Beatrix

Dat de koningin niets menselijks vreemd is, blijkt op tal van plaatsen in het boek Beatrix van Redmar Kooistra en Stephan Koole. Een van de aardigste, kleinere onthullingen is die over de aankoop van een pand naast Paleis Noordeinde voor Willem-Alexander. Beatrix wilde dat het rijk voor de kosten opdraaide en toen de ambtelijke top zich daartegen verzette, riep ze tegen Lubbers uit: ,,Die jongen moet toch wonen.''

We zagen de prins al moederziel alleen in een lekkend kraakpand zitten, te midden van talrijke anarchistisch aangelegde kakkerlakken. Alleen al deze anekdote leert ons dat we de boekschrijvers kunnen vertrouwen. Er zijn uitspraken die je niet kunt verzinnen zelfs de beste cabaretier zou er niet opgekomen zijn. Kooistra en Koole citeren alleen anonieme bronnen, maar dat is bij dit onderwerp nu eenmaal onvermijdelijk. Voor sommige kranten, zoals De Telegraaf en de Volkskrant, is het reden geweest deze onthullingen te negeren. Daar zullen ze nog spijt van krijgen. Een aantal onthullingen, zoals het kaltstellen van Brinkman, zal blijven terugkeren in de discussie over de macht van de kroon.

Kooistra en Koole zijn geen ordinaire roddeljagers, ze hebben als journalist een reputatie te verliezen. Ze hebben ongetwijfeld zeer goede bronnen gehad. Wie? De `Deep Throats' moeten gesitueerd worden in kringen van ex-premiers (Van Agt, Lubbers en/of hun omgeving) en de top van de RVD. Misschien ligt de sleutel in het antwoord op de vraag: wiens ijdelheid wordt door het boek het meest bevredigd? Ik zou zeggen: die van Lubbers. Hij komt eruit te voorschijn als vriend en vertrouwensman van de koningin, in tegenstelling tot Kok, die een moeizame relatie met haar zou onderhouden.

Het boek is ook een nieuwe trap in de rug van Brinkman. Zie je wel, hoor je een Diepe Keel kraaien, ook de koningin vond je een nul! Ik had niet verwacht ooit nog eens medelijden te zullen krijgen met Brinkman. Zijn politieke lot, besef je nu, is ronduit gruwelijk geweest.

Een zeer pikante onthulling helaas in veel samenvattingen overgeslagen is die over de affaire-Brandt Corstius. Het eerste kabinet-Lubbers weigerde de columnist in 1985 de PC Hooftprijs toe te kennen. Lubbers had de zaak met de koningin besproken, die hem gevraagd had ,,met haar gevoelens ernstig rekening te houden''. De koningin zou een afkeer van Brandt Corstius hebben vanwege diens vele aanvallen op haar vader. Brinkman moest als cultuurminister de weigering voor zijn rekening nemen, hetgeen hij gehoorzaam deed.

Maar ondank was het majesteitelijke loon. Als toekomstig leider van Nederland werd hij door de koningin te licht bevonden. Lubbers sprak haar niet tegen. Exit Brinkman. Zou hij, uit rancune, een van de bronnen van de auteurs kunnen zijn? Lijkt me niet waarschijnlijk. Hij is al genoeg in opspraak geweest. Wie vindt het leuk dat de hele wereld weet dat de koningin minachting voor hem heeft? Alleen Brandt Corstius.