Een uitje naar Omaha

Eind april vindt in Omaha, de grootste stad van de bruisende staat Nebraska, de zonder twijfel meest boeiende algemene vergadering van een Amerikaanse onderneming plaats. Het betreft Berkshire Hathaway, een naam die gegrift staat op het netvlies van eenieder met liefde voor de ware lange-termijnondernemingsgeest. Weinig ondernemingen zijn in ethos zo tegengesteld aan dat van de zogenaamde nieuwe economie. Toch is de baas ervan, Warren Buffett, de enige man in de top vijf van Amerikaanse rijken die niet van Microsoft komt. Het laatste dat ik weet is dat hij op nummer 2 staat, maar dat kan nu even een onsje minder zijn, want hij heeft het slechtste jaar uit zijn loopbaan achter de rug.

Als u per jaar één jaarverslag leest, neem dan dat van Berkshire Hathaway. Met name de `brieven van de voorzitter', telkens ongeveer twintig pagina's lang, zijn niet alleen verplicht studiemateriaal voor elke bedrijfseconoom en belegger met hart voor de zaak, maar ook voor andere geïnteresseerden niet alleen verlichtende, maar vooral ook amusante literatuur (lees tot het eind!). De verslagen van de voorbije vijf jaar vindt u gewoon op www.berkshirehathaway.com. Daarnaast is er een degelijke, thematisch uitgegeven bloemlezing, The Essays of Warren Buffett. Lessons for Corporate America (1997), samengesteld en in eigen beheer uitgegeven door professor Lawrence Cunningham van de ongetwijfeld beroemde Cardozo School of Law van de Yeshiva Universiteit. Dat boekwerkje is typisch voor de hele Buffett-stijl: uitgegeven als ware het een droge wetenschappelijke studie van een onbelangrijk auteur, in de meest saaie typografie die daarvoor te bedenken valt. De gemakkelijkste wijze om eraan te komen is waarschijnlijk Amazon.com, dat daarmee voor één keer zijn toegevoegde waarde bewijst.

Leuk in Buffetts voorzittersbrieven is de wijze waarop hij zichzelf voortdurend over de hekel haalt. Geregeld schrijft hij dat hij het niet meer zo goed kan, dat de aandeelhouders hem het voorbije jaar beter naar de bioscoop hadden gestuurd dan op de markt actief te laten zijn maar dan beschrijft hij aan de hand van reële investeringsbeslissingen hoe geldende beleggingstheorieën in de praktijk moeilijk toepasbaar zijn en welke theorietjes hij daar dan tegenover zet. Leuk, slim en vooral erg wijs. In Omaha komen dan ook elk jaar ongeveer 10.000 trouwe aandeelhouders aan zijn lippen hangen. Daarnaast kunnen ze er deelnemen aan allerhande sociale activiteiten en tegen aantrekkelijke prijzen producten van de dochterondernemingen kopen.

Dit jaar wordt het vertrouwen in de grote voorzitter (van wie in 1998 door HarperBusiness – wellicht naar het voorbeeld van die andere voorzitter, Mao? – ook een leuk boekje met citaten is verschenen: Thoughts of Chairman Buffett) dus behoorlijk op de proef gesteld. Toen Buffett in 1964 de leiding overnam van Berkshire Hathaway, de laatste textielproducent van New England, waren de aandelen 19 dollar waard. Die boekwaarde nam toe tot 37.987 dollar in 1999. Dat wil zeggen dat het bedrijf jaarlijks gemiddeld 24 procent in waarde toenam. Intussen is het bedrijf al lang geen textielbedrijf meer; dat bleek in New England niet rendabel vol te houden. Berkshire werd een investeringsbedrijf dat lange-termijninvesteringen nastreeft in goed bestuurde ondernemingen, die liefst producten en diensten aanbieden waar consumenten dagelijks grote behoefte aan hebben en die door hun geslaagde merkstrategie een `consumentenmonopolie' hebben opgebouwd. Buffett zit traditioneel dan ook sterk in Coca Cola (8 pct), Gillette (9 pct), American Express (11 pct), maar ook in dagbladen met een lokaal monopolie (Washington Post, Buffalo News) die andere bedrijven dagelijks nodig hebben voor hun reclameboodschappen. Daarnaast past hij zijn kerncompetentie op het vlak van beleggingen toe in enkele grote verzekeringsmaatschappijen zoals Geico en General Re. De basisfilosofie en de precieze mathematische aanpak die hij daarbij volgt, worden – mogelijk nog beter dan in de `owner's manual' die aan de jaarverslagen wordt toegevoegd – mooi uiteengezet in het boek Buffettology (Simon Schuster, 1997) van zijn gewezen schoondochter Mary Buffett (die dus wel zo slim was de goede familienaam te behouden), samen met David Clark. Maar zo mogelijk nog belangrijker dan het vinden van de goede beleggingen is voor Buffett het ontdekken van de beste managers, aan wie hij het bestuur van de dochterondernemingen in alle vertrouwen voor de volledige 100 procent kan overlaten (elk jaarverslag bevat weer voorbeelden van hoe dat concreet in zijn werk gaat).

Maar er is dus wel eens een zwak jaar. Het voorbije jaar groeide Berkshire Hathaway slechts 0,5 pct (in 1998: 48,3 pct) en dat in een jaar dat het voor het overige goed ging met de Amerikaanse economie. Niet al zijn beleggers bleken even lange-termijngezind. Van een top van 80.300 dollar vorig jaar daalde het Berkshire-aandeel tot ongeveer 41.000 dollar nu. Maar het is Buffett niet echt een zorg. De hype rond de `technologie-aandelen' vindt hij overtrokken, maar komt hem ongetwijfeld niet slecht uit. Want de onderwaardering van oude-economiefondsen die daar de voorbije maanden mee samenhing, moet hem al weer mogelijkheden hebben geboden om te investeren in bedrijven waarin hij gelooft, maar die daarvóór wat te duur waren geworden.