Pensioenwinst hoogste sinds '93

De pensioenbeheerders hadden vorig jaar hun beste jaar sinds 1993: een rendement van ruim 16 procent. Ofwel zo'n 140 miljard gulden. Ook de aandeelhouders pikken een graantje mee van het werknemerspensioen.

Aandelenminnaars zijn winnaars. Op de jaarlijkse lijst met rendementen van meer dan 100 Nederlandse pensioenfondsen bezetten de beheerders met grote aandelenbeleggingen voor de vijfde achtereenvolgende maal de topposities.

Onder de winnaars zijn het pensioenfonds van Nestlé (22,8 procent rendement; 59 procent vermogen in aandelen), Shell (28 procent; 72 procent van vermogen in aandelen), en Unilever (25,1 procent; 62 procent in aandelen).

Gemiddeld verdienden de pensioenfondsen vorig jaar 16,3 procent op hun beleggingen, en 14,9 procent de laatste vijf jaar, zo blijkt uit cijfers die het financiële adviesbureau WM Company over de sector heeft samengesteld. Alleen in 1993 (21,7 procent) verdienden zij meer.

De uitersten waren in 1999 echter nooit zo groot, constateert WM Company: tussen 0,8 procent en 31,3 procent. De namen van deze extreme presteerders komen overigens niet voor op de lijst met pensioenfondsen die nu al hun cijfers publiek bekendmaken.

Samen beleggen de pensioenbeheerders 966 miljard gulden, waarvan voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft in aandelen. Als groep zijn zij de grootste belegger in aandelen van Nederlandse bedrijven en hun rendementen beïnvloeden vrijwel elk huishouden: negen van de tien werkende Nederlanders bouwt bij zijn werkgever een aanvullend pensioen op, boven staatspensioen AOW.

In het gemiddelde rendementscijfer zit niet het resultaat van de twee grootste fondsen, ABP (voor werknemers bij overheid en onderwijs; 325 miljard gulden beleggingen) en PGGM (werknemers in zorg en welzijn; 111 miljard gulden). Hun rendementen zouden anders het gemiddelde van de sector uit het lood slaan.

PGGM, die vier jaar geleden zijn beleggingsbeleid radicaal wijzigde om meer in aandelen te beleggen (nu: 61 procent van het vermogen), behaalde 22,7 procent. Met zulke rendementen wordt het steeds moeilijker om de aangesloten werkgevers en werknemers de gestage verhoging van de pensioenpremies te verkopen.

ABP, die inmiddels 40 procent van het vermogen in aandelen belegt, boekte een rendement van 10 procent. Dat moet voor minister Zalm van Financiën een teleursteling zijn: een premieverlaging voor de overheid als werkgever is met dit rendement niet gemakkelijk te realiseren. Aan de verdeling van het vermogen over de beleggingscategoriën aandelen, effecten met vaste rente en vastgoed kan het lage rendement van ABP niet liggen. Diverse pensioenfondsen die ook 40 procent in aandelen hebben belegd, boeken hogere rendementen.

Dat roept de vraag op hoe goed de pensioenfondsen eigelijk beleggen. Vorige maand constateerde M. Schweitzer in een proefschrift dat de pensioenfondsen stelselmatig achterblijven bij de stijging van de beursgraadmeters van de aandelenmarkt. Dat was ook vorig jaar zo: de graadmeter van de mondiale aandelenbeurzen (MSCI index) steeg met 45,6 procent, de pensioenfondsen haalden gemiddeld 41,4 procent.

Hoge rendementen bij de pensioenfondsen zijn niet alleen plezierig voor werknemers en gepensioneerden, ook de aandeelhouders varen er wel bij. De pensioenpremies die werkgevers als ,,uitgesteld loon'' betalen zijn onderdeel van de personeelskosten. Lagere pensioenlasten stimuleren de winstgevendheid.

De fondsen die stelselmatig hoge rendementen boeken, zoals Shell, Philips en Unilever, betalen geen pensioenpremies meer. Dat blijft, gezien deze rendementen, nog wel even zo. Philips en Unilever krijgen ook overschotten uit het pensioenfonds terug die uitgaan boven de pensioenverplichting plus buffers tegen koersfluctuaties op de financiële markten.

Hoe groot die invloed van het pensioenfonds als winstmaker kan zijn, bleek onlangs uit becijferingen van analist L. Blom van Financiële Diensten Amsterdam voor post- en vervoerbedrijf TPG. Vorig jaar boekte het fonds een rendement van meer dan 23 procent, de buffers stijgen tot meer dan 150 procent van de pensioenverplichtingen. Blom acht een teruggave van kapitaal uit het fonds aan de werkgever mogelijk, maar wellicht eerder nog een korting op de pensioenpremie.

In 1998 betaalde TPG 107 miljoen euro aan pensioenpremies, oftwel 22 eurocent per aandeel. De nettowinst was toen 372 miljoen euro.