Politiek houdt Oranje-debat bleekjes

D66-leider De Graaf dwingt met name PvdA en GroenLinks tot scherpere standpunten over het koningshuis. Maar aan een echt fundamentele discussie over de monarchie wil geen enkele partij zijn vingers branden.

Een debat over modernisering van de monarchie kan snel klaar zijn. Tenminste, als het op louter staatsrechtelijke gronden wordt gevoerd. In theorie is grondwetswijziging helemaal niet nodig om het erfelijke staatshoofd op afstand van de politiek te plaatsen. En dan nog. Voor ingrepen in de constitutionele monarchie valt op afzienbare termijn geen enkele parlementaire steun te verwachten.

De directe politieke betekenis van de opvattingen van D66-leider De Graaf over de positie van de Koning in het Nederlandse staatsbestel is dan ook gering. In de Tweede Kamer staat een massief Oranje-bastion, gevormd door de fracties van CDA, VVD en klein-christelijk. Samen bezetten zij 73 van de 150 Kamerzetels. In de Eerste Kamer beschikken deze fracties zelfs over een riante meerderheid, met 43 van de 75 zetels. Een parlementaire tweederde meerderheid, die nodig is voor grondwetsherziening, valt in Nederland niet binnen één à twee à drie verkiezingen te verwachten.

In deze optelsom is de grootste Tweede-Kamerfractie, van de PvdA, nog niet eens meegerekend. De PvdA heeft een ongemakkelijk verleden als het gaat om de relatie met de monarchie. In het beginselprogram staat nog altijd dat de sociaal-democraten de voorkeur geven aan de republiek. Tot begin jaren zeventig staken prominente PvdA'ers deze wens niet onder stoelen of banken. Maar onder Den Uyl ontwikkelde de PvdA zich tot een krachtig bondgenoot van het Koninklijk Huis. Den Uyl staat zelfs te boek als redder van de monarchie in de Lockheed-affaire (1976), hoewel journalist Harry van Wijnen, in zijn onlangs verschenen boek De Macht van de Kroon, relativerende kanttekeningen plaatst bij de vermeende Oranje-liefde van Den Uyl.

Den Uyl wilde zijn vingers niet branden aan de monarchie. En de huidige PvdA-leider, premier Kok, al helemaal niet. Anderhalve week geleden nog zei Kok dat de monarchie ,,brede steun geniet in de samenleving en dat vervult mij met vreugde, want ik ben daar voorstander van''. Zolang Kok de leiding heeft in de PvdA zal krachtig worden gepoogd het Koninklijk Huis buiten iedere discussie te houden.

Tegelijkertijd blijven uit de PvdA met enige regelmaat `dissidente' geluiden opborrelen. Afgelopen februari wilden diverse Tweede-Kamerleden van de PvdA dat fractievoorzitter Melkert zich kritisch zou uitlaten over de wintersportvakantie van koningin Beatrix in Oostenrijk. Melkert drukte de ontluikende discussie meteen de kop in: geen gezeur over het koningshuis.

In december hield PvdA-fractielid Rehwinkel in deze krant een pleidooi dat niet voor tweeërlei uitleg vatbaar was: de koningin moet niet langer betrokken zijn bij kabinetsformaties en het wordt tijd voor een debat over de positie van het staatshoofd in de regering. Krap vier maanden later spreekt Rehwinkel namens zijn partij opeens veel blekere teksten uit: ,,Discussie is altijd goed, maar de rol van het staatshoofd hoeft niet te worden gewijzigd.''

Intussen is een werkgroep van de PvdA bezig met de voorbereiding van een nieuw beginselprogram, waarbij ook de oude formulering uit 1977 over de republiek tegen het licht wordt gehouden. Ter voorbereiding circuleert in de partij een discussiestuk waarin wordt gesteld dat ,,in een democratie alle (...) ambten (of functies), zoals dat van volksvertegenwoordiger of bestuurder, bij toerbeurt door burgers in opdracht van andere burgers [worden] vervuld''. En: ,,Er is geen reden om voor de functie van staatshoofd een uitzondering te maken.''

Of zo'n formulering ongeschonden het PvdA-congres zal passeren, moet worden afgewacht. In ieder geval is het woord `republiek' opvallend afwezig. Schriftgeleerden zouden kunnen aanvoeren dat leden van de Oranje-familie ook staatsburgers zijn en dat ze in Nederland niet worden gekroond maar telkens opnieuw worden `ingehuldigd' door de Staten-Generaal.

Ongemak is er ook, zij het in veel mindere mate, bij regeringswillige partij GroenLinks. Onder leiding van Paul Rosenmöller heeft GroenLinks de lijn van PvdA-leider Den Uyl uit de jaren zeventig overgenomen: met republikeinse taal verliest een volkspartij meer stemmen dan dat ermee worden binnengehaald. Al eeuwenlang staat vreedzame coëxistentie tussen Oranje en regenten borg voor een tevreden Nederlands volk, wiens gunsten Rosenmöller wil verwerven. Maar in zijn achterban klonk recentelijk gemor, onder meer uit de GroenLinks-afdeling Breda die afgelopen winter kritiek spuide op de souplesse van Rosenmöller inzake koningshuis, NAVO en andere bolwerken die vroeger in linkse kring krachtig van de hand werden gewezen. Kamerlid Halsema pleitte begin maart openlijk voor de republiek, wat voor haar politiek leider nog altijd `geen halszaak' is.

Met zijn uitspraken over de monarchie zet D66-leider De Graaf flinke druk op de PvdA en GroenLinks om zich scherper uit te spreken over de monarchie. Tegelijktijd biedt hij, met zijn zuiver staatsrechtelijke benadering, voldoende ruimte om klemmende uitspraken te ontlopen.

De Leidse jurist en historicus C. Fasseur, biograaf van koningin Wilhelmina, wijst er in een reactie op dat de koningin haar beperkte macht niet ontleent aan de grondwet maar aan het stelsel van minderheidspartijen in Nederland. Het staatshoofd treedt slechts op waar coalities zwak zijn of moeizaam tot stand komen. Dat de plek van de Koning in de regering met één enkele zin is verankerd in de grondwet (artikel 42, lid 1) wil volgens Fasseur nog niet zeggen dat het staatshoofd ook daadwerkelijk invloed uitoefent op de politiek van alledag. En al helemaal niet dat die invloed eventueel moeilijk zou zijn te beteugelen door politiek verantwoordelijke bewindslieden.

Om nog maar te zwijgen van de rol van de koningin bij kabinetsformaties. Die is slechts vastgelegd in het reglement van orde van de Tweede Kamer zelf en zou morgen kunnen worden aangepast. Een staatsrechtelijk debat is daarvoor niet nodig. Maar wel een Tweede Kamer die eensgezind een besluit wil nemen. Die eensgezindheid is nog heel ver te zoeken.