Spelerswisseling in de Duitse politiek

Terwijl Angela Merkel puin ruimt in de CDU, denkt de SPD over een nieuwe invulling van de sociaal-democratie. Tot afschuw van de bonden: hun kanselier wordt de Genosse der Bosse.

Op het politieke toneel van de Berlijnse republiek lijken de belangrijkste spelers van rol te zijn gewisseld. De dappere Angela Merkel zal op het CDU-congres vandaag in Essen worden gekozen tot voorzitter van een kwetsbare partij, die dringend oriëntatie nodig heeft. Tegelijkertijd presenteert bondskanselier Gerhard Schröder zijn regering zelfverzekerd als een toevluchtsoord van stabiliteit, waar ijverig wordt gewerkt aan de modernisering van Duitsland.

Bankiers en ondernemers schromen niet het rood-groene kabinet een pluim te geven voor het strenge financiële beleid, de belastingverlaging en de aansporing tot loonmatiging. Sommige vakbondsleiders kijken met lede ogen toe hoe `hun' kanselier zich steeds vaker opwerpt als Genosse der Bosse.

Intussen hebben de christen-democraten het met de werkgevers aan de stok gekregen. Het tempo waarin de CDU zich de afgelopen weken onder druk van de Kohl-affaire qua personeel vernieuwt, is verrassend. Maar even verrassend is de snelheid waarmee de partij een ongewone confrontatiekoers is ingeslagen tegen het bedrijfsleven, die gepaard gaat met een anti-buitenlander-campagne.

Friedrich Merz, de nieuwe jonge fractieleider van de CDU/CSU, pakte onlangs opvallend hard de ondernemers aan. Eerst kritiseerde Merz de belastinghervorming van de regering-Schröder, die teveel aan de wensen van grote bedrijven tegemoet komt. Vervolgens verweet hij de organisatie van werkgevers `propaganda' voor minister Hans Eichel van Financiën te bedrijven. Hij dreigde zelfs met sancties als de Kamers van Koophandel niet in opstand zouden komen tegen de regeringsplannen.

Tegelijkertijd joeg Jürgen Rüttgers, de CDU-lijsttrekker in Noordrijn-Westfalen, werkgevers tegen zich in het harnas met zijn populistische campagne Kinder statt Inder. Rüttgers weert zich tegen de `green card'-actie van de kanselier om 20.000 Indiase computerspecialisten naar Duitsland te halen. Rüttgers eist betere scholing van Duitse kinderen in plaats dat de deuren wijd open worden gezet voor buitenlanders. Om zieltjes te winnen bij de komende verkiezingen in mei in Noordrijn-Westfalen is hij zelfs een omstreden briefkaartenactie begonnen tegen de `green card'.

Rüttgers' Inderwahn is in Duitsland door vriend en vijand heftig bekritiseerd. Maar de Indiase pers waarschuwt dat aan de Rijn een `nieuwe Haider' is opgestaan. Niet alleen keert de CDU zich met de actie Kinder statt Inder tegen het bedrijfsleven dat staat te springen om informatica-experts, die in Duitsland nauwelijks voorhanden zijn. Rüttgers speelt ook in op de angst bij de verliezers van de modernisering in het Roergebied, die zich tegen de globalisering proberen te weren. Een rol, die de SPD nog niet eens zo lang geleden voor zichzelf zag weggelegd.

De CDU dreigt zo in de hoek te komen van een kleinburgerlijke naar binnen gerichte partij, stelde de Frankfurter Allgemeine Zeitung onomwonden vast. De partijleden verlangen na de zwart-geld-affaire juist naar `vernieuwing' maar Merkel heeft als Trümmerfrau eerst het nodige puin te ruimen gezien het bruuske optreden van haar partijgenoten.

Intussen zijn kanselier Schröder en zijn helpers druk doende de voorzichtig ingeslagen weg van economische vernieuwing voort te zetten. Schröder meent zelfs dat voor de sociaal-democraten de rol is weggelegd ,,staat en maatschappij in Duitsland te hervormen''. In een essay in het jongste nummer van de Frankfurter Hefte, een politiek maandblad, onderneemt Schröder een poging het debat aan te zwengelen over vernieuwing van het model-Duitsland. Met zijn pleidooi voor een Zivile Bürgergesellschaft en tegen het Verantwortungs-Imperialismus van de staat, wil Schröder het maatschappelijk debat over het terugdringen van de rol van de overheid nieuw leven inblazen. Want als er iets is waar de Duitsers aan lijden, is het 't blinde geloof in de staat als steun en toeverlaat. Tegelijkertijd maakt Schröder korte metten met de sceptici, die menen dat in het tijdperk van globalisering de rol van de politiek steeds verder wordt gemarginaliseerd. Hij pleit voor een terugkeer van de politiek, waarbij de staat een actievere rol krijgt op het gebied van onder andere binnenlandse veiligheid, wetenschap en technologische innovatie.

Schröder noemt het ,,een van de grote illusies van de sociaal-democratie, dat meer staat het beste middel werd geacht om meer rechtvaardigheid te krijgen''.

Aan de hand van voorbeelden als de gezondheidszorg, stadsvernieuwing en de omgang met nieuwe communicatie/computertechnieken maakt Schröder duidelijk waar hij een grotere rol voor de burger ziet en voor de staat. Een moderne economie is volgens Schröder niet langer gebaseerd op de klassieke sociale en CAO-afspraken tussen arbeid en kapitaal, die kenmerkend waren voor de sociale markteconomie.

Schröder formuleert behoedzaam, maar zijn essay is licht explosief want hij rekent af met oude dogma's in zijn partij. Feitelijk wil hij de burgers en zijn eigen achterban voorbereiden op de komende hervormingen van het sociale stelsel. De pensioenen, de gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen worden onbetaalbaar als de burger niet zelf iets bijbetaalt, is de pijnlijke boodschap die de kanselier wil overbrengen. Daarom ook dienen werknemers kleine `kapitalisten' te worden die aandelenopties in het bedrijf krijgen om hun spaarpot voor de oude dag aan te vullen.

Wil Schröder serieus als moderniseerder de geschiedenis ingaan, is doortastendheid geboden bij zijn `hervormingsproject Duitsland'. Zodra de CDU z'n koers heeft gevonden zal de verjongde oppositie geen kans laten schieten de rollen op het toneel om te draaien.