Football als metafoor van samenleving

De bal is niet rond bij American football, dus bedienen sportcommentatoren zich in de Orange Bowl van andere clichés, zoals: ,,Any given Sunday anything can happen''. Regisseur Oliver Stone speelt zelf zo'n reporter in een fel gekleurd jasje in zijn twee en een half uur durende film Any Given Sunday, een overrompelende kaleidoscoop van beelden en geluiden in en buiten het stadion. Er kwamen maar liefst vier editors te pas aan de wervelende montage van een film die niet alleen over een spectaculaire sport gaat.

De tegenstelling tussen een ouderwetse coach (Al Pacino) en de jonge eigenaresse (Cameron Diaz) van zijn fictieve team, de Miami Sharks, staat immers ook voor de verwarring in de hele Amerikaanse samenleving: in hoeverre zijn Amerikaanse tradities en rituelen nog bestand tegen nieuwe waarden, zoals het optimaliseren van de winst door big business? Is er, zoals Pacino beweert, `iets dat belangrijker is dan winnen'? In het gecompliceerde scenario van Any Given Sunday zijn het de vrouwen die het verst gaan in de puur materialistische benadering. Niemand minder dan de conservatieve Republikein Charlton Heston speelt de deus ex machina, de voorzitter van de sportbond, die Diaz weet af te stoppen in haar winstbejag. Het kan geen toeval zijn dat de liberaal Stone eerder Heston laat zien in een fragment uit Ben Hur, in een listige montage verweven met de moderne slavenhandel in zwarte topspelers.

Stone lijkt niet goed meer te weten of hij nu heimwee moet hebben naar het Amerika van zijn vader (op wie de effectenhandelaar in Wall Street gebaseerd was) of de chaos en volatiliteit van het heden moet omarmen. Die tegenstelling krijgt ook briljant gestalte in de vormgeving van Any Given Sunday, net als Stone's U-Turn en Natural Born Killers wankelend tussen het ritme van videoclip, televisie en digitale cameravoering en meer traditionele epiek.

Any Given Sunday begint en eindigt met een lange rapsodie van wedstrijdbeelden, die ook voor wie niets begrijpt van American football, enerverende, spannende cinema oplevert. Maar de hele film door valt er steeds iets te beleven, op de geluidsband door de confrontatie van allerlei muzikale subculturen, en in beeld door het soms heel terloops alleen visueel loslaten van informatie. Stone doet met zijn film voor football wat Scorsese deed voor de maffia in GoodFellas en Casino, en Altman voor country-muziek in Nashville: een filmmonument oprichten, dat niet alleen aantrekkelijk is voor de kenners en liefhebbers van zo'n specifiek stukje Amerikaanse mannencultuur.

De vrouwen mogen van Stone dan de schurkenrol toebedeeld krijgen, misschien krijgen juist daarom de actrices de kans te excelleren. De neergang van de geblesseerde veteraan Dennis Quaid valt niet af te lezen aan zijn eigen gezicht, maar aan dat van zijn vrouw (Lauren Holly) op de tribune, doodsbang dat ze haar welstand zal verliezen. En Ann-Margret is schitterend als alcoholistische weduwe.

Any Given Sunday. Regie: Oliver Stone. Met: Al Pacino, Cameron Diaz, Jamie Foxx, Dennis Quaid, James Woods, Matthew Modine, Ann-Margret, Charlton Heston, LL Cool J, Aaron Eckhart, Lauren Holly, John C. McGinley, Elizabeth Berkley, Jim Brown, Lawrence Taylor, Oliver Stone. In: 27 theaters.