Kopen en babbelen in virtuele communes

De virtuele zakenmarkt maakt een onstuimige groei door. Van oudsher concurrerende bedrijven bundelen hun koopkracht.

AMAZON.COM IS onmiskenbaar het symbool voor de Internet-economie. Petje af voor het bedrijf dat meer dan drie miljoen boektitels aan zijn klanten kan aanbieden. Maar vergeleken met de zakelijke Internet-markt – de handel tussen bedrijven – gaat het om kruimels.

De consumentenmarkt waarop Amazon.com actief is, zal in 2004 volgens schattingen 184 miljard dollar waard zijn. In 2004 zal de waarde van de zakelijke Internet-markt 7,29 biljoen dollar bedragen, bijna veertig keer zoveel, aldus een recente schatting van GartnerGroup. Daarvan komt 2,7 biljoen voor rekening van de Verenigde Staten. In 1998 was de zakelijke Internet-markt slechts 40 miljard dollar waard.

Eén van de eerste virtuele marktplaatsen werd in 1995 opgericht door de Amerikaan James A. Manzi, een voormalige werknemer van softwaremaker Lotus. Met zijn website, industry.net, probeerde Manzi bedrijven warm te krijgen voor het concept van zakelijke Internet-handel. Maar Manzi was zijn tijd vooruit; in 1997 ging zijn bedrijf bankroet.

De herstart van Manzi's revolutie werd verricht door Ford en General Motors. Deze autofabrikanten maakten vorig jaar hun voornemen bekend om samen auto-onderdelen in te kopen via een centrale website. Intussen wil ook DaimlerChrysler zijn bevoorrading op deze virtuele marktplaats verrichten.

Anderen hebben het voorbeeld van de autofabrikanten gevolgd. Shell bijvoorbeeld wil een inkoopplatform op Internet oprichten en heeft andere energiebedrijven uitgenodigd mee te doen. Begin deze maand bezegelden elf grote detailhandelsconcerns, waaronder Ahold en het Franse Casino, hun samenwerking op Internet. Op een gezamenlijk in te richten website zal de handel tussen 30.000 winkels en 100.000 leveranciers worden gebundeld. De website, die in juni operationeel wordt, vormt een reactie op een soortgelijk initiatief van de supermarktketens Sainsbury's, Sears en Carrefour.

De beheerders van de virtuele markplaats verdienen hun geld door commissie te vragen voor elke deal die gesloten wordt en door uiteenlopende diensten aan te bieden. Marktplaatsen zijn dus zelfstandige bedrijven die ook de gang naar de beurs kunnen maken. De samenwerking tussen bedrijven is tegelijk opmerkelijk en vanzelfsprekend. Opmerkelijk, want van oudsher concurrerende bedrijven gaan over tot samenwerking op het gebied van inkoop, terwijl ze tegenover de consument elkaars concurrenten blijven. Vanzelfsprekend, omdat het bakken met geld scheelt.

Bevoorradingskosten kunnen door het gebruik van Internet met 39 procent dalen, aldus cijfers van de zakenbank Goldman Sachs. General Motors is nog optimistischer. De verwerking van een doorsnee aankooporder kost de autofabrikant ongeveer 100 dollar. De kosten daarvan zullen dalen tot onder de één dollar, zegt het bedrijf nu. De bevoorrading zelf (de prijs van ruwe materialen) kan tussen de 10 en 15 procent goedkoper worden dankzij een gezamenlijke website.

Het zijn niet alleen de grote bedrijven die profiteren. Ook zelfstandige ondernemers kunnen besluiten om hun koopkracht te bundelen. Een in het oog springend initiatief is dat van Amerikaanse boeren die de website farmbid.com hebben opgericht. Via de website wordt niet alleen gezamenlijk ingekocht, ook kan er gebabbeld worden met andere boeren of kan het allerlaatste weerbericht worden opgevraagd. Zo ontstaat een soort boerencommune op Internet.

De Verenigde Staten domineren de virtuele zakelijke markt; het Amerikaanse aandeel bedraagt 63 procent. De verwachting is dat dit percentage zal afnemen naarmate meer niet-Amerikaanse bedrijven, vooral in West-Europa, het Internet-concept omarmen. Iets meer dan de helft van alle Amerikaanse bedrijven doet weleens zaken via Internet. In 2002 zal het gaan om 93 procent van de bedrijven, aldus cijfers van Forrester Research.

Hoe ziet een virtuele marktplaats eruit? Het kloppende hart van de marktplaats is de enorme database die informatie opslaat en veranderingen bijhoudt over producten, diensten en verkoop. De markt voor deze technologie wordt gedomineerd door softwaremakers Oracle en Microsoft. Daarnaast zijn er bedrijven die speciale software voor Internet-handel maken, zoals Ariba (waar Unilever zaken mee doet) en CommerceOne (Shell).

Een ander belangrijk aspect van de marktplaats is veiligheid. Een bedrijf dat zich op dat gebied helemaal richt op de zakelijke markt is het in Texas gevestigde Entrust (afgesplitst van Nortel Networks). Entrust heeft een encryptiemethode ontwikkeld waarbij twee `sleutels' worden gebruikt – een openbare en een geheime. Met de openbare kunnen boodschappen worden gecodeerd. De ontvanger van de boodschap beschikt over een geheime sleutel om deze te ontcijferen.

De codetaal van het wereldwijde web, HTML geheten, schiet tekort als het gaat om virtuele marktplaatsen. HTML zegt namelijk alleen iets over de verschijningsvorm van een document, niets over de inhoud ervan (de woorden). Bij zakelijke Internet-handel is het juist belangrijk dat de database meteen `weet' dat het woord `Heineken' een bedrijf is en `1000 gulden' een prijs. Vandaar dat voor Internet-handel steeds meer gebruik wordt gemaakt van de codetaal XML (Extensible Markup Language) – een taal die in feite werkt als de menselijke waarneming. Wie het woord `Heineken' ziet weet meteen dat het gaat om een bedrijf dat bier produceert.

Was 1999 het jaar van business-to-consumer (B2C, de consumentenmarkt) dan is 2000 onmiskenbaar het jaar van business-to-business (B2B). Aan het begin van het jaar waren ongeveer 1.000 marktplaatsen on line. Over een jaar zullen dat er alleen al in de Verenigde Staten 10.000 zijn.