Uit de ivoren toren

Toezicht op het bankwezen was voor De Nederlandsche Bank vroeger een vanzelfsprekende hoofdtaak. Maar de razendsnelle ontwikkelingen in de financiële wereld dwingen de centrale bank in te spelen op de actualiteit. Profilering is het sleutelwoord. Toezicht weg bij DNB? ,,Je bent knettergek als je dat zou afbreken.''

Het licht van de opgaande zon kleurt de snel stromende Rijn helder. Typisch Zwitserse trammetjes snerpen door de bocht, de bäckerei opent haar deuren, neonreclames op de gevels van de vele banken floepen uit. Het is acht uur 's ochtends in Basel. Door de Bäumleingasse en over de Münsterplatz loopt een man. Onopvallend zoekt hij zijn weg tussen al die mensen in het Zwitserse stadje. Niets verraadt dat hier iemand passeert met wetenschap over vele geheimen van het Nederlandse bankwezen. De man, van oorsprong theoloog, houdt van het antieke Basel, de stad van Karl Barth, een van de bakermatten van de evangelische reformatorische theologie. Hij heet prof. dr. Arnold Schilder, is directeur toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB), en op weg naar het hermetisch afgesloten, cilindervormige hoofdkwartier van het `Basels Comité, de internationale club van toezichthouders op het bankwezen.

Anders dan de meeste van zijn collega's verkiest Schilder nooit een van de hotels in de nabijheid van de cilinder, maar trekt hij zich altijd terug in het uit 1026 stammende Drei Köninge am Rhein-hotel. ,,Word ik tenminste gedwongen tot een fikse wandeling bergop'', zegt Schilder die er naar eigen zeggen van baalt dat hij tijdens veel korte dienstreizen geen ruimte in de tas heeft voor zijn sportschoenen ,,om 's avonds even te kunnen hardlopen''.

Arnold Schilders werkzame leven voltrekt zich dan ook in moordend tempo aan vergadertafels, achter nota's en in vliegtuigen. De afgelopen twee weken was hij behalve in Basel nog in Frankfurt, Hongkong en Tokio; een geplande bijeenkomst in Sao Paulo kon gelukkig per conference call worden afgedaan. Ter illustratie had hij die ochtend door het raam van de ontbijtzaal al naar de Rijn gewezen: ,,Zie je die stroomversnelling in de rivier? Dat lijkt op mijn wereld: voortdurend in beweging.''

Dat mag je wel zeggen, vinden veel van zijn 220 medewerkers, thuis bij DNB aan het Amsterdamse Frederiksplein. Het toezicht op het bankwezen, naast betalingsverkeer en monetair beleid, één van de drie kerntaken van de centrale bank, verandert sterk. ,,Laten we eerlijk zijn'', zegt Mark van Driel, hoofd van de integriteitsunit: ,,Als er in het verleden een probleem was bij de banken, dan was daar bij DNB een mooie oplossing voor: een goed gesprek tussen heren.'' En Allison Macro, afdelingsdirecteur consumentenzaken, integriteitstoezicht en handhaving: ,,De strategie van het toezichtbeleid werd vroeger toch vooral uitgedacht door mannen met hoge voorhoofden die ingewikkelde stukken schreven. Die tijd is voorbij. DNB moet mee in de vaart der volkeren.''

De veranderingen in de financiële wereld zijn gigantisch. Banken fuseren, met elkaar of met verzekeraars. De euro zorgt voor een grensoverschrijdend Europa. Beleggen neemt een enorme vlucht, betalingen gaan steeds meer via Internet.In Nederland werd het toezicht in korte tijd op de kop gezet. Beursschandalen rond de effectenhuizen Nusse Brink, Regioeffect, maar ook de justitiële actie `Operatie Clickfonds' stelden de `zelfregulering' in de financiële wereld ter discussie. Ook de centrale bank ontsprong de dans niet. De toezichthoudende rol van DNB op de in opspraak gekomen Amsterdamse zakenbank Bank Bangert Pontier (BBP) riep vragen op toen in 1998 gegevens uit het Clickfonds-dossier uitlekten. Een cliënt, een van de hoofdverdachten in de affaire, had jarenlang miljoenen aan kasopnames verricht en bovendien een lening verstrekt aan zijn eigen accountmanager bij de bank. DNB was op de hoogte, maar trad weinig daadkrachtig op. Met ,,the benefit of hindsight'' had dat beter gekund, schreef minister Zalm later aan de Tweede Kamer. Bij DNB willen ze er liever niet aan herinnerd worden: ,,Laat ik zo zeggen: BBP is een affaire met leermomenten voor ons geweest'', stelt Schilder met gevoel voor understatement.

Alle gebeurtenissen bij elkaar zorgden in ieder geval voor beweging in politiek Den Haag. Er kwam een `integriteitsnota' en een Raad van Financiële Toezichthouders (RFT), waarin DNB met de Verzekeringskamer (VK) en de sterk opgetuigde beurswaakhond STE moet samenwerken. Binnen de bank zelf werd een aparte integriteitsunit opgericht, waar bestuurders van financiële instellingen worden getoetst, en een afdeling consumentenzaken, als aanspreekpunt voor klachten over financiële producten. ,,Vroeger kwam zo'n klacht bij een jurist op een stapel terecht'', vertelt Macro. ,,Die wachtte dan heel lang, schreef een flutbriefje met een verwijzing naar een geschillencommissie en de klacht verdween vervolgens diep in de la. Er was bij ons geen perceptie dat mensen op microniveau de oren en ogen van de bank zijn, dat toezicht breder ligt dan alleen de bedrijfsleiding.''

DNB moet uit de ivoren toren: opener naar consumenten, meer overleg met collega-toezichthouders, een bredere toezichtsblik dan alleen maar bancaire statistieken.

Maar dat niet alleen.

DNB moet zich ook meer laten zien. ,,Nu het monetaire beleid onvermijdelijk meer in Frankfurt wordt geregeld, zouden centrale banken zich eigenlijk moeten ontwikkelen tot grote integriteitscentra'', vindt president Nout Wellink. Graag verhaalt hij over ,,de onschatbare kennis, ervaring en gezag op toezichtsgebied'' van DNB: ,,Je bent knettergek als je dat binnen deze instelling zou afbreken.''

Die bewoordingen gebruikt de president natuurlijk niet zomaar.

Want als de toezichtfunctie óók nog eens zou wegvloeien, welke fundamentele taken blijven er dan eigenlijk nog over voor de 1600 mensen aan het Frederiksplein? Met vrees wordt wel eens gekeken naar Engeland, waar een aparte toezichthouder werd opgericht, of naar Duitsland waar de minister van Financiën onlangs publiekelijk de overgebleven toezichthoudende taken van de Bundesbank ter discussie stelde. En DNB mag dan in de RFT ,,op een prima poldermanier'' (Schilder) samenwerken met de STE en de VK, voor je het weet, zo wordt binnen DNB gefluisterd, krijgt de politiek het op z'n heupen en wordt ook hier een aparte toezichthouder opgericht. Want hoe je het wendt of keert: drie verschillende toezichthouders in één financiële wereld leidt onherroepelijk tot versnippering.

Tijd dus voor profilering.

Bijvoorbeeld op de `Nationale carrièredagen', afgelopen februari in de RAI in Amsterdam. Een meer illustratieve schets van de overspannen arbeidsmarkt voor hoog opgeleiden is nauwelijks denkbaar. Duizenden studenten, de GSM bungelend aan de broekband, shoppen kritisch langs de kraampjes van voltallig ondernemend Nederland.

,,Heeft u ook een folder van uw optieregeling?''

Voor DNB is het de eerste keer dat de instelling zich zo aan potentiële werknemers presenteert, en ze moet ook wel, vertelt Jacqueline Rijsdijk, onderdirecteur personeel en organisatie: ,,De mensen die het grote geld willen, krijgen we niet. Maar voor afgestudeerden die wat voelen voor de publieke zaak en een inhoudelijke omgeving, is DNB een optie. Met name de toezichtsector is voor hen interessant.''

De DNB-stand (Rijsdijk, plagerig: ,,Heel wat flitsender dan die van de STE, toch?') speelt daarop in. `Integriteit. Autoriteit. Maatschappelijk relevant. Vooruit kijken', staan als aandachttrekkende streamers op een fotowand. Tijdens de bedrijfspresentatie onderstreept Monique van Schaik (28), werkzaam op de afdeling export- en importgaranties, dat het ,,fantastisch leuk' is om te werken ,,met superslimme mensen die niet bladibla-verhalen ophangen.'

Wat valt er eigenlijk te zeggen over de kwaliteit van het DNB-toezicht? Het is een vraag die, door de geheimhouding, nauwelijks te beantwoorden valt. Was de controle bij BBP bijvoorbeeld tekenend voor het wat ambtelijke toezicht? Of was het een incident?

Dat laatste, zo zegt men in de markt, waar DNB geen slechte naam heeft. ,,Ze zijn wat formeel, beetje inflexibel, maar inhoudelijk sterk. Ze zijn veel scherper dan de STE'', zegt een bankier.

Sierd de Wilde, verantwoordelijk voor het toezicht op kleinere banken, beleggingsinstellingen en wisselkantoren, glimlacht bescheiden: ,,Wij hebben ons gezag natuurlijk in decennia opgebouwd. De STE is net begonnen.'' Volgens De Wilde heeft de DNB-werkwijze (,,in strikt vertrouwen, in overleg met de instellingen en preventief gericht'') zijn waarde bewezen: ,,Niet voor niets hebben we in Nederland nauwelijks financiële schandalen gehad.'' En ook zijn collega Rinus van der Struis, onderdirecteur voor de toezichtafdeling voor de grote internationale banken, benadrukt het onderlinge overleg met banken: ,,Interne- en externe accountants kijken naar de cijfertjes, wat wij doen is vooral praten.'' En Jan Nijland, teamleider van de elf mensen die toezicht houden op ABN Amro: ,,Wij rennen niet om vijf voor vijf, zoals in Amerika, nog even binnen om de halve debiteurenportefeuille uit een kast te trekken. Wij zitten er niet voor naming and shaming.''

In overleg. Nederlandser kan het niet. Maar ergens ligt onvermijdelijk de scheidslijn tussen toezicht en commercie. Da's waar, erkent De Wilde, en wijst lachend naar het zitje in de hoek van zijn kamer ,,met stoelen waar je extra diep in wegzakt''. ,,In die stoelen hebben we soms een stevig gesprek. Als kleine banken bijvoorbeeld vanwege een investering de grote kostenpositie overschrijden, moeten ze terug in het hok.'' En Van der Struis: ,,Als het hard moet worden gespeeld, doen we het.''

Moest het bijvoorbeeld hard worden gespeeld in de recente World Online-affaire, de Internet-provider die mede door ABN Amro naar de beurs werd gebracht en waarbij de bank volgens critici onduidelijke passages in het prospectus toeliet?

Nu wordt het gevoelig.

Want dat goede overleg gaat alleen maar hand in hand met vertrouwelijkheid. En dus sluiten zich de lippen. Toen vorige week uitlekte dat er een apart onderzoek naar ABN Amro en de World Online-affaire liep, was het al heel wat dat de DNB-woordvoerder dat onderzoek bevestigde en cryptisch liet weten ,,dat we er een team op hebben gezet, zoals we dat meer doen bij emissies''. Waarna ABN Amro het DNB-onderzoek als ,,routine'' bestempelde. Wat overigens niet zo is. Maar daarover treedt DNB niet naar buiten. ,,Wij doen ons werk in stilte'', zeggen ze op het Frederiksplein. Al was het, voor de profilering, natuurlijk niet slecht dat nu bekend is dat ook DNB de World Online-affaire in de smiezen heeft.

Het heeft overigens iets paradoxaals. DNB controleert de banken, maar heeft aan de andere kant haar gezag aan diezelfde banken te danken. President Wellink: ,,Onze positie bestaat bij de gratie van de grote Nederlandse financiële instellingen. Die zijn, ook naar mondiale maatstaven, echt van belang. Wil je als Nederland iets op de wereldkaart blijven betekenen, dan moet je als toezichthouder ook sterk blijven.''

Maar zonder slag of stoot zal dat niet gaan, benadrukt Arnold Schilder. Net terug van een internationale vergadering bij het Basels Comité, schetst hij 's avonds in de hotelbar een volgens hem actueel probleem. Daarbij doelt Schilder op de grote Nederlandse conglomeraten die, naast een bancaire taak, ook andere activiteiten ontplooien, zoals verzekeringen: ,,Het toezicht op deze ondernemingen, zoals ING-groep, Fortis, SNS of NIB Capital, is niet meer van deze tijd. Daar kunnen we in het buitenland echt niet meer mee aankomen.''

Hij pakt het servetje onder zijn glas tomatensap en tekent de huidige structuur: een holding, met daaronder een bancaire poot, een verzekeringstak, deelnemingen in niet-financiële bedrijven en investeringen in het buitenland. ,,Wij houden toezicht op de bankpoot, de Verzekeringskamer (VK) op de verzekeringstak. Maar we hebben te weinig grip op het eigen vermogen van de holding. We kunnen ook geen controle uitoefenen op deelnemingen in niet-financiële bedrijven en dus ook niet beoordelen wat dat betekent voor de risicobeheersing. Dat zijn blinde vlekken en dat kan zo niet, er moet iets van dijkbewaking aan de top zijn.'' Schilder noemt een aantal ,,theoretische voorbeelden'' die slecht zouden kunnen uitpakken: ,,Stel, de holding neemt een belang in een telecom- of Internet-bedrijf en die tent gaat onderuit. Dat laat de financiële positie van de hele holding niet ongemoeid, er komt toch een zuigkracht op het vermogen en dus op de stabiliteit waar het ons in het toezicht juist om gaat. Voor deze situaties moeten duidelijke regels komen. Ik wil het daarbij niet over de peanuts hebben, maar ergens ligt natuurlijk wel een grens. Die moeten we markeren.'' Hij heeft ook al een plan ontwikkeld dat hij met de bedrijven wil bespreken: ,,Een proef waarbij teams van DNB, VK en eventueel ook STE gedurende twee jaar op holdingniveau gezamenlijk het toezicht op de onderneming gaan uitvoeren. Daarnaast kan het specifieke toezicht van DNB en VK gewoon blijven bestaan.''

Maar loopt de toezichthouder met de ontstane situatie niet per definitie achter de feiten aan? Schilder: ,,Dat is een beetje onze tragiek, maar daarom moeten de regels nog wel veranderen. Iemand moet het doen, en ik ben blij dat ik dat mag zijn.'' Vroeger, toen hij nog partner was bij de accountants van Price Waterhouse Coopers en extern de DNB-boeken controleerde, vond hij de centrale bank eigenlijk al een ,,geweldig instituut''. Had hij iets van: ,,dat ik u mag dienen''. Nu hij er zelf zit, gaat hij nooit meer weg. De overstap naar een commerciële bank maken, zoals zijn voorganger Tom de Swaan deed (,,binnen DNB een evident gevoelige zaak''), begrijpt hij, maar zou hij zelf nooit doen: ,,Ik blijf tot mijn pensioen.''

Laatst had een neefje hem nog gevraagd: oom Arnold, wat doet u nou eigenlijk? Hij had even moeten denken, maar toen de wedervraag gesteld of het neefje wel zeker wist dat hij zijn spaargeld altijd veilig bij de bank zou kunnen deponeren. Wie zou die bank in de gaten houden? Juist, oom Arnold. Tevreden had zijn neefje zich omgedraaid. Schilder: ,,In de kern is dat toch waar alles om gaat bij DNB. Nee, ik ben erg tevreden met mijn publieke taak.''

Dit is het laatste deel van een tweeluik over De Nederlandsche Bank. Het eerste deel stond in het Zaterdags Bijvoegsel van 8 april.