Tweeërlei moraaal

Terecht heeft Arjen van Witteloostuijn gewezen op de parallel tussen publieke moraal en ondernemings-moraal (NRC Handelsblad, 8 april). Terecht wordt gewezen op de politieke verwaarlozing van toezicht op ondernemer en markt.

Het is echter onjuist dat de democratisering van de economie geheel geen politieke aandacht heeft gekregen. Onder deze naam heeft D66 in 1998 een hoofdstuk van haar programma uitgebracht waarmee het aangeeft evenveel waarde te hechten aan een democratische economie als aan een democratische politiek. D66 gaat ervan uit dat de betekenis van de onderneming primair is het leveren van maatschappelijk toegevoegde waarde: winst en continuïteit zijn het resultaat van het respecteren van klanten, personeel en leveranciers. Niet winst is de bottom line, maar de maatschappelijke waarde die het bedrijf voortbrengt. Dit ondernemerschap komt niet vanzelf, bedrijven dienen maatschappelijk verankerd te zijn en aanspreekbaar op hun keuzen, zowel intern als extern. D66 pleit al lang voor het versterken van het intern overleg (de OR), het hervormen van het structuurregime (onder meer door het rechtstreeks kiezen van commissarissen door de aandeelhouders en het benoemen van werknemercommissarissen), het versterken van de democratische controle door deelnemers op het bestuur van pensioenfondsen, alsmede voor versterking van toezicht op financiële markten.

Sterker dan nu het geval is, dient de interne besturing en externe toezicht op de onderneming een bredere politieke belangstelling te krijgen. Nu het volkskapitalisme in opmars is, wordt het ook tijd om ons te voorzien van instellingen om zorg te dragen voor een transparant, democratisch en verantwoordelijk ondernemerschap.