Schmidt en Giscard lanceren plan

Het is niet realistisch om bij een Europese Unie met dertig lidstaten volledige integratie na te streven. De EU zal na uitbreiding in Oost-Europa bestaan uit landen waarvan de politieke tradities, de cultuur en de economische ontwikkeling te veel uiteenlopen. Als de EU met tientallen lidstaten toch probeert te integreren, zal dat een volledige mislukking worden.

Dit schrijven de vroegere Franse president Valéry Giscard d'Estaing en de vroegere Duitse bondskanselier Helmut Schmidt in de Franse krant Le Figaro. Zij bevelen de Europese leiders aan om binnen de grote EU een kleinere groep landen te vormen die wel verder politiek kan integreren tot een soort Verenigde Staten van Europa. Dit zou in het Verdrag van de EU vastgelegd moeten worden. De vroegere voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, heeft eerder dit jaar een soortgelijk voorstel gedaan.

Volgens Giscard en Schmidt zou ,,de enige realistische optie'' zijn om de groep landen die de ,,verdieping'' voortzet te beperken tot de elf huidige deelnemers aan de euro. Dit Europa van elf lidstaten zou geleid moeten worden door een eigen Raad van Ministers maar geen eigen Commissie moeten krijgen. De instituties van de ,,Euro-Europeanen'' zouden binnen de bestaande instellingen van de EU een plaats moeten krijgen.

De twee waarschuwen dat de EU de komende tien jaar in ernstige problemen kan komen als de uitbreiding met nieuwe lidstaten niet begeleid wordt door ingrijpende institutionele hervormingen. Het risico bestaat dat de EU verwordt tot een vrijhandelsgebied met instellingen die slechts een marginale betekenis hebben. Dat zou leiden tot verzwakking van de positie van Europa ten opzichte van de Verenigde Staten.

Giscard en Schmidt waarschuwen de Europese regeringsleiders niet te veel nieuwe lidstaten in te korte tijd in de EU op te nemen. De opname van Polen, Tsjechië en Hongarije zou voorrang moeten krijgen. Maar de institutionele hervormingen zouden nog dringender zijn dan de uitbreiding. De toetreding van Turkije tot de EU beschouwen de twee als een zaak die voorlopig niet actueel is.

Het artikel van Giscard en Schmidt komt juist op het ogenblik dat onder EU-diplomaten de twijfel toeneemt over de vraag of de EU volgens plan aan het einde van dit jaar tot vergaande institutionele hervormingen zal besluiten. De haast die aanvankelijk geboden was wordt minder omdat de toetreding van nieuwe lidstaten later kan worden dan voorzien. Om politieke redenen zou Polen tot de eerste nieuwe EU-lidstaten moeten behoren, maar diplomaten twijfelen of dit land voor 2006 hiervoor gereed is. De Europese regeringsleiders moeten in december in Nice overeenstemming bereiken over wijziging van het Verdrag van de EU.

De mogelijke verdragswijzigingen waarover op dit ogenblik al in een Intergouvernementele Conferentie (IGC) wordt onderhandeld tussen de huidige vijftien EU-lidstaten, gaan veel minder ver dan de voorstellen van Giscard en Schmidt en van Delors. Er is wel sprake van de mogelijkheid om een groep landen verder te laten integreren dan het geheel van de EU, maar alle lidstaten zouden het recht hebben om zich bij die groep aan te sluiten. Tegen de vorming van een groep landen met aparte instellingen hebben veel EU-lidstaten bezwaren. De Europese regeringsleiders verzwakken op het ogenblik juist de rol van de Brusselse instellingen door besluitvorming naar zichzelf toe te trekken.

    • Ben van der Velden