Titanenstrijd rond alter ego's

,,Ik ben opgesloten, vastgebonden, geslagen, verkocht en verkracht'', vertelt Louise alias Charlotte, Nancy en Jeanine over haar jeugd. ,,En de enige uitweg was ontsnappen naar binnen, in mezelf.'' Louise lijdt aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis (MPS). Onbewust switcht ze van tijd tot tijd naar een van haar alter ego's. Zelf merkt ze dat alleen achteraf, doordat ze regelmatig twee weken mist in haar herinnering. En doordat haar kinderen haar vertellen dat ze zich in die periode vreemd gedroeg.

Bestaat MPS nou echt? Of is het aanstellerij van de patiënt en een larmoyante vertoning van een goedgelovige psychotherapeut? Die vraag houdt de gemoederen in de psychiatrie al jaren bezig. De bewijslast lag steeds bij de therapeuten, die zich voornamelijk beriepen op hun ervaringen met patiënten. Sceptici zagen zich gesterkt doordat keihard bewijs ontbrak.

De jongste vindingen in de neurofysiologie schieten een bres in hun verdedigingslinie, zoals het wetenschapsprogramma Noorderlicht laat zien. De Amerikaanse psychiater Don Comdie toont een MRI-scan van de hersenen waarop te zien is hoe de hippocampus, een orgaantje dat betrokken is bij het geheugen, verandert tijdens de ego-wisselingen. Als Louise in charge is, is de hippocampus beter doorbloed dan wanneer Charlotte het overneemt. De Nederlandse psycholoog Ellert Nijenhuis toonde aan dat de hartslag en bloeddruk alleen sterk reageren op herinneringen aan een trauma als de alter ego's actief zijn. Zo zou de werkelijke persoonlijkheid afgeschermd worden voor het trauma.

Dit alles biedt nog geen sluitend model, maar geeft wel aan dat bij MPS de fysiologie van de hersenen is veranderd. Dat zie je terug in de vrouwen voor de camera. Frances, een vrouw van rond de vijftig, spreekt soms zachtjes en vloeiend, op andere momenten hard en haast afatisch over het misbruik dat ze onderging en over haar ,,levensreddende'' alter ego's. Ze herbergt een leraar, een beschermheer, mannen en vrouwen, hetero's en homo's in zich, zegt ze. ,,Maar als wij in de spiegel kijken, hebben we een probleem: we herkennen de persoon die we zien niet.''

De beschadiging van de vrouwen spreekt uit hun relaas - ze komen uitgebreid aan het woord. Daarbij vergeleken krijgen de onderzoekers maar weinig ruimte voor hun verhaal. Ook het wetenschappelijke debat komt nauwelijks aan de orde. Er woedt een ware titanenstrijd over de zogenoemde dissociatieve stoornissen. Daartoe behoren niet alleen MPS, maar ook geheugenverlies voor trauma, ofwel `hervonden herinneringen'.

Onlangs nog bekritiseerde de `Werkgroep fictieve herinneringen' minister Borst omdat ze onvoldoende zou optreden tegen therapeuten die hun patiënten zulke herinneringen zouden aanpraten. En in de VS dreigen de dissociatieve stoornissen uit het handboek voor psychiaters geschrapt te worden omdat een deel van de beroepsgroep er niet in gelooft. Als de maakster daar iets van had laten zien, was het belang van de onderzoeken nog duidelijker geworden. De suggestieve tussenshots die gekte moeten verbeelden, hadden dan achterwege kunnen blijven.

Neemt niet weg dat je blijft kijken tot het einde. Tot Louise zegt wat ze moet doen om weer `heel' te worden: ,,Dan moet ik de herinneringen opnieuw doorleven. Dan voel ik zijn handen op me, ruik ik weer de muskusachtige geur van die mannen. Dan gebeurt het allemaal opnieuw.''

Noorderlicht, Ned. 3, 20.21-20.49u.