Nooit meer een gele ster

Het overkwam Joop Waterman omstreeks 1960. Hij sprak met een ambtenaar van zijn werkgever, het Amsterdamse GEB, over zijn pensioenopbouw. De ambtenaar, een man van een jaar of vijftig, stelde hem wat vragen. ,,Joseph Morest Waterman, 17 augustus 1943, en uw geboorteplaats?'' Waterman antwoordde ,,Westerbork'', waarop de ambtenaar antwoordde ,,Zo, dat is in Drenthe als ik mij niet vergis, mooie omgeving hè meneer?''

Dit voorval vertelde Waterman onlangs bij de opening van de expositie `De Tommy's zijn er..' over de bevrijding van Kamp Westerbork op 12 april 1945. De gevoelloze opmerking illustreert volgens Waterman de desinteresse van de Nederlandse bevolking in het lot van hun joodse landgenoten. Want voor Waterman is en blijft Westerbork een concentratiekamp. Een kamp van waaruit 107.000 joodse Nederlanders werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Polen.

Op de tentoonstelling is een hoekje gewijd aan de kinderen die in het kamp ter wereld kwamen. In totaal zijn er 250 tussen 1940 en 1945 geboren. Op een enkeling na hebben ze de oorlog niet overleefd: de meesten gingen op transport of stierven voortijdig als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden in het kamp. Veel kinderen liepen een oor- of longontsteking op in de tochtige, stoffige barakken. Kinderen die ziek ter wereld kwamen, werden weliswaar tijdelijk behandeld in ziekenhuizen in Groningen of Assen, maar zodra ze waren genezen, gingen ze terug naar het kamp, om daarna op transport te gaan naar Polen.

Aanstaande en zogende moeders konden in Westerbork sinds november 1943 aanspraak maken op extra ,,verstrekkingen''. Die extra rantsoenen brood, boter en melk werden nauwkeurig geregistreerd op kaarten, waarvan er een op de tentoonstelling is te zien. De kaart staat op naam van mevrouw J. Pekel-Cohen van wie werd genoteerd dat ze in november 1943, toen ze 28 weken zwanger was, recht had op extra melk, brood en boter. Ook tussen 21 november en 18 december kreeg ze haar rantsoen. Tot ze op 18 januari 1944 enkele weken na de bevalling op transport werd gezet en vermoord in de gaskamer.

Watermans moeder gaf de kleine Joop aanvankelijk borstvoeding. Maar die stopte abrupt toen ze familieleden stuk voor stuk zag vertrekken naar het oosten. Toen Joop viereneenhalve maand oud was, werd hij met zijn ouders gedeporteerd naar Bergen Belsen, allen overleefden de hel. In een trein bij Trobitz werden ze door de Russen bevrijd. Ook in het paspoort van Eric de Vries Robles staat voor altijd de geboorteplaats Westerbork, waar hij op 22 juli 1944 werd geboren. Zijn zus herinnert zich hoe ze met haar broertje in de kinderwagen na de bevrijding naar het dorp Hooghalen liep om bij een boer kleren te ruilen tegen donker roggebrood.

Zowel De Vries Robles als Waterman hielden traumatische herinneringen over aan de oorlogstijd. Of zoals de eerste in een interview dat op de tentoonstelling te zien is, zegt: ,,We delen beiden de emotie dat we er niet mochten zijn.'' Waterman heeft nog geregeld nachtmerries en durft niet in een volle bus of trein met vreemden te stappen. En op zolder heeft hij altijd een koffer klaar staan. ,,Je kunt nooit weten'', zegt hij.

Westerbork werd op 12 april 1945 bevrijd. De dagen voorafgaand aan de bevrijding heerste er een nerveuze sfeer. De kampleiding laadde auto's in die vervolgens in en uit de garages werden gereden. Er stond een goederentreintje klaar, dat uiteindelijk vertrok met onder meer ,,40 levende varkens, zes stuks rundvee, radiotoestellen, meubelen, sigaretten, vaten benzine en 5-6 vaten sterke drank', zoals een lijst op de tentoonstelling weergeeft.

Verder dan Groningen kwamen de goederenwagons niet. Op 11 april, toen de granaten in de omgeving van het kamp insloegen, besloot kampcommandant Gemmeker te vertrekken. De ongeveer 900 achtergebleven kampbewoners stonden onder bescherming van het Rode Kruis. Eindelijk konden ze de gele ster aftornen. Sommigen koelden hun woede op de barakken met joodse bezittingen die de kampstaf zich had toegeëigend. Toen de Tommy's eindelijk kwamen, werden ze begroet met witte anjers, die Gemmeker in zijn kas kweekte.

Henri Vles maakte de bevrijding met zijn vrouw mee in Westerbork. Twee jaar daarvoor waren ze getrouwd. Zijn vrouw was acht maanden zwanger, ,,door de vooroorlogse kwaliteit van de voorbehoedmiddelen.''

Vles herinnert zich hoe een Nederlander in geallieerd kaki uniform de bevrijde gevangenen toesprak. ,,Die kleur vonden we geweldig. We hadden vijf jaar tegen dat verdomde groen aangekeken.''

Herinneringscentrum Kamp Westerbork, `De Tommy's zijn er..., de bevrijding van kamp Westerbork 12 april 1945', t/m 21 mei

Oosthalen 8, Hooghalen. Tel 0593-592600. E-mail: hckampw@bart.nl