De Korea's

DE KOUDE OORLOG heeft een paar restanten nagelaten, zoals Cuba en Noord-Korea, waar totalitaire communistische regimes als van ouds nog steeds de dienst uitmaken. Noord-Korea is zelfs een erfenis van de Tweede Wereldoorlog. In 1945 splitsten de geallieerden het sinds 1905 door Japan bezette schiereiland langs de 38ste breedtegraad in twee zones, waarbij de Sovjet-Unie het noordelijke deel voor haar rekening nam. Evenals in Duitsland het geval was ontwikkelden de twee zones zich tot aan elkaar vijandige staten. Het noorden kwam onder de communistische dictator Kim Il-sung, het zuiden onder een opeenvolging van door het leger gesteunde alleenheersers. De Koreaanse oorlog, die in 1953 met een tot op de dag van vandaag voortdurende wapenstilstand werd beëindigd, vormt het dieptepunt in de onderlinge betrekkingen.

Nu staat dan voor juni topoverleg op de agenda tussen Kim Jong-il, zoon van de overleden dictator, en Zuid-Korea's in 1998 gekozen president Kim Dae-jung. De laatste ziet daarmee zijn 'zonneschijnoffensief' bekroond, een poging om Korea's lot aan de Koreanen zelf te trekken en niet geheel over te laten aan de grote mogendheden in de regio. Het Noord-Koreaanse regime heeft daarentegen de afgelopen jaren voorkeur getoond voor directe onderhandelingen met de Amerikanen, de beschermheren van het zuiden. Aan die exclusiviteit komt nu een einde.

DE BETREKKINGEN met het noorden laten zich tot dusver eerder kenmerken door atmosferische storingen dan door zonneschijn. Vlak voor zijn overlijden in 1994 had Kim Il-sung zich al bereid getoond tot overleg met het zuiden, maar na zijn dood kwam de klad er weer in. De voortschrijdende ontwikkeling van kernwapens en raketten voor de lange afstand sterkten het vermoeden dat Noord-Korea agressieve bedoelingen had. Twee jaar geleden lanceerde het noorden een raket in een baan over Japan, een daad die als voorbode werd gezien van een ingrijpende verandering in de strategische verhoudingen in dat deel van de wereld.

Intussen heeft Zuid-Korea's president, Kim Dae-jung, zich niet laten intimideren. Ter vergoelijking van het noorden werd aangevoerd dat het regime over geen andere middelen beschikte om zich in het als vijandig beschouwde buitenland te laten gelden. Noord-Korea is sterk verarmd en de bevolking wordt bezocht door honger. In juni zal moeten blijken of de zuidelijke zon echt boven het noorden doorbreekt. En of het regime nu werkelijk zijn xenofobie heeft overwonnen en de wereld wil binnenlaten. Dan zou althans deze erfenis uit een koud tijdperk op behoorlijke wijze kunnen worden geregeld.