Salsa

Op weg naar een ernstige bijeenkomst kwam ik op de Dam in een opwindende demonstratie terecht van de Salsa Dansschool La Pachanga. Ik was meteen reddeloos verloren. Deze vrolijkheid was fataal voor iedere vorm van ernst, en ik besloot mijn bijeenkomst uit te stellen naar een vaag mañana.

Tegen een geluidsdecor van opgeruimde Caraïbische klanken lieten een aantal leden van La Pachanga zien wat zij bij hun meester, ene Jorge Suarez, geleerd hadden. Daartoe haalden ze alles uit hun lichaam wat de goede God er ooit in opgeborgen had. Elk vezeltje, van enkel tot kruin, bewoog op de stuwingen van de muziek. Het was één grote uitbarsting van sensualiteit en exhibitionisme.

De meeste mannelijke deelnemers waren donkerhuidig, onder de vrouwen schitterde ook het Hollandse blond door aanwezigheid. Een van de opvallendste dansers was een donkere, voortdurend breed grijnzende man, die een rode hoed en een rood giletje droeg boven een zwarte broek. Hij had bij elk nummer een andere schoonheid bij zich, die hij achteloos aan polsen of lendenen vasthield en soms half over zijn heup drapeerde. Hij genoot en hij liet van zich genieten. Terwijl ik hem en die andere mannen observeerde, voelde ik al mijn raciale, zeg maar rustig racistische vooroordelen, die ik zo aardig bedwongen dacht te hebben, in een steekvlam van jaloezie bovenkomen. Waarom zij wel, en wij – blanke bleekscheten – niet?

Opeens kwam een donker meisje van La Pachanga op mij af en inviteerde mij naar het plaveisel voor het standje van de dansschool. Ik keek snel achter me. Was er nog een vlucht mogelijk? Nee.

Daar ging ik dus. Wee mijn gebeente. Dansen had ik sinds mensenheugenis niet meer gedaan, alles wat ik ooit aan tango, foxtrot en wals had geleerd, lag op het kerkhof van mijn jeugd.

Maar het meisje stelde me met een knipoogje gerust. Wat had ik te verliezen? In haar ogen niets. Ze deed enkele pasjes voor, gaf me hier en daar een kneepje of een duwtje, en draaide me enkele malen om mijn as. Ik kwam nog net niet ten val, en voelde mijn zelfvertrouwen groeien. Mijn ledematen werden losser, vooral mijn onderlichaam begon een heel eigen leven te leiden. Mijn hoofd gloeide, ik raakte langzaam maar zeker in trance. Het meisje liet zich nu steeds meer door mij leiden. Ze zei iets tegen me en ik dacht dat ik verstond: ,,Ik heet Rosa.''

Mijn snelle vorderingen waren ook het publiek niet ontgaan. Terwijl wij ons naar het midden van het geïmproviseerde dansvloertje bewogen en de andere dansers vol ontzag uiteenweken, hoorde ik bewonderende kreten opklinken. ,,Moet je nou eens zien'', schreeuwde een moeder tegen haar dochter, ,,dat zie ik je vader nog niet doen.'' ,,Hij is vast veel jonger'', riep de dochter terug. ,,Ja'', zei een ander, ,,ze noemen hem ook wel Frits de jongen.''

Trots en zeker en gelukkig liep ik even later op een stille, donkere gracht, de daverende muziek nog in mijn hoofd. En de mensen die mij voorbijgingen, wisten niet, dat daar een man ging, die álles zou kunnen, ook al was hij nogal laat begonnen.