Visueel vermaak en harde muziek op SJU-festival

Veel geblaas, weinig piano en totaal geen bebop, dat kenmmerkte het twaalfde SJU Jazzfestival in Utrecht. In het programma zat zoals gebruikelijk geen enkele lijn maar dat was ook dit keer geen bezwaar.

Luid en duidelijk waren de concerten van Slideride en Tetzepi De eerste groep, een trombonekwartet o.l.v. Ray Anderson opende met een knallend swingstuk van Ellington en liet het publiek daarna niet meer los. Slechts zelden klonken vier `bones' zo vet en `meaty'. In een `slow-drag'-blues van Gary Valente werd wat gas teruggenomen maar in The Sisyfus Effect werd er (uiteraard) weer keihard gewerkt. Bij de introductie van dit stuk bleek andermaal Andersons talent als conférencier.

Ook saxofoniste Esmée Olthuis, co-leider van de staand spelende big band Tetzepi, deed haar best de boodschap ook verbaal over te brengen. En met succes, al was ook hier de muziek doorslaggevend. Drie leden van Tetzepi hadden van de VPRO een compositie-opdracht gekregen die vooral aan trompettist Hans de Leeuw goed was besteed. Zijn krachtige openingsstuk met een fraaie solo-passage voor accordeon zette de toon voor een fris concert met slechts af en toe een `zak'.

Dat er bij deze concerten ook iets viel te zien was mooi meegenomen. De modeshow van de vier slideriders werd gewonnen door Craig Harris, gekleed in gestreept oberkelnervest met daaronder een smetteloze, slank afkledende voorschoot tot op de grond. Muzikaal relevanter was de manier waarop Wouter Hakhoff, geheel uit het hoofd, de veertien leden van Tetzepi dirigeerde. Uiterst bevlogen en heel gespierd, bijna als een danser van modern ballet, zette hij ook het orkest op scherp.

Net zo keihard als deze orkesten maar minder duidelijk speelde de fusion band van bassist Victor Bailey, groot geworden bij Weather Report. Een op een sporthal afgestemd geluid samenpersen in een kleine zaal, leidt, zo bleek opnieuw, vooral tot een oorverdovende brei. Dat er na de schrille collectieven ellenlange solo's volgden maakte deze modern bedoelde muziek bijna net zo saai als die van matige beboppers zonder horloge. Een `gevoelige' ode aan Jaco Pastorius, met gezang van Bailey zelf, kon daar weinig aan verhelpen.

Concerten die niet keihard maar evenmin erg duidelijk waren, passeerden er ook.Bijvoorbeeld dat van de Kamikaze Ground Crew, die geheel in strijd met zijn naam, nauwelijks enig risico nam. De uit zes blazers plus drummer bestaande groep speelde een stemmig soort theatermuziek waarin Satie, Ellington, Beatles en Stockhausen vredig naast elkaar bestonden. Pas in een New Orleans-blues aan het eind werd er krachtiger uitgepakt, met name door trombonist Art Baron en Steven Bernstein op een heuse schuiftrompet. De groep Night Song van saxofonist Arthur Blythe overtuigde slechts nu en dan. `Wereldmuziek' door vermoeide jazzo's, dat is bijna net zo treurig als een concert van een uitgezongen operadiva die de Beatles heeft ontdekt.

De verrassing van het festival, slechts matig luid, en pas helemaal duidelijk aan het eind, was de openingsact zondagavond: het trio Open Loose van contrabassist Mark Helias. De leider heeft een goede naam maar de twee anderen kent bijna niemand: slagwerker Tom Rainey en tenorsaxofonist Tony Malaby. Wat de drie bindt zijn jazzdeugden die zo oud zijn als de weg naar New Orleans: toon en timing. De als toegift gespeelde ballad heeft dan ook niets demonstratiefs. Dit zingt, dit swingt en is volkomen tijdloos.

SJU Jazz Festival met o.a. Tetzepi, Slideride en de Victor Bailey Band. Gehoord: 7-9/4 Vredenburg, Utrecht. Radio 4: VPRO 3, 7, 10, 14, 21 en 24/5.