Hof: asielzoekers niet zomaar terug

Het terugsturen van asielzoekers naar lidstaten van de Europese Unie, op basis van het verdrag van Dublin, wordt vertraagd door een recente uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Het Hof heeft bepaald dat asielzoekers niet zomaar mogen worden teruggestuurd naar het eerste EU-land waar ze aankwamen. EU-landen mogen er van het Hof niet op vertrouwen dat andere lidstaten zullen handelen in overeenstemming met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit moet eerst worden getoetst, hetgeen nu niet gebeurt. Bovendien blijft een EU-land dat een asielzoeker terugstuurt naar een andere lidstaat verantwoordelijk, aldus het Hof.

,,Deze uitspraak legt een bom onder het verdrag van Dublin'', zegt mr. T. Spijkerboer van het Centrum voor Migratierecht van de universiteit Nijmegen. Volgens het verdrag van Dublin kunnen asielzoekers worden teruggestuurd naar een EU-land waar zij eerder asiel hebben aangevraagd, of dat hadden moeten doen. In Nederland waren in 1998 en 1999 in totaal bijna 10.000 zogeheten Dublin-claimanten, asielzoekers die volgens Nederland terug moeten naar een ander EU-land.

De uitspraak van het Hof betekent volgens Spijkerboer dat Nederland bij alle asielzoekers die een redelijke kans op een verblijfsvergunning hebben, moet bekijken of het land waarnaar zij worden teruggestuurd niet zal handelen in strijd met het mensenrechtenverdrag. ,,Nederland blijft verantwoordelijk, mag zich niet verschuilen achter een ander EU-land en moet dus telkens een inhoudelijke toets uitvoeren'', aldus Spijkerboer. De uitspraak van het Europese Hof zorgt voor ,,een extra hobbel'', zegt B. Olivier, van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken. ,,De procedure wordt moeizamer en langzamer.''