Het hogere vouwwerk

Hoedendragers zijn anno 2000 wel wat gewend qua vormen en materialen op hun hoofd. Er worden houten hoeden gemaakt, hoofddeksels van grassen, hoeden die als stralenkransen op je hoofd staan, hoeden die uitsluitend uit een rand bestaan, zelfs hoeden van rubber en metaal. Liesbeth van Well creëerde een hoed met verschillende openingen: afhankelijk van het gat waardoor je je hoofd steekt, heb je een andere hoed op. Zelfs haar ontwerpen met één opening lenen zich voor experimenten: ze kunnen naar eigen inzicht op het hoofd worden geplaatst. Keer je de hoed om, dan heb je iets heel anders op je hoofd. ,,Eigenlijk heel onzakelijk'', lacht ze, ,,zo heeft de klant twee of drie hoeden voor de prijs van één.''

Van Wells hoeden zijn tot en met 14 mei te zien in de fraaie galerie annex beeldentuin Ginneken in Breda. De ontwerpen – op de expositie staan er vijfenveertig – zijn zeer herkenbaar en nog het beste te omschrijven als `hoger vouw- en plooiwerk'. Vouwsels zonder opsmuk, zegt Liesbeth van Well (44) zelf over haar hoeden. ,,Het komt neer op de kunst van het weglaten''. Slechts zelden zul je op haar creaties een bloem of veer aantreffen. Versieringen maakt ze door reliëf aan te brengen in het materiaal – sisal in vele variaties en zeegras, omdat het makkelijk te verven en te vormen stoffen zijn – of door de stof op ingenieuze wijze te vouwen.

Andere kenmerken van Van Wells hoeden zijn de kleurigheid – ,,zwarte hoeden maak ik eigenlijk alleen omdat er vraag naar is'' – en invloed van klederdracht. Zo zijn in haar ontwerp Cité duidelijk de koperen of zilveren krullen te ontdekken die bij de oorspronkelijke Zeeuwse en Zuidhollandse kledij horen. En haar elegante hoed Ursula doet in de verte denken aan een klompje. Op de expositie staan ook hoeden in de vorm van kappen die iets weg hebben van de hoofddeksels van de Amish-people in Amerika.

Inmiddels is Van Well, die ooit begon met carnavalshoeden voor haar kinderen, zo'n vier jaar full time bezig als hoedenmaker. De reacties waren zo enthousiast dat ze zich op het hoeden maken ging toeleggen en na verloop van tijd haar baan als researcher en scenarioschrijver bij een filmproductiemaatschappij vaarwel zei. Ze richtte thuis een atelier in en verkocht haar eerste hoedjes in een exclusieve kindermodezaak. ,,Ik durfde er nauwelijks geld voor te vragen. Ik rekende de materiaalkosten en een tientje arbeidsloon per uur.''

Binnen enkele jaren klom ze op naar de top van hoedenmakend Nederland en haar ontwerpen zijn nu te koop in vrijwel alle gerenommeerde hoedenzaken in Nederland. Vorige maand kreeg ze een eervolle vermelding voor haar hoed Star Wars bij de tentoonstelling Hollywood-Verkleed verleden in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Ondanks haar naamsbekendheid valt het nog steeds niet mee om te leven van het hoedenvak. ,,Het is niet eenvoudig om klanten te krijgen. De meeste hoeden worden maar weinig gedragen en slijten dus niet zo snel. Met dat probleem worstelen niet alleen hoedenmakers, maar ook hoedenwinkels. De meeste nemen hoeden aan in consignatie: worden ze niet verkocht, dan komen ze na verloop van tijd retour. Dus je moet dit vak wel heel erg leuk vinden om het te blijven doen.''

Expositie van hoeden van Liesbeth van Well in galerie annex beeldentuin Ginneken, Ginnekenweg 287, Breda. Open: do t/m zo 13-17u en na telefonische afspraak. Ook open op 2de Paasdag van 14-17u. Liesbeth van Well is aanwezig in de galerie op 2de Paasdag en op 14 mei van 14-17u. Inl. 076-5654783. In galerie Ginneken zijn permanent sculpturen, glas, keramiek en portretschilderijen van diverse kunstenaars te zien. Prijzen van de hoeden: ƒ195-ƒ425