Glijden op wieltjes

Na een ijsloze winter kunnen schaatsliefhebbers zich opmaken voor het zomerse alternatief: in-lineskaten. Koopadviezen voor de moderne rolschaats.

Wie wil rolschaatsen, moet vele keuzes maken. Harde of zachte schoen, welke wielen, welke lagers, veters of clips? Een goedkoop model uit de speelgoedwinkel of vijfhonderd gulden of meer uitgeven voor een paar bij de specialist?

Het aanbod is duizelingwekkend groot. Hockey- en stuntskates, herkenbaar aan de vier heel kleine wieltjes, zijn voor de beginner weinig interessant – al is het maar omdat ze grote vaardigheid vereisen. Skeelers (vijf wielen in één lijn en gelijkend op `winterse' noren) zijn vooral populair bij degenen die al goed kunnen schaatsen en langere tochten willen ondernemen. De aloude rollerskate (tweemaal twee wielen naast elkaar) kent een trouw maar klein publiek dat er vooral trucs mee doet.

De meest verkochte skate is de recreatie- en fitnessskate: vier wat grotere wielen op één lijn en een schoen die doet denken aan de hockeyschaats. Bij de volgende tips gaat het om deze skate.

Een eerste en logische stap voor beginners is het uitproberen van de activiteit zelf. Het huren van skates bij een speciaalwinkel of skatepark (voor ongeveer tien gulden per uur) of het lenen van een paar bij vrienden is aan te raden. De geleende skates missen waarschijnlijk de ideale pasvorm, een oefenuurtje geeft wel een indicatie of het virus overslaat of niet. Wie na de proef van plan is slechts een enkele keer te skaten op een mooie zomerdag kan deze routine aanhouden. Wie meer in de ban raakt, kan zich gaan oriënteren in de skatewinkels.

Bij speelgoedwinkels liggen al skates in het schap voor rond de honderd gulden. Bij speciaalwinkels kosten de duurste modellen meer dan duizend gulden. Aan zowel de goedkoopste als de duurste schaatsen heeft de beginner weinig. Ook bij skates geldt doorgaans: goedkoop is duurkoop. Zeker de modellen in de speelgoedwinkel zijn kwalitatief minder. Een bekend merk uit de sportzaak of speciaalwinkel biedt meer zekerheid. Roces, Oxygen, Bauer, K2, Technica, Nike, Rollerblade of Salomon zijn de bekendste namen. Een goed standaardmodel kost zo'n driehonderd gulden.

,,Een goed passende schoen, dat is het belangrijkste'', zegt Edwin Steijn van Ooms Sport in Den Haag. ,,Maar veel mensen kijken eerst naar kleurtjes en het uiterlijk van de skates en dan pas naar de pasvorm. Skaten gebeurt vaak op oneffen terrein. Als je teennagels steeds tegen de voorkant zitten, worden ze blauw.''

Een eerste keuze is tussen softboot of hardboot. Met andere woorden: een harde schoen (ruw geschetst een skischoen op wieltjes) of een zachte schoen (een basketbalschoen op wieltjes). Het voordeel van de zachte schoen is dat deze simpelweg lichter is, lekkerder aanvoelt en ook wat wendbaarder is. Twee aspecten zijn van belang: wie zwakke enkels heeft, zal wat meer moeite hebben met de softboot omdat deze minder ondersteuning geeft. Een ander advies komt van Sven van der Heijde van speciaalzaak Rodolfo's in Amsterdam: ,,Mensen zijn vaak te kieskeurig bij aanschaf. De pasvorm is nooit helemaal aan te voelen in het begin. Zeker een softboot gaat na enige dagen pas naar je voeten staan. Luister dus vooral goed naar de verkoper.''

De voordelen van de hardboot – meer grip aan de enkels en vaak ook betere ventilatie – kunnen de meeste kopers kennelijk niet overtuigen. De laatste jaren liggen steeds meer softboots in de winkel. Een stukje proefskaten in de winkel voor de pasvorm heeft overigens weinig zin; het lijkt nauwelijks op het skaten buiten. Sommige skatewinkels hebben een kleine buitenbaan of staan een kort rondje buiten toe.

Een volgende keuze is tussen clips of veters. Voor beide is wat te zeggen. Clips sluiten sneller en makkelijker, maar hebben het nadeel soms spontaan open te klappen. Veters bieden een iets betere pasvorm, maar gaan na verloop van tijd losser zitten of breken simpelweg. De meeste softboots hebben veters. Een combinatie van clips en veters komt ook voor. Een sluiting met klittenband is af te raden.

De keuze van frame, lagers en wielen vereist kennis van het skatersjargon. De meeste beginnersmodellen hebben een hard kunststof frame waar de wielen in bevestigd zijn. Het ijzeren frame is echter in opkomst. Het voordeel van de eerste ligt vaak in de prijsstelling. Een ijzeren frame is echter net wat sterker en geeft ook een `hardere' afzet op het wegdek.

Naast pasvorm zijn de wielen van essentieel belang bij de skates. De twee belangrijkste aspecten zijn doorsnee (grootte) en hardheid. Naarmate het wiel groter wordt, neemt de snelheid van de skater toe. Een doorsnee maat was altijd 72 mm. Komende zomer verschijnen de meeste skates echter met 76 mm-wielen. Grotere (80 mm) of kleinere wielen (stuntskates hebben minimaal 44 mm) zijn voor beginners weinig geschikt. Aangezien de meeste skates langer meegaan dan de wielen is het handig als in het frame wielen van verschillende groottes kunnen worden geplaatst (voor wie wil wisselen).

Ook de hardheid van het wieltje bepaalt het skateplezier. De keuze varieert van zeer zacht (74A) tot zeer hard (100A). Zachte wielen rijden een stuk comfortabeler maar rollen langzamer. Bij hard is dit andersom. De meeste wielen in recreatieskates worden geleverd als 78A of het iets hardere 82A. In de stad met al zijn obstakels geniet de eerste de voorkeur. Wie veel op gladde fietspaden buiten rijdt, kan hardere wielen nemen. De laatste trend bestaat uit wielen die verschillende hardheden kennen en als het ware een binnen- en buitenband hebben. Duurder maar wel mooi.

Over de keuze van de (kogel)lagers hoeven beginnende skaters zich niet druk te maken. De term van belang hier is ABEC: Annular Bearing Engineering Committee. Doorgaans bestaat de keuze uit ABEC 1, 3 of 5. Het hoogste getal rolt het beste, maar ABEC 3 is een prima standaardkwaliteit voor alle skaters die ook veruit het meeste voorkomt.

Hét probleem van de skate is de rem; de lange remweg is tevens de angst van vele beginners. De massale valpartij tijdens een skatetocht vorig jaar september in de Amsterdamse IJ-tunnel heeft dit gevoel nogmaals versterkt, hoewel vele andere oorzaken aan dat ongeluk debet waren.

De rem zal een probleem blijven. Het remblokje achterop een van de skates is nog altijd de standaard. De praktijk leert dat alleen beginnende skaters er gebruik van maken. Zodra zij andere remtechnieken onder de knie krijgen (slepen van het wiel of een korte pirouette maken), halen ze het blokje er net als andere skaters af. Het nadeel van het remblokje is onder meer de wendbaarheid: wie een stoep afrijdt blijft nogal eens hangen. Hoewel er wel degelijk andere remsystemen zijn (geweest), sloegen deze nooit echt aan.

Tot slot de bescherming. Het beste is als de skater een helm, knie-, pols- en elleboogbeschermers draagt. Wie een kijkje neemt in een zomers park ziet dat dit echter weinig voorkomt. Zeker op de helm en de elleboogbeschermers wordt vaak bezuinigd; ook omdat het gewoon niet zo lekker zit op een warme dag. Hetzelfde geldt in mindere mate voor kniebeschermers. De polsbeschermers zijn echter onmisbaar. Wie valt zal doorgaans voorover vallen en de handen/polsen dienen dan als schokbreker.