Peilingen vaak slordig

RTL-nieuws, NOS-radio, NOS-televisie, allemaal presenteerden ze gisteren hun eigen peilingen over koningin Beatrix. Wie ze goed bekijkt wordt er weinig wijzer van.

Politici gebruiken het woord in toenemende mate: beeldvorming. Een ongrijpbaar begrip, dat betrekking heeft op meningen die zich vormen en vastzetten in media. Vaak zijn `de meningen' ontleend aan het Nederlandse volk, waarbij deze opvattingen eerst door media zijn opgewarmd, waarna het volksgevoel als objectief gegeven in diezelfde media terechtkomt.

Opiniepeilingen over de monarchie in het algemeen en koningin Beatrix in het bijzonder duikelen dezer dagen over elkaar heen. Het begon anderhalve week geleden in het aprilnummer van het Historisch Nieuwsblad, dat 152 Nederlanders om hun mening had gevraagd: 89 vrouwen en 63 mannen.

Algemene conclusies over het opinieklimaat in Nederland kunnen aan deze enquête niet worden verbonden. Daarvoor zou de mening van vijf- à zeshonderd Nederlanders moeten zijn gepeild, met een gelijke verdeling van mannen en vrouwen. Niettemin sijpelden `exacte gegevens' uit het Historisch Nieuwsblad door naar andere media, waarbij onder meer werd gesteld dat slechts 1,3 procent van de ondervraagden (2 van de 152) de koningin `sympathiek' zeiden te vinden. Zij kozen dit woord als antwoord op de vraag: `Kunt u Beatrix in één woord karakteriseren?' Zowel wegens de omvang van de ondervraagde populatie als wegens de aard van de (open) vraag mag niet worden geconcludeerd dat de populariteit van de koningin tanende is. Niettemin trok het Historisch Nieuwsblad die conclusie wel, verwijzend naar opiniepeilingen uit 1996 en 1999.

De discussie brak vrijdag los met het optreden van D66-leider De Graaf in RTL-nieuws. De redactie onderbouwde zijn betoog met een opiniepeiling onder Kamerleden. Die ontvingen onlangs een enquêteformulier met vragen over de invloed van koningin Beatrix en de wenselijkheid van een `politieke discussie' over de monarchie dat zij anoniem mochten terugsturen. Van de 150 Kamerleden hadden 41 parlementariërs het formulier teruggestuurd. ,,Een meerderheid van 21'' (RTL) sprak zich uit voor het gekozen staatshoofd en tegen de ,,te grote invloed'' die de koningin zou hebben op het regeringsbeleid.

,,Als je zo de stemming peilt, mag je dus haast concluderen dat er naast D66 ook wel bereidheid is bij andere partijen om de discussie [over de monarchie] volop te voeren'', stelde de RTL-verslaggever. Onvermeld bleef wat de politieke kleur is van de Kamerleden die aan de enquête hebben deelgenomen. Als de `anti-Oranjemeerderheid' vooral te vinden zou zijn bij het CDA en de VVD, dan is dat een wezenlijk ander gegeven dan wanneer deze moet worden gezocht in de kring van de PvdA, D66, GroenLinks en de SP. RTL deed hierover geen uitspraak.

Het Nederlandse volk was dit weekeinde en afgelopen maandag aan de beurt om zijn mening over de monarchie te geven. Het bureau Interview.NSS verwerkte de opvattingen van 502 staatsburgers, de NOS-afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van 429 `respondenten' en het NIPO van een kleine duizend. Uit deze drie peilingen viel af te leiden dat omstreeks tweederde van de Nederlanders niets wil veranderen aan de taken en bevoegdheden van het staatshoofd, terwijl omstreeks een kwart van het volk de `macht' (NOS) dan wel `invloed' (NIPO, Interview) wil terugdringen.

Gemeten naar de maatstaven van wetenschappelijk onderzoek geeft dit een redelijk consistent beeld van de opvattingen die dezer dagen heersen over de monarchie. Maar conclusies over afnemende of toenemene waardering voor `Oranje' zijn hieruit niet te trekken. Voor deze vergelijking zou onderzoek uit eerdere jaren met exacte dezelfde vraagstelling nodig zijn, wat slechts beperkt beschikbaar is. Verder zegt het actuele onderzoek weliswaar ook veel over de mening die vandaag heerst, maar weinig tot niets over de mening van volgende maand of over een half jaar. Nederlanders wordt vaak om hun mening gevraagd als opinion leaders zich al stevig hebben geroerd. Wie in `stille tijden' over hetzelfde onderwerp in het land rondbelt, kan heel andere antwoorden verwachten.

    • Gijsbert van Es