in de opbouw van het verhaal, dat zo prachtig slepend begint met het koor Kommt, ihr Töchter, helft mir klagen, met steeds grotere aandrang gezongen.

Van Veldhoven doet met elke maat van Bach – om het even voor orkest, continuo, koren of solisten – iets bijzonders en indringends. Soms zijn er heftige uitbarstingen en plotse versnellingen, schrikaanjagend! Van Veldhoven staat met die hoogst eigen opvatting in de traditie van Willem Mengelberg, al is het eindresultaat stilistisch totaal anders.

De solistenkeuze staat hier ook duidelijk in dienst van een zo groot mogelijke variatie en contrastwerking. Jochen Kupfer is een menselijke Christus, wiens gevoelens hoorbaar wisselen tussen boosheid, doodsangst en ootmoedigheid, zonder ooit zalvend te klinken.

Gerd Türk gaat in zijn gedrevenheid als evangelist soms bijna over de top. Charles Daniels, een extatisch zingende tenor, is een andere extreme keus, terwijl de bas Peter Harvey in vergelijking met hem wel iets gewoner lijkt, maar dat allerminst is. Ook de fraai zingende sopraan Johannette Zomer en de zeer opmerkelijke alt Patrick van Goethem met zijn lange, zeer geleidelijk aanzwellende noten, zorgen voor hoogtepunten.

Dat er gisteravond meer foutjes klonken dan gemiddeld – dat zal vast verbeteren – bewijst ook de inzet van de meest ervaren Matthäus-organisatie in dit Matthäus-land om in dit Bachjaar te komen met een unieke Matthäus.

Concert: Nederlandse Bachvereniging en Jongens Koorschool St. Bavo Haarlem o.l.v. Jos van Veldhoven. Gehoord: 12/4 Muziekcentrum Enschede. Herh.: 13/4 Tilburg; 15/4 Aardenburg; 16, 20, 21, 22/4 Naarden; 18, 19/4 Utrecht.