Bubbelen met Bach

In de week voor Pasen ga ik meermalen in bad. Deze gewoonte is geen fossiel van de oude boerenzede om zich tenminste één keer per jaar grondig te reinigen. Ik hoef straks niet op mijn paasbest te zijn. Het is de Goede Week zelf die een feest maakt van het `kuipbad' zoals dat vroeger in het badhuis heette. Normaal gun ik me daarvoor niet de tijd en volsta met een `stortbad'. Maar in de laatste dagen van de vasten duik ik graag in de kuip én in het schuim van Bachs passie.

Krijgt er iemand een religieuze aandoening bij die soapmuziek en de weeë teksten van de grootmeester der barok? Mijn ervaringen laten zich eerder beschrijven als licht erotisch. Als de sopraan `Blute nur, du liebes Herz' zingt, welt al het oude liefdesverdriet op mijn hart. Ja, ook ik heb menig `süsses Kreuz' gedragen. Maar `Ich will dir mein Herze schenken' wekt zoete herinneringen aan geslaagde avances. De piëtistische woorden klinken even raar als het `Onze Lieve Heer' uit de mond van een grote, doch gelovige kerel.

Verderop wordt de Matthäus-Passion één groot wiegenlied. De tenor is een modelvader: `Ich will bei meinem Jesu wachen' en op het eind neuriet het groot moederkoor: `Mein Jesu, gute Nacht' en `Ruhe sanfte, sanfte Ruh'. Tegen de tijd van `Wir setzen uns mit Thränen nieder' hebben mijn ogen zich `hoogst vergenoegd' gesloten, ruim vóór het laatste `Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein' is verklonken.

Terwijl mijn oren genieten en mijn poriën jubelen, denk ik met meewarigheid aan de asceten in Naarden die hun billen folteren op de kerkbanken.

Er is een gat in de markt voor de thermische baden: kom in de lijdensweek eens bubbelen met Bach.