`Gemeenten onder armoedegrens'

Een aantal plattelandsgemeenten zal onder de `armoedegrens' komen, als minister De Vries (Binnenlandse Zaken) deze gemeenten niet tegemoetkomt bij de vernieuwing van de uitkeringen uit het Gemeentefonds. Dat wil zeggen dat deze gemeenten hun belastingen zodanig moeten verhogen om de bestaande voorzieningen op peil te houden, dat ze boven de norm van artikel 12 van de Gemeentewet komen en dus onder curatele van het rijk moeten worden gesteld.

Dat blijkt uit een onderzoek dat de gemeente Oostburg heeft laten verrichten door accountantskantoor Ernst & Young met het oog op de voorstellen voor de nieuwe herverdeling van het Gemeentefonds. Oostburg heeft de bevindingen uit het rapport in een brandbrief aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken in de Tweede Kamer gestuurd. De commissie overlegt morgen met de minister.

Veranderen de plannen niet, dan zullen verscheidene gemeenten worden gedwongen bepaalde belastingen met honderd procent of meer te verhogen, willen zij hun voorzieningen op hetzelfde peil houden. Deze gemeenten hebben verhoudingsgewijs een groot oppervlak en zijn nogal eens bovengemiddeld vergrijsd. Aan het onderhoud van het grondgebied zijn zij relatief veel geld kwijt en bovendien vergen de ouderen in de gemeenten meer zorg en dus geld.

Niet alleen Oostburg, dat bij de eerste ronde in 1997 al voor ruim drie miljoen gulden werd gekort en nu nog eens met een vermindering van een kleine miljoen gulden wordt geconfronteerd, ook Zundert, Terschelling, Franekeradeel, Sluis-Aardenburg, Zeewolde en Schouwen-Duiveland dreigen zwaar te worden getroffen. Het gaat hierbij om een steekproef onder een beperkt aantal gemeenten. Hoewel het rijksbeleid lastenverlichting voorstaat, heeft de maatregel voor plattelandsgemeenten precies het tegenovergestelde effect, zo schrijft Oostburg, dat de onroerend-zaakbelasting (OZB-tarieven) moet verdubbelen om `bij kas' te kunnen blijven.

Niet alleen een aantal plattelandsgemeenten dreigt in de problemen te komen door de nieuwe verdeelsleutel, maar ook een aantal kleinere gemeenten met relatief grote industriële complexen.

Het gaat daarbij om gemeenten als Terneuzen (Dow Chemical), Geleen (DSM), Velsen (voormalige Hoogovens) en Zoeterwoude (Heineken). Een gemeente als Terneuzen dreigt bij de toedeling van gelden uit het Gemeentefonds op een totale uitkering van 45 miljoen gulden voor 1,7 miljoen te worden gekort als gevolg van een andere waardering van industriële complexen voor de OZB.