Wettelijk beschermde vogels niet veilig

Een beschermde status voor een vogelgebied leidt niet altijd tot betere leefgebieden voor vogels. De Westerschelde is een voorbeeld.

De Westerschelde staat volgens de Vogelbescherming bij publiek en politiek ten onrechte vooral bekend als een bak met brak water voor de schepen die naar de haven van Antwerpen moeten. Veel te weinig wordt het gebied als een waardevol natuurgebied gezien, bij uitstek interessant door de vogelpopulatie.

Vooral het gebied grenzend aan de monding van de Schelde, het Verdronken Land van Saeftinge, is de moeite van het beschermen waard: een uniek brakwatergetijdengebied dat zich met moeite handhaaft tegen de bedrijvigheid in de Antwerpse haven. Op de schorren, slikken en dijken leven vogelsoorten die een relatief groot deel vormen van de totale populatie van de soort in Nederland. Vooral voor de grauwe gans, de pijlstaart en de lepelaar is de Westerschelde van belang, maar ook smient, bergeend, zilverplevier, scholekster, wulp, kluut en rosse grutto doen het er goed. Het Verdronken Land van Saeftinge ontstond in de zestiende eeuw, toen het ingepolderde land onderliep door overstromingen en het kreeg zijn definitieve bestemming toen in 1583, bij de val van Antwerpen, de geuzen de zeedijken doorstaken.

De Westerschelde is onlangs door de internationale vogelorganisatie BirdLife International uitgeroepen tot Important Bird Area (IBA). De internationale organisatie publiceerde vorige week een boek waarin 3.600 van zulke IBA's in heel Europa beschreven worden. Deze gebieden beslaan ongeveer 7 procent van de totale oppervlakte van Europa. Het gaat vooral om wetlands, bosgebieden, graslanden en artificiële landschappen die sterk onder invloed van de mens staan. Het is volgens BirdLife van groot belang deze gebieden te beschermen, omdat hier de bedreigde of in aantallen afnemende vogelsoorten zitten. Volgens BirdLife wordt bijna 40 procent van alle Europese vogelsoorten in hun voortbestaan bedreigd.

Ook in de Westerschelde komen veel vogelsoorten in de verdrukking. Het gebied heeft volgens natuurbeschermers sterk te lijden onder de expansiedrift van de Antwerpse haven. De belangrijkste oorzaken zijn de huidige verdieping van de vaargeul in de Westerschelde en de uitbreiding van de haven van Antwerpen met dokken en containerterminals. Ook zijn er plannen van de Zeeuwse havenbedrijven om een containerterminal aan te leggen aan de noordelijke oever van de Westerschelde tussen Borssele en Vlissingen. De vele windmolenparken dragen in al hun milieuvriendelijkheid evenmin bij aan de rust in het leefgebied van de vogels. En vogelbeschermers laken het voornemen van het waterschap Zeeuwse Eilanden om buitendijkse onderhoudswegen open te stellen voor publiek, waardoor op en rond de dijk rustende en foeragerende vogels verjaagd worden.

Na de Waddenzee en de Oosterschelde is de Westerschelde het belangrijkste vogelgebied van Nederland. Om de vogels te beschermen, vinden de Belgische en Nederlandse milieuverenigingen, moeten de ambities van de haven van Antwerpen in toom worden gehouden. De vogelbeschermers maken zich grote zorgen over de effecten van de verdieping van de vaargeul op het ecologische evenwicht in het gebied. Dat er veel schorren, slikken en ondiepten door de werkzaamheden zouden verdwijnen was al bekend en betreurd, maar de vraag is bovendien hoe het bodemzand zich door het uitdiepen zal gedragen en wellicht nevengeulen gaat verzanden. Wat straks van het estuarium overblijft, zo wordt gevreesd, is alleen een soort kanaal dat permanent op diepte moet worden gehouden voor de steeds grotere containerschepen. Het schrikbeeld is voor de vogelkenners de teloorgang van het estuarium van de Franse Seine.

In de jaren zeventig werd de Westerschelde al eens verdiept, dit jaar moet na drie jaar de tweede uitdieping van de vaargeul zijn afgerond, er liggen al plannen voor een derde verdieping. Laat reders meebetalen aan de kosten voor de uitbreiding van de haven en de daarmee samenhangende infrastructuur in het achterland, zeggen de natuurbeschermers. En nog meer containerterminals en dokken? Er is ruimte genoeg op de huidige haventerreinen, uitbreiding is overbodig. Vergroting van de havencapaciteit hoeft niet te betekenen dat kleine maar waardevolle vogelgebieden verdwijnen, waar nu nog rustig kieviten broeden, en ook het Belgische dorp Doel met zijn negenhonderd bewoners naast de kerncentrale hoeft niet van de kaart te worden geveegd. Dat natuur en industrie in een enkel geval goed samengaan, bewijst het nest van een slechtvalk op een van de koeltorens van de kerncentrale. Vorig jaar zaten er drie jongen in het nest.

De Westerschelde is pas onlangs door staatssecretaris Faber (Natuurbeheer) uitgeroepen tot een gebied dat onder de Europese Vogelrichtlijn valt. Nederland was door het Europese Hof van Justitie op de vingers getikt, omdat het slechts 30 beschermingszones voor vogels had aangemeld die onder de Europese Vogelrichtlijn vallen. Snel werden daarop nog eens 49 zones, waaronder de Westerschelde, aangewezen.

Dat een gebied als beschermingszone is aangewezen, betekent lang niet altijd dat de vogels er wel bij varen. Volgens Belgische natuurbeschermers zijn in België wel gebieden aangewezen maar er is vervolgens geen beleid op losgelaten. Veel beleidsmakers weten niet dat zij in een beschermd gebied werken. Ook de Nederlandse Vogelbescherming is ontevreden. Nut en noodzaak van ingrepen in de Westerschelde zijn onvoldoende onderzocht. Het natuurherstelplan is mager en wordt bovendien inhoudelijk betwist. Zo worden de foerageergebieden van steltlopers die door de uitdieping van de Schelde verloren gaan, niet elders gecompenseerd. Het compensatiegeld wordt besteed aan het herstel van een kreek even verderop. Een schitterende kreek, maar niet voor de steltlopers uit het Verdronken Land van Saeftinge, aldus de Vogelbescherming.