Compliment aan de inbreker

Elke dag ontdekken gemiddeld 520 mensen dat er in hun auto is ingebroken, zo berekent het CBS, en vorig jaar augustus was ik aan de beurt.

Ik ging even een frisse neus halen in een Veluws bos, parkeerde mijn auto op een parkeerplaats en sloot de portieren zorgvuldig af nadat ik mijn handtas in de bagageruimte had opgeborgen.

De wandeling verliep heel prettig. Het was een vrijdag, het was stil langs de Hierdense beek en ik kwam helemaal tot rust. In gedachten zette ik de laatste karweitjes op een rij die nog gedaan moesten worden. Ik ging die maandag daarop voor drie maanden naar het buitenland.

Bij terugkomst greep ik in een lege kofferbak. Het was een zonderlinge ervaring. Ik was er zeker van dat ik mijn tas daar had achtergelaten. Toch was er geen spoor van inbraak te bekennen. De deuren waren op slot, de ramen hermetisch gesloten.

Een mens gaat dan aan zichzelf twijfelen. Had ik misschien toch mijn tas thuis gelaten? Is mijn geheugen nog wel in orde? Paniek slaat toe. Alles zat in die tas: bank-en giropassen, geld, bril, agenda, adresboek, vulpen, enkele brieven die nog gepost moesten worden. Een portemonnee met ƒ100,- en een batterij pasjes, variërend van Wegenwacht- tot NS-pas.

Aangifte doen dus. Een laconieke, wat vermoeide agent maakte procesverbaal: ,,De zoveelste autodiefstal, mevrouw, het is hier aan de orde van de dag. Nee, we kunnen er niets aan doen. We hebben wel zo onze verdenkingen. De inbrekers komen uit Arnhem en opereren in groepen. We kunnen ze alleen op heterdaad betrappen. Ja, en dan hebben we één tasje gered. Zijn er ook sporen van braak?''

Hij verbaasde zich niet over mijn ontkennend antwoord en wenste mijn auto te inspecteren. ,,Nou'', zei hij, ,,mijn compliment aan de inbreker. Bijna niet te zien, dat gaatje. Dat moet een fluitje van een cent geweest zijn. Gaatje boren, haakje naar binnen en open is het portier. Achterleuning even naar voren en hebbes.'' Het was inderdaad een schoonheid van een inbraak, al kostte de reparatie vierhonderd gulden.

De rest van die vrijdagmiddag heb ik achter de telefoon doorgebracht om voor sluiting van de kantoren mijn pasjes te blokkeren en nieuwe aan te vragen, bril te bestellen, adressen en afspraken te achterhalen.

Die maandag ben ik toch vertrokken, met een afgedankte tas, een blanco schoolagenda en een bril waar ik niet goed door kon zien.

Totale schade: ƒ2500,- en een heleboel stress. Het ergste verlies bestond uit de persoonlijke spullen: de brieven, de agenda met acht maanden van mijn bestaan. Het adresboek vol vrienden en privé-leven.

Maar nu komt het vervolg. Bij thuiskomst van mijn reis ontdekte ik op een van de girostrookjes de storting van één cent met de volgende tekst: ,,Heb giro- en bankpasjes gevonden. Bel:...'' Het bleek een jongeman uit Arnhem te zijn die vlak bij zijn huis in het struikgewas toevallig mijn pasjes ontdekte. Toen ik niet reageerde op zijn boodschap heeft hij ze nog netjes naar het postkantoor en de betreffende bank gebracht. ,,Ik ben zelf eens bestolen, dus ik weet hoe het voelt", zei hij.

De bank en de giro lieten me weten dat er drie keer geprobeerd was met de pasjes te pinnen. De optimist. Ik hoop dat er iemand achter hem stond die hem smadelijk heeft uitgelachen. En ik wed dat het woord DIEF in neon op zijn rug geschreven stond.

Tenslotte nog dit. Vorige week werd ik opgebeld door een vriendin. ,,Jij bent toch je tas kwijt?'' vroeg ze. De bestuurder van een dragline die langs het vliegveld Terlet reed had, hoog gezeten, achter het talud een tas ontdekt. Verregend, doorweekt, beschimmeld. Na roof van het geld en de pasjes werd mijn waardevol bezit achteloos uit het autoraam geslingerd. Een normale procedure, volgens de politie. In het doorgelopen adresboekje was nog net het nummer van mijn vriendin te lezen en dat had de vinder – weer een jongeman – gebeld.

Zijn moeder ontving me, ze had de hele inhoud van mijn tas bij de kachel uitgestald om te drogen. Alles lag er, op de pasjes en het geld na. Maar ik was als een kind zo blij.

,,We hebben even geaarzeld voor we opbelden'', zei ze. ,,Want mijn man heeft eerder een lege portemonnee gevonden en aan de eigenaar teruggebracht. En die verdacht mijn man ervan het geld gepakt te hebben.'' Ondanks die ervaring probeerden ze toch mij te vinden: ,,Want je geweten blijft spreken, he?''

Mocht u vandaag een van de 520 beroofden zijn, dan is dit misschien een kleine troost.