Verkiezingen 2008

Voorjaar 2008. De verkiezingskaravaan reist door het land en trekt overal volle zalen. De kiezers tonen weer massaal belangstelling voor de politiek, die dagelijks in het teken staat van een vernieuwing van het staatkundige bestel. Voor het eerst verkiest Nederland gelijktijdig een nieuwe volksvertegenwoordiging, een nieuwe regeringscoalitie en een nieuw staatshoofd.

De politieke ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren in een stroomversnelling gekomen en hebben een wending genomen die aan het begin van de eeuw niemand had kunnen voorspellen. De grondwetgever heeft de staatsvorm gewijzigd en de republikeinse democratie ingevoerd. Het koningschap is opgeheven en de kiezers mogen nu voor het eerst het staatshoofd kiezen met de rang van president.

Premier Kok – hij is opnieuw kandidaat voor het premierschap en zal bij een niet al te slechte stembusuitslag straks zijn vijfde kabinet vormen – heeft ex-koningin Beatrix gevraagd zich kandidaat te stellen voor het presidentschap. Wil ze dat, dan krijgt ze de steun, met aanbeveling en al, van Koks kabinet, die haar verkiezing tot president vrijwel verzekert. De Telegraaf voert al maandenlang campagne voor haar presidentschap en zweept de lezers hartstochtelijk op ,,Oranje voor Nederland te behouden''.

Het aantal kandidaten dat het tegen Beatrix op durft te nemen is op de vingers van een hand te tellen. Een paar onvermijdelijke dorpsgekken treden tegen haar in het krijt, maar vrijwel alle grote namen hebben het laten afweten. Erik Jurgens, Klaas de Vries, Felix Rottenberg en Ed van Thijn hebben er hun vingers niet aan willen branden en hebben voor de eer bedankt. De Partij van de Arbeid rekent op haar eigen girl power en heeft oud-minister Hedy d'Ancona als kandidaat in de strijd gebracht. Politieke marktonderzoeker Maurice de Hond heeft binnenshuis gewaarschuwd dat d'Ancona een zekere nederlaag tegemoet gaat, maar de campagnestaf van de partij is er zeker van dat zij hoge ogen zal gooien. Beatrix wint de presidentsverkiezingen met 98 procent van de stemmen.

Tot zover het scenario voor het jaar 2008. Terug naar 2000, naar premier Kok, die nog geheel door de actualiteit van de afgelopen dagen in beslag wordt genomen. De eerste vraag die hij onder ogen moet zien is niet hoe hij de komende tijd de fractievoorzitter van D66 Thom de Graaf als pleitbezorger van een geamputeerd koningschap moet zien te pacificeren, maar hoe hij de vice-president van de Raad van State in toom houdt.

Wat had Tjeenk Willink als hofmeier van de koningin in het televisiecircus van het afgelopen weekend te zoeken? Als de regering vindt dat de bevoegdheden van de koningin moeten worden uitgebreid moet ze dat zelf zeggen, maar zo'n boodschap niet laten overbrengen door een lid van een college dat de regering adviseert. Het getuigt niet van wijsheid dat iemand die zelf geen politieke verantwoordelijkheid draagt en wiens functie voor een deel schuil gaat achter het kroongeheim, op de televisie politieke propaganda voor het koningschap komt maken. Gezien de mogelijkheid dat ook de rol van de vice-president van de Raad van State bij de kabinetsformatie niet ontkomt aan het moderniseringsproces dat D66-fractievoorzitter Thom de Graaf voor ogen staat, had Tjeenk Willink beter geen hoge borst kunnen opzetten, en al helemaal niet voordat de regering nog gesproken heeft. Zo'n interventie wekt eerder de indruk dat het koningschap ook in de ogen van zijn eigen verdedigers minder sterk staat dan het lijkt.

Het debat dat de afgelopen dagen tussen de Kamerfracties buiten de Kamers op gang is gekomen, heeft voorspelbare reacties opgeroepen. De woordvoerders van de partij van premier Kok reageren met traditionele beduchtheid, bang dat ze het gevreesde spook van het Malieveld uit zijn tent lokken. Troelstra (1918) was niet de eerste, maar ook niet de laatste socialist, die door de Oranjefurie onder de voet werd gelopen. Zijn politieke nazaat Den Uyl zou in 1976 (Prins Bernhard/Lockheed) nooit zo energiek de rol van redder van de monarchie hebben omarmd als `het Malieveld' niet door zijn hoofd had gespookt.

De reacties van de Kamerfracties die de modernisering van het koningschap met alle macht van de politieke agenda willen houden (VVD, CDA en klein-rechts) zijn even star, maar niet onbegrijpelijk. In die partijen zit een massa Oranjeaanhangers die geen enkele fractievoorzitter kan negeren. Aangezien elke inperking van het koningschap in die kringen al gauw wordt uitgelegd als een persoonlijke aanslag op de koningin moet ook de liberaal Dijkstal op zijn tellen passen. Uit dat gezichtspunt bezien is het nog een wonder dat de verzamelde Oranjepartijen nooit hebben opgemerkt dat bij de grondwetsherziening van 1983 vrijwel alle titulaire historische bevoegdheden van de koning geruisloos uit de grondwet zijn gesleuteld.

Hoewel de krampachtigheid van de traditionele rechterzijde dus wel verklaarbaar is, heeft CDA-fractievoorzitter De Hoop Scheffer toch een oneigenlijk staaltje ontwijkingskunst ten beste gegeven. Hij doet alsof De Graaf een onzedelijk voorstel heeft gelanceerd, maar beseft niet (evenmin trouwens als zijn tv-ondervragers) dat premier Kok de eerste geweest is die de term modernisering van het koningschap in de mond genomen heeft, namelijk eind vorig jaar in het kerstnummer van Elsevier. De Hoop Scheffer hoeft niet bang te zijn dat hij zich aan heiligschennis schuldig zal maken. De discussie is door Kok zelf geopend. Hij zal er nu spijt van hebben, maar historisch komt hem die eer toe.