Schnabbelende sterren

Toen de Amerikaanse acteur Leslie Nielsen vorig jaar in Nederland een serie reclamefilmpjes voor Dutchtone kwam maken, behoefde hij zich nergens zorgen over te maken. Niet alleen werd hij rijkelijk beloond en in de watten gelegd, maar hij wist ook zeker dat zijn optreden nooit of te nimmer te zien zou zijn in de Verenigde Staten. De naam zegt het al: Dutchtone is een Nederlands merk. Dat hij in een ver, klein landje even zijn Naked gun-imago had geëxploiteerd, behoefde in Amerika nooit bekend te worden. Net zoals John Cleese hier in de jaren zeventig rustig zijn bioscoopreclamefilmpjes voor de Postgiro kon komen maken, zonder zijn drukke reclamepraktijk in Engeland voor de voeten te lopen. Hij hoefde niet bang te zijn dat een instelling met de naam Postgiro ooit de Nederlandse grenzen te buiten zou gaan.

Een jaar of vijf geleden waren er heel wat Amerikaanse acteurs, die zich voor fikse bedragen lieten inhuren voor Japanse reclamespots – en in hun contracten stond, dat dit soms ietwat potsierlijke optreden nooit in Amerika zou worden vertoond. Dennis Hopper zat in een bubbelbad reclame te maken voor zeep, Sylvester Stallone trad op voor ham, Harrison Ford maakte promotie voor bier en Arnold Schwarzenegger prees voor circa 10 miljoen gulden een bami-merk en een tv-zender aan. Maar sinds de Japanse economie ernstig stagneerde, zijn de budgetten voor reclamecampagnes daar aanzienlijk minder riant dan voorheen.

De schnabbelende sterren hebben echter een nieuwe bestemming gevonden, meldde de Sunday Times vorige week. Nu gaan ze naar Italië. Een tijdje geleden heeft Woody Allen daar al eens een reclamefilmpje geregisseerd. Als de grote Fellini zich daarvoor niet schaamde, was zo'n bijverdienste ook voor Allen acceptabel. Maar voor de Hollywood-acteurs vormde Italië nog een onontgonnen gebied.

Zo blijkt Robert de Niro, die heel lang heeft volgehouden dat het maken van reclame beneden zijn stand was, tegenwoordig de hoofdrol te spelen in een Italiaans spotje voor een systeem waarbij de verlichting zich aanpast aan de sterkte of zwakte van het aanwezige daglicht. Hij verschijnt als een captain of industry die deze verlichting wil laten installeren, en houdt een dollarbiljet in de hand omdat zijn vader hem vroeger altijd aanspoorde om zuinig te zijn – onder het motto ,,A dollar saved is a dollar saved.''

Harrison Ford is er ook weer bij. Hij treedt op als duurbetaald model in een reclamespot voor Lancia, die trouwens ook in Nederland al te zien is geweest, en die een kwestieus verband legt tussen automerk en milieu – alsof de Lancia goed is voor jonge boompjes. Een ander automerk, Alfa Romeo, heeft overigens voor een serie glansadvertenties in tijdschriften de diensten van actrice Catherine Zeta-Jones verworven. Als een uiterst fraai fotomodel prijkt ze, met een sfinx-achtige gelaatsuitdrukking, naast de zilverkleurige automobiel.

En daar is bovendien Richard Gere als butler in reclame voor de chocolaadjes van Ferrero Rocher. Zwierig loopt hij door een gezelschap van oude chic met een zilveren dienblad waarop de in goud verpakte delicatessen hoog opgetast liggen. Even lijkt iemand hem te herkennen: ,,Bent u niet...?'' Waarop de butler vriendelijk glimlacht en antwoordt: ,,Ambrogio.'' Dat zal ongetwijfeld een grapje zijn, maar voor een niet-Italiaanse kijker is het onbegrijpelijk.

Gere heeft voor drie dagen werk naar schatting 2,5 miljoen gulden ontvangen, aldus de Sunday Times. Hij is echter wel de enige van het hele stel, die zich erop kan beroepen met de reclame een goed doel te dienen. De opbrengst gaat, zo heeft hij laten doorschemeren, naar de strijd voor een onafhankelijk Tibet. Maar ook Richard Gere heeft contractueel laten vastleggen dat de Amerikaanse kijker hem in deze rol nooit zal zien. Er zijn nu eenmaal grenzen.