Realisme van de coach is spelers vreemd

Leo Beenhakker smeedde van matige voetballers een kampioensteam. Respect dwong hij daarmee bij de Feyenoorders nauwelijks af.

Wanneer de meester zijn leerlingen niet meer kan motiveren, doet hij er goed aan bij zichzelf te rade te gaan. Heeft hij nog wel overwicht? Of: is hij nog wel geschikt voor zijn vak? Die vragen moeten de afgelopen weken door het hoofd van Leo Beenhakker hebben gesuisd. Want een man van bijna 58 jaar die de hele wereld heeft afgereisd, die met de beste voetballers ter wereld heeft samengewerkt en succes heeft gekend op diverse fronten, stelt zich dergelijke vragen. Zelfreflectie past een gelouterd coach.

Het is de vraag of veel van de leerlingen die Beenhakker sinds november 1997 de fijne kneepjes van het vak van beroepsvoetballer probeerde bij te brengen, de laatste weken eveneens bij zichzelf te rade zijn gegaan. Hebben ook zij zich afgevraagd of zij wel over voldoende plichtsbesef, motivatie, verantwoordelijkheid en realiteitszin beschikken? Getuige de wijze waarop veel Feyenoorders zich dit seizoen hebben geuit over het wel en wee van hun club, is men geneigd te denken dat zij maar niet doorgronden welk proces zich de laatste maanden heeft voltrokken. Slechts onvrede en kritiek uiten, zoals gezichtsbepalende spelers deden, getuigt van onvolwassenheid.

Met enig inlevingsvermogen zou men kunnen veronderstellen dat Beenhakker zich niet meer thuisvoelt tussen de huidige generatie voetballers. De man die jaren geleden al eens bij Ajax zijn onvrede over de beroepsopvatting van veel tegenwoordige voetballers verwoordde door ze als `patatgeneratie' te bestempelen, kan het niet meer opbrengen profvoetballers te wijzen op hun verantwoordelijkheid en voorbeeldgedrag. Zoals hij van middelmatige voetballers een kampioenselftal heeft kunnen smeden, getuigt van uitzonderlijk coachingtalent. Zoals hij heeft geprobeerd voetballers met puberaal gedrag – met als exponent de Argentijn Cruz – te doordringen van het nut van een sociale houding, geeft onmiskenbaar blijk van geduld.

Is er dan altijd een coach nodig om voetballers op hun plichten te wijzen? Is er dan altijd een oude, wijs geworden man nodig om spelers als Konterman, Van Gastel, Van Wonderen, Paauwe en Bosvelt erop te wijzen dat ze echt niet zo goed kunnen voetballen als wel in veel media opportunistisch is beweerd. Leuk, dat Feyenoord in de achtste finale van de Champions League verzeild raakte, fantastisch dat Feyenoord in Rome van Lazio won (nota bene dankzij een buitenspeldoelpunt), maar dat betekende toch echt niet dat het elftal tot de Europese top behoorde, liet Beenhakker zijn vedetten uitentreuren weten. Geloof die media nou niet, had hij willen zeggen. Jullie zijn geluksvogels, jullie hebben de wind mee; en verder: doe nou maar gewoon.

Zo'n nuchtere en gelovige jongen uit de Kop van Overijssel als Konterman die zich gek heeft laten maken door een aanbod van Real Madrid en vervolgens doet alsof hij een zoon van een engel is, dat is toch verontrustend. Zo'n aardige en gedreven jongen uit Brabant als Van Gastel die zich na een paar doeltreffende kanonskogels door de media laat aanpraten dat hij de evenknie is van Juan Véron, dat is toch triest. Zo'n gewone jongen uit het gewone dorp Bennekom als Kees van Wonderen die roept dat met dit Feyenoord meer triomfen behaald hadden moeten worden en dat er betere spelers gekocht hadden moeten worden, dat was niet zo realistisch. Hij had er goed aangedaan zijn kritiek en onvrede binnenskamers te houden en zijn intelligentie op het trainingsveld moeten aanwenden, opdat de minderbedeelden er voordeel uit hadden kunnen halen.

Beenhakker noemde de wanprestatie van Feyenoord in de laatste wedstrijd van de Champions League tegen Marseille het breekpunt. Toen hebben de spelers hem in de steek gelaten. Zo slecht en ongemotiveerd spelen in een cruciale wedstrijd, was het teken dat de sfeer niet deugde. Gezichtsbepalende spelers hadden voordien al laten doorschemeren dat Beenhakker na zijn eerder aangekondigde vertrek de ploeg niet meer kon inspireren. Na de thuisnederlaag tegen Sparta wilde hij vervolgens zijn ontslag indienen, maar bestuursleden hielden hem tegen. Gisteren na de thuisnederlaag tegen Utrecht was hij het echt zat.

De Feyenoorders blijven achter als een klas weeskinderen. Beschaamd durven ze nauwelijks te zeggen wat ze van het vertrek van hun vader vinden. Ze zijn zelfs niet boos of verdrietig, ze beseffen niet eens wat de gevolgen zijn. Het is alsof ze niet willen weten wat zij aan deze man te danken hebben. Dat hij niet alleen ten voordele van zichzelf maar ook van de spelers heeft geprobeerd van Feyenoord een gerespecteerd elftal te maken. Europa kent Feyenoord weer. Maar ze willen hem niet horen. Hij is volgens hen een oude zeur geworden. De man die met Hugo Sanchez, Butragueño en Michel bij Real Madrid triomfen vierde, is kennelijk niet meer van deze tijd.

    • Guus van Holland