Primal Scream nooit clean

Bobby Gillespie is de zanger van de beste rock & rollband ter wereld. Het probleem is dat die groep alleen in zijn hoofd bestaat, en dat het potentieel er maar zelden uit komt. In vijftien jaar ontwikkelde Primal Scream zich van de brave liedjesband van het debuutalbum Sonic Flower Groove tot het dance-fenomeen van Screamadelica (1991) en de Rolling Stones-achtige rockband van de zelfs door Rod Stewart gecoverde hit Rocks.

Het nieuwe album XTRMNTR (`Exterminator') is een wonder van dwarse underground-rock met house- en soul-invloeden. De groep heeft zichzelf weer eens opnieuw uitgevonden, maar Gillespie gooit opnieuw zijn eigen glazen in, met desastreuze interviewsessies als gevolg van drank- en druggebruik en optredens die het niveau van de cd's niet halen. Op het podium blijft de 35-jarige zanger een onhandelbare eeuwige puber, die wiens broodmagere lichaam slapjurkerig aan de microfoonstandaard blijft hangen.

Het verheugende nieuws was dat de nieuwe, negenkoppige bezetting van Primal Scream het rustiger aandoet met verdovende middelen en daarom niet in het junkie-mekka Amsterdam optrad. Maar potsierlijk was dat het optreden werd verplaatst werd naar Nighttown aan de Rotterdamse Westkruiskade, met meer drugsdealers dan lantaarnpalen.

Primal Scream afgekickt? Ik geloof er niets van. Weliswaar verscheen er een ogenschijnlijk gedisciplineerde band die eens niet van een meedraaiende DAT-tape afhankelijk bleek, maar de energie van het weerbarstige openingsnummer Swastika eyes maakte al spoedig plaats voor bestudeerde lamlendigheid. Veel te vaak verdween Gillespie van het podium tijdens nietzeggende instrumentaaltjes waarin de tweemans-blazersssectie verloren ging in galm. En geen moment maakte hij de belofte If you've got the money, I've got the soul waar, ook niet in de gospelrock van Moving on up met ingeblikte dameszang.

Het enthousiasme van de vroegere Stone Roses-bassist Mani Mountfield ketste af op de geluidsmuur van bliepende synthesizereffecten en maar liefst drie gitaristen, waarvan er tenminste één voor spek en bonen meedeed. Het nummer Shoot speed/kill light had een prachtige variatie kunnen zijn op White light white heat van The Velvet Underground, maar waar die groep de referentie aan verboden middelen gebruikte tot verhoging van de spanning, zeurde en jengelde Bobby Gillespie over de medicatie waarop hij recht meent te hebben. Al na een uurtje en een obligate cover van The MC5's Kick out the jams was het weer mooi geweest, en kon Gillespie een frisse neus halen op de Westkruiskade als inspiratie voor nummers over high worden, stoned zijn en pillen scoren. Hij is als een Obelix die op jonge leeftijd in de ketel met toverdrank is gevallen: helemaal clean zal hij nooit meer worden en zijn muziek lijdt eronder.

Primal Scream. Gehoord: 9/4 Nighttown, Rotterdam.