Onsamenhangende improvisaties uit Overtoomse Veld

Regisseur Liesbeth Coltof van Huis aan de Amstel wil geëngageerd theater maken, zonder te vervallen in sociaal-realisme. Ze maakte Thuis, een mooi vijfluik op locatie in een Bijlmerflat, waarin het net leek alsof je bij de bewoners op de thee was. Voor Bijna was ik goed bracht Coltof met haar spelers enige tijd door tussen zwakzinnigen. Dat leverde een montagevoorstelling op die weliswaar bijzonder was, maar vooral onsamenhangend en onbegrijpelijk. Voor haar nieuwe jongerenproductie 5 geen sprookje deden Coltof en haar acteurs veldonderzoek in de Amsterdamse probleemwijk Overtoomse Veld.

In opzet lijkt 5 geen sprookje op Bijna was ik goed. Coltof en haar acteurs maakten een collage van teksten en improvisaties geïnspireerd op het verblijf tussen probleemjongeren in snackbars, kookclubs, op scholen, en bij de reclassering. De inleiding is een opsomming van winkels, straten en verkeersborden die door het raampje van tram 1 zijn te zien. Daarna wisselen de acteurs impressies van de wijk uit, alsof zij elkaar na een dag slenteren weer tegenkomen. Het doet denken aan de gesprekken tussen de door Berlijn dwalende engelen in de film Der Himmel über Berlin.

In snelle, steeds abrupt afgebroken sketches spelen de vier acteurs jongeren die in de problemen zitten. Twee jongens gaan op de vuist, een meisje met blonde krullen schreeuwt `STIL!' tegen haar pop, een babbelzieke leerling komt niet mee op school, twee meisjes helpen elkaar met Nederlandse woordjes leren: ,,Beheersen: de baas zijn over. Voorbeeld: dat meisje besmet... eh... beheerst de hele klas.'' Daarnaast laten ze wensdromen zien, zaken die nog enige waarde aan het leven geven. Een jongen met een cape en zwartgeschminkte ogen playbackt Queen voor de spiegel; een meisje fantaseert over een ontmoeting in het Labyrinth met de Minotaurus, een vrouw geeft les over Voerman en Allebé, negentiende-eeuwse schilders naar wie straten in Overtoomse Veld zijn genoemd.

Het is heel moeilijk om enig verband tussen de verschillende scènes te zien, en om aandachtig te blijven kijken. De scènes op zich zijn moeilijk of niet te duiden, zeker zonder enige voorkennis. Het verband tussen veldonderzoek en voorstelling blijkt vooral uit de interviews die Coltof over dit project gaf, niet uit het toneelstuk zelf. Sommige scènes zijn best leuk, maar de meeste zijn vage halfproducten die in de improvisatiefase zijn blijven steken. De voorstelling eindigt met een vrolijke samenzang tijdens de afwas, waarbij mensen uit het publiek mogen afdrogen. Heel feestelijk en aanstekelijk, maar ook naar de functie van deze finale blijft het gissen. 5 geen sprookje is vooral een onbegrijpelijke brei, waarin het stuk toch nog op het echte leven lijkt.

Voorstelling: 5 geen sprookje van Huis aan de Amstel. Regie en concept: Liesbeth Coltof. Gezien: 2/4 Huis aan de Amstel Theater, Amsterdam. Tournee t/m 10/6. Inl. 020-6229328