Rasdebater

Hij werd direct na zijn aantreden als Tweede-Kamerlid (VVD) in 1998 in de wandelgangen al de `nieuwe Henk Vonhoff' genoemd. Die kwalificatie had Philippe Brood niet te danken aan het postuur dat hij gemeen had met de oud-staatssecretaris van CRM en voormalig commissaris van de koningin in Groningen, maar aan zijn begaafde wijze van debatteren. Brood hanteerde in zijn retoriek, gelijk Vonhoff, steevast een lichte overdrijving die niet zozeer een compromis naderbij bracht, als wel zorgde voor kleur en een zekere fascinatie. Hij voerde voornamelijk het woord op de terreinen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onderwijs en Justitie.

Brood werd geboren in Den Haag in 1964 en hij studeerde rechten in Leiden.

Dat hij een `rasdebater' was bleek al toen hij in 1995 een van de commentatoren was bij het tv-programma van Pieter Jan Hagens. Maar ook als panellid van `Praatradio' (NCRV) gaf hij blijk van zijn welsprekendheid. Hij was bestuurslid van de Stichting Holland Debate en won vorig jaar Het Parlementair Debattournooi, georganiserd door NRC Handelsblad.

Brood was een liberaal van het zuivere soort, die scherpe en bepaald niet conservatieve bestuursrechtelijke opvattingen voor het voetlicht bracht. Hij was voorstander van sponsoring van politieke partijen door het bedrijfsleven en tegen de naar zijn mening te ruime bevoegdheden van de Eerste Kamer. Bovenal was Brood jurist met duidelijke ideeën over wetgeving, zo bleek onder andere uit een kritisch artikel van zijn hand in de Staatscourant van een maand geleden. ,,Recht is voor de wetgever als de wind, je kunt er al zeilend een bestemming mee bereiken. Iedereen die zeilt weet echter dat men zich aan de wetmatigheden van de wind niet kan onttrekken. Dat geldt ook voor een wetgever in zijn relatie tot het recht.''

Hij tekende zichzelf in dat artikel als volbloed democraat en mede-wetgever met overgave: ,,Een democratie dient haar zeilen voor of aan de wind te houden, wil zij haar bestemming bereiken.''