`Soms twee gevangenen in een cel'

Gevangenen kunnen soms voortijdig naar huis. Er zijn te weinig cellen. De Tweede Kamer wil deze week opheldering.

Door een tekort aan celcapaciteit zijn dit jaar tot dusver 213 gevangenen voortijdig ontslagen. Gemiddeld werden zij vijf dagen voor hun straf afliep, naar huis gestuurd. Dat blijkt uit een inventarisatie van deze problematiek op grond waarvan minister Korthals (Justitie) de Tweede Kamer een brief heeft gestuurd. De bewindsman stelt dat er sinds het begin van dit jaar sprake is van een `zeer extreme piek in het aanbod van gedetineerden'.

Vorige week toonde de Kamer zich verbolgen toen bekend werd dat gedetineerden soms vervroegd worden heengezonden omdat het aantal cellen niet toereikend is. Over de brief van Korthals wil de Kamer deze week nog een debat.

Hoewel de Kamer er het laatste half jaar van uitging dat er een cellenoverschot is, blijkt nu dat er soms sprake is van een tekort aan detentiecapaciteit. Half oktober vorig jaar bleek dat er dit jaar wegens lopende bouwafspraken een overschot zou ontstaan van 1.100 cellen. Volgend jaar zou dat oplopen tot rond 1.600 cellen. Korthals heeft meteen maatregelen genomen, temeer omdat hij door het kabinet gehouden is aan een bezuiniging van 115 miljoen gulden op uitgaven aan justitiële inrichtingen. Hij heeft dus een aantal `minder bruikbare' cellen afgestoten. Een groot aantal andere wordt gerenoveerd en geschikt gemaakt voor jeugdinrichtingsplaatsen, waaraan grote behoefte bestaat. De marge is dus behoorlijk geslonken.

Daar is niet veel aan te doen, meent Korthals, tenzij wordt gekozen voor een fors en continu overschot. ,,De binnen het gevangeniswezen benodigde capaciteit om rechterlijke straffen en maatregelen ten uitvoer te leggen is afhankelijk van factoren waarop Justitie zowel op langere als op kortere termijn maar zeer beperkt invloed heeft'', verklaart Korthals in de brief. Hij doelt daarbij enerzijds op de omvang van de criminaliteit waarop de minister geen invloed heeft en anderzijds op de rechterlijke macht, die onafhankelijk is en kiest voor een straftoemeting die evenmin kan worden gestuurd.

Er is nu volgens Korthals echter een duidelijk betere balans tussen benodigde en beschikbare celcapaciteit, vergeleken met de afgelopen decennia. Fluctuaties in het gedetineerdenaanbod zijn echter onvermijdelijk en dat resulteert in ,,nu eens enig tekort aan celruimte en dan weer een tijdelijk overschot daaraan.''

Dat neemt niet weg dat de bewindsman zowel een tijdelijk tekort als een tijdelijk overschot onwenselijk vindt. ,,Een overschot aan capaciteit impliceert dat dure overheidsvoorzieningen tijdelijk onbenut blijven.'' Tegen de achtergrond van zijn bezuinigingsopdracht vindt hij het `onbenut laten van dure gevangeniscapaciteit niet verantwoord'. Maar dat geldt ook voor het heenzenden van `justitiabelen die worden verdacht van ernstige misdrijven' of het naar huis sturen van gedetineerden die de celstraf die de rechter heeft opgelegd niet volledig hebben uitgezeten. ,,Er is met andere woorden sprake van een dilemma waarvoor een verstandige oplossing moet worden gekozen'', zo schrijft Korthals aan de Kamer.

De minister kiest daarom voor elektronisch huisarrest in voorkomende gevallen. Met elektronische apparatuur wordt dan gecontroleerd of ze ook inderdaad thuis blijven tot hun straf er op zit. Dat geldt voor degenen die veroordeeld zijn. Voor verdachten die nog voor de rechter moeten verschijnen, zoekt Korthals ruimte in politiecellen, mochten de huizen van bewaring vol zitten. Maar ook `twee op één cel' sluit hij in huizen van bewaring niet uit.

Alleen wanneer er, schrijft de bewindsman tot slot, nog enkele honderden cellen worden bijgebouwd, die 44 miljoen gulden per jaar kosten en wellicht altijd leeg zullen blijven staan, zal er nooit meer een tekort zijn.