Ideaal van de smeltkroes op de tocht in VS

Een artikel van Paul Scheffer heeft een discussie op gang gebracht over `het multiculturele drama' in Nederland. Hoe verloopt de integratie van immigranten in het buitenland?

De vragen zijn niet vreselijk moeilijk, maar toch zien nogal wat immigranten er zwaar tegen op. Voor ze Amerikaans staatsburger kunnen worden moeten ze een klein examen afleggen. Wie was de eerste president? Wat zijn de kleuren van de vlag? Waarom zijn er honderd senatoren? Hoe heet de vice-president? In welk jaar werd de grondwet geschreven?

De aanstaande Amerikanen - jaarlijks zo'n miljoen - moeten laten zien dat ze enig benul hebben van de geschiedenis en de politieke beginselen van hun nieuwe vaderland. Meestal moeten ze tien vragen beantwoorden uit een lijst van honderd, die ze van te voren kunnen bestuderen. Wie zes of meer goede antwoorden geeft, en ook enig begrip toont van de Engelse taal, is geslaagd en rijp voor de `smeltkroes'.

Maar het oude idee dat Amerika een smeltkroes is, waarin immigranten van over de hele wereld worden `omgesmolten' tot Amerikanen, staat steeds meer ter discussie. Want wat is een Amerikaan tegenwoordig? Al te lang, zeggen critici van het smeltkroes-idee, zijn de afstammelingen van Europese, Angelsaksische immigranten de norm geweest. Maar het aantal Amerikanen met wortels in andere delen van de wereld groeit snel. En zij willen en kunnen hun oorspronkelijke identiteit niet altijd helemaal opgeven. Daarom spreken sommigen liever van een salad bowl (sla-kom), waarin allerlei verschillende elementen naast elkaar bestaan, dan van een melting pot die één uniforme identiteit oplevert.

Immigranten hebben de Verenigde Staten gemaakt, als land en ook als politieke en economische wereldmacht. ,,Geef me uw vermoeide, uw arme, uw bijeengekropen mensenmassa's'', staat er aan de voet van het Vrijheidsbeeld. Niet iedereen onderschrijft de gastvrijheid die in die woorden tot uitdrukking komt, maar de immigranten blijven massaal toestromen, in grotere aantallen dan ooit. Vooral de afgelopen jaren hebben een sterke groei van de stroom nieuwkomers laten zien. Ruim 26 miljoen Amerikanen (één op de tien) zijn in het buitenland geboren, bijna drie keer zoveel als in 1970. Die enorme aantallen nieuwkomers, voor de helft Spaanssprekend, leiden tot grote veranderingen in de Amerikaanse samenleving.

Aanpassing en integratie was een veel grotere noodzaak voor immigranten die tijdens eerdere golven naar de Verenigde Staten kwamen, zoals de Europeanen tussen 1880 en 1920 en in de periode van en na de Tweede Wereldoorlog. Hun land van herkomst was ver weg, de communicatiemiddelen waren beperkt en reizen was duur. Tegenwoordig ligt dat anders. Voor immigranten uit Mexico, Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied is het veel makkelijker om nauwe banden te onderhouden met achtergebleven familieleden, af en toe op en neer te reizen en op die manier iets van hun oorspronkelijke identiteit vast te houden. Door de enorme aantallen Spaanssprekenden in grote steden in Texas, Florida, Californië en ook elders in het land, kunnen ze zich vaak goed redden zonder een woord Engels te spreken. De Amerikaanse smeltkroes verandert hèn niet zozeer, zij veranderen Amerika.

De populairste jongensnaam in Californië is José. De populairste ijssoort in het land is vanille met dulce de leche, uit gecondenseerde melk bereide zoetigheid uit Latijns Amerika. Kerkdiensten worden meertalig. Scholen geven in twee of meer talen les. En steeds minder Amerikanen herkennen zich in de pilgrims en de founding fathers, die altijd belangrijke symbolen zijn geweest van de nationale identiteit.

Sommige Amerikanen vrezen dat een multicultureel Amerika een Toren van Babel wordt, een land zonder gemeenschappelijke waarden of identiteit, waar iedere etnische groep zich terugtrekt op zijn eigen eilandje. Zij pleiten ervoor om Engels tot enige officiële taal te maken, op scholen en universiteiten minder tijd uit te trekken voor etnische studies, en tweetalig onderwijs af te schaffen om de integratie te bevorderen.

In de praktijk is het tempo van de integratie van nieuwe immigranten in de Amerikaanse maatschappij nog altijd indrukwekkend. Van etnische buurten in grote steden waar nieuwkomers bij elkaar klitten is na één generatie vaak nog maar weinig over: de kinderen van de nieuwkomers zijn dan al opgegaan in de Amerikaanse samenleving en uitgezwermd over het land of naar betere buurten in de buitenwijken.

Maar voor sommige immigranten is integratie een angstwekkend perspectief. Ouders die uit kleine Mexicaanse dorpen naar de Verenigde Staten komen, bijvoorbeeld, vrezen dat hun kinderen allerlei slechte gewoontes overnemen van hun Amerikaanse leeftijdgenoten. Want integratie is niet alleen aanpassing om zo snel mogelijk te kunnen opgaan in de middenklasse, de klassieke route voor Amerikaanse immigrant. Het kan ook een ,,neerwaartse assimilatie'' zijn, zoals steeds meer sociologen erkennen, een aanpassing aan een asociale onderklasse. Om hun kinderen te behoeden voor de wereld van drugs en jeugdbendes, proberen de ouders hun integratie af te remmen, en de verbondenheid met de taal en cultuur van het land van het herkomst levend te houden.

Het percentage immigranten-kinderen dat de middelbare school niet afmaakt is hoog. Maar de leerlingen die het meest recent zijn aangekomen hebben de grootste inzet. Zij zijn nog niet lang genoeg in Amerika, zoals een socioloog zegt, ,,om de slechte gewoontes en de kijk op het leven van Beavis and Butthead te hebben overgenomen''. Voor veel jongeren is niet gebrek aan integratie het probleem, maar een te snelle integratie in een dubieuze groep.

Vanouds is deelname aan het economische leven de effectiefste manier voor immigranten om zich in de nieuwe maatschappij een plaats te verwerven. Of andersom de immigranten ook een positief effect hebben op de economie van hun nieuwe vaderland, is omstreden. De econoom George Borjas, die als jongetje uit Cuba naar de VS kwam, betoogt in een vorig jaar verschenen boek (Heaven's Door) dat immigranten (en hun goedkope arbeid) weliswaar veel geld opleveren voor werkgevers, maar ten koste van de ongeschoolde autochtonen. Vooral de laag opgeleide zwarte Amerikanen betalen volgens Borjas een hoge prijs voor de voortdurende toestroom van immigranten op de arbeidsmarkt.

Dat de golf immigranten een positief effect heeft op veel Amerikaanse steden, staat als een paal boven water. New York, waar eenderde van de inwoners in het buitenland is geboren, zou een spookstad met grote leegstand zijn als de volksbuurten niet steeds aangevuld zouden worden met nieuwe golven immigranten. Ook in andere steden brengen immigranten nieuw leven in verpauperde buurten, de enige buurten die ze zich kunnen veroorloven. Als ze genoeg geld hebben voor betere behuizing, staat er alweer een volgende groep nieuwkomers klaar.