`Ik moet mijn overhemd nog strijken'

Enschede beleefde dit weekeinde de primeur van het eerste concert van de popgroep Doe Maar sinds 1984, een try-out voor 16 optredens in Rotterdam. Een verslag vanuit de coulissen.

Er is zaterdagavond nog amper twee uur te gaan. Dan zal, klokslag middernacht, de muzikale wederopstanding van de popgroep Doe Maar een feit zijn. Maar van plankenkoorts of grote uitbundigheid is onder de muzikanten nog niets te merken. In het Conferentiehotel Drienerburght op het Twentse universiteitsterrein heerst de opwinding van een doordeweekse sigarenbandjesruilbeurs.

Toetsenist en zanger Ernst Jansz (51 jaar) begroet zijn vriendin en stelt haar voor aan de zes bodyguards die vriendelijk koutend, werkeloos rondhangen bij de ingang. Drummer Jan Pijnenburg zit in de lobby, vastgeplakt in een leren zetel, bij te komen van de overvloedige oestermaaltijd die de rector magnificus het gezelschap eerder deze zaterdagavond aanbood.

Pijnenburg heeft kleine oogjes. ,,Ik ben totaal gebroken'', zegt de 44-jarige benjamin van de groep. De afgelopen nacht hebben ze met zijn allen een dolle kroegentocht in Enschede gehouden. Door de hartelijke ontvangst lagen ze pas vlak voor zonsopgang in hun bed. Naast zijn stoel staat een groene weekendtas met schone kleren, nieuwe schoenen en een witte föhn. ,,Ik moet mijn overhemd nog strijken'', zegt Pijnenburg.

Zanger en basgitarist Hennie Vrienten (51 jaar) is nog op zijn kamer. Hij doet ,,een power-nap'', heet het. Pas een uur voor het begin van de try out meldt Vrienten zich in de hotelbar. Hij draagt een smetteloos blauw pak, paars overhemd en een sjaaltje. Ja, hij heeft goed geslapen. ,,Thuis lig ik om deze tijd immers ook in bed.''

Vrienten, die net acht dagen heeft gewandeld in Schotland, ziet er blakend uit. Hij dolt Jansz. ,,Hee, een doorkijkblouse'', zegt hij tegen de toetsenist die een zwart pak draagt met een grijze trui. Gitarist Jan Hendriks (50 jaar), grijze krullenbol, kijkt zwijgend toe. ,,Ik heb er vreselijk veel zin in'', zegt Vrienten handenwrijvend en bestelt een koffie. ,,Hiermee blijf ik tot vier uur wakker. Ja, vroeger hadden we daar andere middelen voor'', constateert hij achteloos.

Dan moeten ze naar het busje dat de muzikanten stiekem naar de achteringang van het op honderd meter afstand gelegen zaaltje brengt. Nu gaat het gebeuren. ,,Zij die gaan sterven, groeten U'', zegt Vrienten. ,,Dit is een historisch moment'', mompelt een van de partners die met een paar vrienden nog even aan de bar blijft zitten. Het wordt stilzwijgend beaamd.

Het 750-koppige publiek zit dan inmiddels grotendeels in de zaal van cultureel centrum Vrijhof. Voor de ingang kleumen een tiental fans zonder kaartje. Inge de Haan (31 jaar) komt uit Rotterdam en is op van de zenuwen. Ze heeft destijds als 15-jarige op 14 april 1984 in Den Bosch het afscheidsconcert van Doe Maar bijgewoond. Ze was op Ernst.

Inge heeft al kaartjes voor het eerste en het vierde concert van de in totaal zestien optredens (voor 160.000 mensen) die de groep in mei en juni in Ahoy' geeft. Maar een echte fan moet ook Enschede meemaken, zegt Inge. Ze heeft inmiddels drie kinderen, die ook alle liedjes van Doe Maar kunnen meezingen. Vijfhonderd gulden wordt er in aanbiedingen via Internet volgens haar al voor een kaartje geboden. Dat is een beetje te gortig. Inge blijft hopen op een mazzeltje.

In de bomvolle zaal maakt de rookmachine overuren. Het publiek is jong. De gemiddelde leeftijd ligt rond de 25 jaar. Precies op tijd klinken twaalf slagen van een opgenomen kerkklok. Het licht gaat uit en het applaus aan. Het meisje naast me op de trap zet haar GSM aan om het thuisfront telefonisch te laten meegenieten.

Negen muzikanten verdringen zich op het kleine podium. De vier bandleden krijgen versterking van een gitarist, een percussionist, een toetsenist, een trombone-speler en trompetist. ,,Doe maar net alsof je neus bloedt'', zingt Vrienten. En pas na twee nummers richt hij zich tot het uitzinnige publiek. ,,Het is een onbeschrijflijk genoegen hier te staan'', zegt hij. ,,Alles doet het nog''.

Na drie nummers sluipt saxofonist Jan Kooper, met een vooroorlogse ijsmuts op, naar het podium. Hij had eerder deze avond een optreden met Willeke Alberti in Leiden. Vandaar het late tijdstip van dit optreden. ,,Wat zijn er veel jongens in de zaal'', roept Ernst Jansz. ,,Zeker omdat jullie voor een kaartje konden intekenen via Internet'', concludeert hij.

Het publiek danst en zingt bijna non-stop mee. Het gaat er gedisciplineerd uitbundig aan toe. De bodyguards hoeven niet in actie te komen. Doe Maar speelt 25 nummers. Negentien daarvan zijn oude liedjes die in een praktisch onveranderd arrangement worden gebracht. Van de zes nieuwe nummers van de cd Klaar, die later deze week verschijnt, valt vooral het nummer Overspel op.

Op de trap, boven op het balkon, fluit Marleen Jansen (27 jaar) uit Utrecht zoals steeds te hard op haar vingers. Het is voor Marleen de eerste keer dat ze een concert van Doe Maar bijwoont. Ze wiebelt en geniet. Even verderop, voor het hokje van waaruit de lichtshow wordt geregeld, zit een vrouw van een jaar of zestig. Ze slaapt.

Halverwege het concert vraagt Vrienten om vergeving voor het ,,wel eens vergeten van een woord, een regel of een pasje''. Niemand maalt erom. Ook de vier in rood T-shirt gestoken EHBO'ers niet die in de zaal ontspannen staan mee te stampen. Ze hoeven niet in actie te komen. Niemand valt flauw. Inge de Haan ijsbeert nog steeds voor de ingang. Ze mag even later naar binnen glippen.

Om kwart voor twee stopt de Nederpop. ,,Nog een liedje'', scandeert het publiek in stijl. Dan volgen de vier geplande toegiften. Exact twee uur na het begin rolt het publiek bezweet tevreden naar buiten.

Met een glas champagne, bier, bitterballen en borrelnootjes vieren de muzikanten een half uurtje later in de hotelbar hun terugkeer op aarde. Ze zijn intens tevreden. ,,Het was allemaal zo relaxed en wat een aardige mensen'', zegt Vrienten oprecht verbaasd. Ze waren jong ja, maar gelukkig wel een jaar of tien ouder dan de hysterische pubers die de band in 1984 deden besluiten wegens overdonderend succes te stoppen.

Het is de zanger reuze meegevallen. ,,Zelfs de oude nummers waarvan ik bang was dat ik ze niet meer uit mijn strot zou krijgen, zoals Doris Day, vond ik heerlijk om te zingen'', zegt Vrienten. Op de bar ligt de rood, fluorescerende nieuwe cd waarvan er door de winkeliers al 260.000 stuks zijn besteld. Ernst Jansz staat te glunderen. ,,Heerlijk hè? Zo'n bandje.''

Doe Maar: vanaf 2/5 16 keer in Ahoy' Rotterdam (uitverkocht). De cd `Klaar' komt vrijdag uit.