Nieuwe meisjes

Er bestaat een stevige traditie van onderzoek naar de manier waarop ouders, vooral moeders, zich onderhouden met hun zoons en dochters. Het gaat hierbij niet zozeer om het aanbieden van autotjes dan wel barbiepoppen als speelgoed dat het kind in een bepaalde richting duwt, maar om veel subtielere interactiemechanismes, die juist omdat ze zich grotendeels onbewust voltrekken, een veel zwaarder stempel drukken op de ontwikkeling van een baby tot jongen of tot meisje. Volgens de theorie van de seksespecifieke opvoeding reageren moeders coulanter op gehuil van meisjes, wordt er met kleine meisjes meer gepraat dan met kleine jongetjes en krijgen jongetjes meer aanmoediging in verkennend en zelfstandig gedrag.

Al deze verbanden zijn onderzocht aan de hand van het aantal minuten dat moeders baby's laten huilen of de tijd die ze aan troosten besteden, of zelfs de toonhoogte waarmee ze tegen kleuters spreken en ik geloof er eigenlijk helemaal niets van. De verschillen in opvoedingsstijl tussen moeders (de snelheid waarmee ze op hun kind reageren, de tolerantie voor vervelend gedrag, de afstemming van eigenbelang en kindbelang) zijn zo groot dat het eventuele verschil tussen meisjes- en jongensbenadering daarbij in het niet valt. Als een moeder zegt: ik doe niet anders tegen mijn zoontje dan tegen mijn dochtertje, dan geloof ik dat onmiddellijk, al was het maar omdat ik zelf bij mijn beste weten dat verschil ook niet maak. Wat niet betekent dat de moeder-kindverhoudingen binnen een gezin inwisselbaar zijn – tenslotte legt de persoonlijkheid van het kind zelf ook flink wat gewicht in de schaal, in ieder geval meer dan de sekse.

We veroordelen dochters niet meer tot de afwas, terwijl de zonen lekker buiten mogen voetballen. We zeggen niet meer tegen een meisje: `voor jou is de mavo goed genoeg', terwijl de jongens naar het vwo worden gedreven. We leren jongens en meisjes breien en timmeren. Probleem opgelost. Of toch niet helemaal?

Laatst kwam ik te spreken met iemand die overwoog om haar 18-jarige dochter na het eindexamen een jaar naar het buitenland te sturen, Amerika misschien of Engeland, `om een beetje rond te kijken en zich te oriënteren op wat ze wilde gaan doen in het leven'. ,,Zou je dat nou wel doen'', zei ik, ,,voordat je het weet blijft ze hangen aan de een of andere man, wil ze niet meer terug, ben je haar kwijt, of komt ze wel terug en dan krijg je zo'n moeizame transatlantische verhouding, die dan toch weer verzuurt, een recept voor ellende!''

Ik schrok zowaar van mijn eigen reactionaire seksisme. Zou ik hetzelfde hebben gezegd wanneer het over een jongen ging? Vooropgesteld dat ik in het algemeen niet zoveel zie in vrijblijvend rondkijken door 18-jarigen (dat is meer iets voor na je pensioen), lijkt me zo'n onderneming voor meisjes inderdaad riskanter dan voor jongens. Dat komt door de liefde. Meisjes van achttien hebben de neiging zich te verslingeren. Jongens van achttien misschien ook wel, maar het verschil is dat ze minder succes hebben. Elk 18-jarig meisje dat er maar enigszins aantrekkelijk uitziet (dat zijn ze dus bijna allemaal) wordt begeerd door jongens/mannen van 16 tot ten minste 40. Een 18-jarige jongen heeft lang niet zoveel keuzemogelijkheden, zeker niet als hij hoogopgeleid en aan de verlegen kant is. Als een meisje zich verslingert, krijgt ze het object van haar liefde in bed, geen twijfel over mogelijk. Als een jongen zich verslingert, is dat nog maar helemaal de vraag. Met als gevolg dat het voor veel 18-jarige meisjes heel gewoon is tot over hun oren in de relatieproblematiek te zitten, terwijl 18-jarige jongens vooral veel ervaring hebben met mislukte aanlooppogingen de burcht te bestormen. Maakt het uit of al dit gedoe in het buitenland plaatsvindt of in je eigen land? Ja, want het buitenland maakt elke ervaring pregnanter.

En de kom-maar-op-of-rot-maar-op-mentaliteit dan, waarmee moderne grrls, naar het schijnt, hun seksuele verhoudingen bestieren? Die kun je wel om een boodschap sturen naar het buitenland. Het gekke is dat ik nog nooit zo'n grrl ben tegengekomen. Net zo min als in seksespecifieke opvoeding geloof ik in het bestaan van grrls.

    • Beatrijs Ritsema