Vorstelijke warmte ontdooit Noord-Ierse partijen niet

De Britse koningin deelt morgen een hoge onderscheiding uit aan de Noord-Ierse politie. Maar twee jaar na het Goede Vrijdag-akkoord winnen haviken uit beide kampen aan invloed.

Hillsborough Castle, even buiten Belfast, is de voormalige zetel van de Britse gouverneur in Noord-Ierland. Een toeristenmagneet zal de grauwe, achttiende-eeuwse villa wel nooit worden. Alleen de smeedijzeren hekken hebben curiositeitswaarde, zegt de reisgids. Die hekken tonen ook de grimmige symboliek van Noord-Ierland. Erachter landt morgen een gepantserde helikopter met de Britse koningin aan boord. Ervóór wonen haar onderdanen, maar juist omdat de katholieke republikeinen van Ulster dat anders zien, zijn die hekken er.

Elizabeth is even in haar lastigste provincie om een van de hoogste onderscheidingen uit te reiken aan de Royal Ulster Constabulary (RUC), de Noord-Ierse politie. Het George-kruis, de civiele tegenhanger van het militaire Victoria Cross, is bedoeld om de collectieve moed en toewijding van de RUC-leden en hun familieleden te eren na ruim dertig jaar Troubles, die niet alleen aan 3.000 burgers maar ook meer dan 300 agenten het leven hebben gekost.

Het kruis, dat na de Tweede Wereldoorlog eerder werd toegekend aan de bevolking van het belegerde eiland Malta, was in november geen loos gebaar. Maar het zelfbestuur van Noord-Ierse protestanten en katholieken dat toen nog vitaal leek, staat al twee maanden op ijs. En intussen hebben de cynici weer vrij spel.

Een slag in het gezicht van onze gemeenschap, zeggen republikeinen, die in de RUC de protestantse Britse onderdrukker belichaamd zien en in de medaille een bevestiging van de oude orde. Een wee goedmakertje voor de hervormingsvoorstellen die de politiemacht voor katholieken acceptabel moeten maken, denkt een deel van de protestanten. Zij weigeren in te stemmen met een nieuw uniform, een nieuw embleem op de pet en een nieuwe eed van trouw waarin de Britse vorstin niet wordt genoemd.

Zo hebben beide kampen zich opnieuw teruggetrokken in hun vertrouwde stellingen. De grootste protestantse partij, de Ulster Unionist Party (UUP) van David Trimble weigert nog regeringsmacht te delen met het katholieke Sinn Féin, de politieke tak van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), zolang de IRA geen wapens inlevert. En Sinn Féin-leider Gerry Adams houdt vol dat het Goede Vrijdag-akkoord voor een permanente vrede, dat deze week zijn tweede verjaardag beleefde, niets zegt over zo'n afruil. Hij eist dat Peter Mandelson, de Britse minister voor Noord-Ierland, het geschorste zelfbestuur herstelt.

De tijd dringt: Pasen brengt een nieuw seizoen Oranje-marsen met ampel gelegenheid voor geweld. De economie stagneert, nu investeerders afhaken. Maar hoe de impasse moet worden doorbroken is steeds minder duidelijk. Onverzoenlijken in beide kampen lijken aan macht te hebben gewonnen. David Trimble is verzwakt. Hij overleefde ternauwernood een stemming over zijn leiderschap nadat hij vorige maand in Amerika zei dat er misschien een compromis denkbaar was over het no guns, no government-standpunt van zijn partij. Als hij dat nog eens doet, kan hij vertrekken, was de boodschap van de haviken.

Een van degenen die zich in de coulissen al warmloopt, Jeffrey Donaldson, maakte gisteren duidelijk hoe de kaarten liggen. De partij neemt ,,dit keer geen genoegen met woorden van de IRA'', zei hij gisteren in Belfast, nadat Mandelson had gezegd te studeren op een manier om het zelfbestuur te reanimeren.

Bij de republikeinen geldt iets soortgelijks. De gok van Gerry Adams en Martin McGuinness dat de unionisten het zelfbestuur niet durfden op te blazen over de ontwapeningskwestie is fout uitgepakt. Hun achterban, die in het Goede Vrijdag-akkoord de deling van Ierland en de Britse vlag in Ulster moest slikken in ruil voor de beloofde plek aan de regeringstafel, is een illusie armer. En de militante flank wint nu terrein. Adams' waarschuwing dat ontevreden IRA-leden zich en masse bekeren tot splintergroepen als de Real IRA, verantwoordelijk voor de dodelijke bomaanslag in Omagh, is niet alleen retoriek om de druk op Mandelson op te voeren.

Dat blijkt uit onderschepte wapens en berichten over koortsachtige drukte op IRA-schietbanen in South-Armagh. En ook het kneecapping, het schot door de knieën waarmee de IRA in eigen kring bloedig orde houdt, is weer begonnen.

Gewone Noord-Ieren – die zijn er – vragen om een paar kleine gebaren. De IRA zou bijvoorbeeld plechtig kunnen verklaren dat ,,de oorlog voorbij'' is en daarna wat afgeschreven kalasjnikovs kunnen inleveren. En de unionisten zouden kunnen proberen de Ierse bloedgroep in Ulster te erkennen, bijvoorbeeld door akkoord te gaan met een bredere opzet van de RUC. Maar nog te veel Noord-Ieren zien ook zulke kleine gebaren als capitulatie.

Op 22 mei verstrijkt een nieuwe deadline. Dat de ontwapeningskwestie voor die tijd wordt opgelost lijkt een illusie. Unionisten én republikeinen waarschuwen eensgezind dat het Goede Vrijdag-akkoord dan zeker sterft. Maar voorlopig winnen de harde koppen.

    • Hans Steketee