Tekort aan mankracht werpt schaduw over groei

In een jaar tijd is het pessimisme over de economie omgeslagen. Maar problemen op de arbeidsmarkt liggen op de loer.

,,Kwartjeswerk'', constateert een ambtenaar van het ministerie van Financiën tevreden als hij het Centraal Economisch Plan (CEP) onder ogen krijgt. En inderdaad, de definitieve versie van het CEP verschilt nauwelijks van de drie weken geleden uitgelekte voorlopige cijfers. De groei blijft onverminderd hoog, de meevallers blijven binnenstromen en het begrotingstekort lijkt definitief weggewerkt.

De komende twee jaar zal de economie met meer dan drie procent per jaar blijven groeien, 4 procent dit jaar en 3,5 procent in 2001. De uitgavenmeevallers zullen ongeveer 3,5 miljard gulden per jaar bedragen, de inkomstenmeevallers dit jaar 12 miljard en volgend jaar 18 miljard. De werkloosheid zal verder afnemen en voor het eerst sinds de jaren zeventig onder de 200.000 personen komen (2,75 procent van de beroepsbevolking). De staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product zal dit jaar, ook voor het eerst, onder het Europese criterium van 60 procent zakken.

De cijfers van het Centraal Planbureau zullen het debat over de zogenoemde Voorjaarsnota bepalen. Waar vorig jaar bezuinigingen nog schering en inslag waren als gevolg van onder meer de Azië-crisis, tegenvallende kosten voor de opvang van asielzoekers en een miljardenstrop door de wateroverlast, zal dit jaar de discussie vooral gaan over de verdeling van extra geld.

Inmiddels zijn die vele miljarden al vele malen verdeeld. Zowel de departementen als de politieke partijen hebben de afgelopen maanden duidelijk gemaakt hoe zij willen dat het land profiteert van de aanhoudende economische groei.

Het is een rooskleurig toekomstbeeld, maar tegelijk signaleert het CPB een aantal risico's. ,,De toenemende onevenwichtigheden in de economie van de Verenigde Staten kunnen in korte termijn tot ontlading komen'', waarschuwt het bureau. En: ,,Binnenlands schuilt het belangrijkste risico op de arbeidsmarkt, waar specifieke knelpunten aanleiding zouden kunnen vormen voor algemene loonstijgingen.''

Dat de knelpunten op de arbeidsmarkt als serieuze rem op de economische groei kunnen worden gezien, wordt nog eens benadrukt doordat het planbureau een volledige bijlage wijdt aan de arbeidsmarkt. De oorzaak van de krapte is simpel, aldus onderzoekers. ,,Doordat de groei van de werkgelegenheid al vijf jaar de groei van het arbeidsaanbod overtreft, raakt de effectieve arbeidsreserve voor veel beroepsgroepen uitgeput.'' Het planbureau constateert voorzichtig dat de omvang van de zogenoemde natuurlijke werkloosheid (het aantal werklozen bij evenwicht op de arbeidsmarkt) inmiddels boven de reële werkloosheid ligt. Anders gezegd: er zijn al minder werklozen dan op basis van de economische statistieken mag worden verwacht.

,,De beleidsuitdaging is helder'', aldus het CPB. De gunstige economie biedt een unieke kans om het aantal inactieven terug te dringen door de arbeidsparticipatie te vergroten. Dat is ook nodig om de dreigende loonexplosie als gevolg van de krappe arbeidsmarkt te beteugelen. Het CPB voorziet voor volgend jaar dan ook een loonstijging van 2,75 procent.

Het CPB rechtvaardigt deze betrekkelijk lage inschatting ook door te verwijzen naar de lastenverlichting die gepaard gaat met de invoering van het belastingplan.

De oplossing kan deels gevonden worden in bestaand beleid, maar deels is ook nieuw beleid nodig, constateert het planbureau. Investeren in kinderopvang, minder WAO'ers, het langer laten doorwerken van oudere werknemers, de invoering van een belastingvoordeel voor laagbetaalde banen: dat allemaal draagt op den duur bij aan het vergroten van het arbeidsaanbod. Daarnaast is volgens het bureau ook op kortere termijn actie nodig. Minder strenge opleidingseisen bijvoorbeeld, zodat ook lager geschoolden snel aan de slag kunnen. Het CPB stelt concreet voor de opleidingsduur voor artsen te verkorten.

Zoals gebuikelijk houden de rekenmeesters van de overheid zich op de vlakte als het gaat om politieke kwesties. De voors en tegens van versnelde aflossing van de staatsschuld worden wel genoemd, maar een oordeel blijft uit.

Wel schrijft het CPB dat extra uitgaven en lastenverlichting de conjuncturele spanning, die vooral op de arbeidsmark voelbaar is, verder kunnen doen oplopen. De krapte op de arbeidsmarkt en de steeds grotere vraag kunnen leiden tot oververhitting van de economie. ,,De politiek staat voor de lastige taak om de micro-economische noden recht te doen zonder onnodige macro-economische risico's te nemen'', aldus het CPB.

Minister Zalm (Financiën) zal het Centraal Economisch Plan de komende dagen instemmend bekijken. De wensenlijstjes van de departementen, die de uitgavenruimte ruim vijf keer overtreffen, kunnen op basis van deze stukken grotendeels van de hand worden gewezen. Maar tussen de realiteit van de harde cijfers en de politieke wenselijkheid van extra uitgaven en lastenverlichting zit een wereld van verschil, arbeidsmarktproblemen of niet.