Het eurocomplot

Over ruim twintig maanden beleeft de Europese Unie een gebeurtenis van megaformaat. Op 1 januari 2002 komen in twaalf landen van de EU de munten en bankbiljetten van de euro in omloop en verdwijnen de nationale betaalmiddelen. De operatie heeft de omvang van een militaire operatie en is complexer dan de oplossing van het millenniumprobleem.

Dertien miljard bankbiljetten en zeventig miljard munten moeten worden gedistribueerd en tegelijkertijd moet het oude geld worden teruggehaald. In feite vindt in de weken rond de jaarwisseling van 2002 het transport en de opslag van de dubbele geldhoeveelheid van de eurolanden plaats. Er zijn onvoldoende beveiligde vrachtauto's, er is onvoldoende opgeleid personeel en onvoldoende kluisruimte beschikbaar om die klus in korte tijd te klaren.

De logistieke knelpunten zijn een deel van de uitdagingen – en ze zullen met de nodige creativiteit wel worden opgelost. Lastiger is dat met twee andere vraagstukken die met de invoering van de euro te maken hebben: de aantrekkingskracht van de nieuwe bankbiljetten op criminelen en de vraag wat Europese burgers gaan doen met hun zwarte geld. Dat moet ook omgewisseld worden.

Twee intrigerende verhalen doen op het ogenblik de ronde in de financiële centra. Bij grote banken in New York wordt er rekening mee gehouden dat de criminele overstap van de dollar naar de euro na 2002 de dollarkoers omlaag – en de eurokoers omhoog – zal drukken. Met als mogelijk gevolg: een valutacrisis van de dollar. De redenering is de volgende. De euro zal de favoriete munt worden van de internationale criminaliteit. Simpel: het eurobiljet met de grootste waarde (500 euro) is ruwweg vijf keer meer waard dan het grootste dollarbiljet (100 dollar). In een sporttas kan dus een vijf keer zo groot bedrag in euro's worden vervoerd, of anders kunnen criminelen volstaan met een kleiner koffertje waarin evenveel geld zit.

Zover is het nog niet. Voorlopig maakt de euro een koersdaling mee ten opzichte van de dollar, het Britse pond en in mindere mate de Zwitserse frank. Dat kan – volgens financiële experts – iets te maken hebben met de vlucht uit de munten die de verschijningsvorm van de euro zijn en daar straks in zullen opgaan – de gulden, de D-mark, de franc, enzovoorts. Want al het contante geld moet worden omgewisseld en grote bedragen zullen de aandacht trekken van de opsporingsautoriteiten. Er bestaan wetten en Europese richtlijnen om ongebruikelijke transacties te melden. De geldmanagers van criminele organisaties, of particulieren met grote bedragen aan zwart geld, gaan voor alle zekerheid nu al over op niet-eurovaluta's. Dat zou een deel van de huidige koersdaling van de euro verklaren.

Witwassen valt vrijwel niet te bestrijden. Een bescheiden aanzet in EU-verband is deze week opnieuw gesneuveld. Er komt vooralsnog geen Europese bronbelasting op spaargelden omdat Luxemburg met zijn bankgeheim een belastingparadijs bínnen de EU wil blijven, en Oostenrijk, dat eveneens een goed beschermd bankgeheim kent, ook dwarsligt. Driekwart van de belastingparadijzen in de wereld heeft trouwens een directe band met EU-lidstaten: de Britse Kanaaleilanden, Gibraltar, de Nederlandse Antillen, Monaco. Europa heeft iets met zwart geld en dan gaat het niet alleen om misdaadgeld. Wereldwijd gaat volgens de Verenigde Naties vijf keer zo veel om in `niet-gefiscaliseerd' geld, dat wil zeggen belastingontduiking.

De euro wordt in twaalf landen ingevoerd, maar er bestaat geen overkoepelende politie- of recherchedienst die bevoegdheden heeft om binnen euroland op te treden. Politiediensten zijn bastions van nationale autonomie, vaak vol wantrouwen jegens hun buitenlandse collega's. Liever beconcurreren ze elkaar dan dat ze gezamenlijk de grensoverschrijdende misdaad aanpakken. Bovendien hebben ze er een hekel aan `in het papier' te gaan, zoals financieel rechercheren wordt genoemd. Acties tegen drugsbendes zijn spectaculairder dan het napluizen van computerbestanden op financiële sporen.

In Den Haag is Europol gevestigd, de Europese recherchedienst. Europol heeft geen operationele bevoegdheden en houdt zich bezig met de coördinatie en gegevensuitwisseling tussen nationale recherchediensten. Europol – agenten die er werken bevestigen het – is een tamelijk machteloze instelling omdat de Europese politiek er geen grotere bevoegdheden aan wil toekennen. Een paar weken geleden heeft Europol opgeroepen om de bestrijding van `eurovalsemunterij' aan te grijpen als proefproject om tot een gezamenlijke Europese justitieaanpak te komen. De kans dat dit gebeurt, is minimaal.

Als technisch centrum voor het onderzoek naar vervalsingen van bankbiljetten bestaat inmiddels bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt het Centre for the Analysis of Counterfeits of Banknotes. Vorige maand hebben de ministers van Financiën besloten dat bij de Franse Munt in Parijs een technisch centrum zal komen om muntvervalsingen te analyseren. Men is zich bewust van de mogelijkheid dat er vervalsingen zullen opduiken.

Euroland wordt de Verenigde Staten mét de dollar maar zònder de FBI. De omwisseling van 2002 bevat alle ingrediënten om een fictieverhaal over vervalsingen, witwassen en criminaliteit rond de euro te schrijven. Het is niet alleen stof voor fictie, maar ook de harde werkelijkheid.

Informatie: www.roeljanssen.nl