Indicaties voor renteverhoging

De pijlen in het Eurogebied wijzen in de richting van een verdere renteverhoging door de Europese Centrale Bank (ECB) op korte termijn. De inflatie heeft inmiddels de bovengrens van de doelstellingsmarge van 0 tot 2 procent bereikt, terwijl de groei van de geldhoeveelheid, die in februari met 6,2 procent ver boven de referentiewaarde van 4,5 procent uitkwam, doet vermoeden dat het tempo waarin de prijzen stijgen zal versnellen.

Langzaam begint de verwachting van een renteverhoging in de geldmarktrente te kruipen. De daggeldrente ligt momenteel ongeveer 15 basispunten boven de refi-rente van 3,5 procent, die de Europese Centrale Bank de banken in rekening brengt voor haar kredietverlening. Hiermee is het voor banken goedkoper om te lenen bij de ECB dan in de markt.

Uit de forse inschrijving op de herfinancieringsfaciliteit blijkt dat banken voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. In de verslagweek schreven maar liefst 826 partijen in voor een bedrag van 2.869 miljard euro. Het Eurosysteem wees hiervan slechts 1,7 procent toe. Daarmee verving het een oude herfinancieringstransactie met een 4 miljard euro lagere nieuwe transactie.

Deze verkrapping was mogelijk door de ruime positie van banken bij de ECB. Met een gemiddelde aanhouding van 111,5 miljard euro op de reserverekening, overschrijden de financiële instellingen ruimschoots de reserveverplichting van 108,7 miljard euro.

Bovendien was de op handen zijnde verruiming door betalingen van ambtenarensalarissen en pensioenen door de Italiaanse en Spaanse overheid reden voor verlaging van de herfinancieringstransactie. Deze betalingen komen tot uitdrukking in de post schatkistsaldi die met 5,5 miljard euro afnam.

Slechts inkomsten en uitgaven van de Italiaanse en Spaanse overheden leiden tot noemenswaardige veranderingen in deze post. Andere landen, zoals Nederland en Duitsland, voeren namelijk beleid om het saldo dat zij bij de centrale bank aanhouden zo stabiel mogelijk te houden. Extra inkomsten of uitgaven worden direct in de markt weggezet of via de markt geleend. Tot slot verruimde de geldmarkt door de afname van de depositofaciliteit met 1 miljard euro.

Naast de lagere basisherfinancieringstransactie compenseerde de geldmarktverkrappende toename van het aantal bankbiljetten in omloop (met 3,1 miljard euro) de bovengenoemde verruimende mutaties. Per saldo nam de positie van de banken bij het Eurosysteem met 2,1 miljard euro toe.

Bron: ING Economisch Bureau