Glibberig pad

Het pompen van gemeenschapsgeld in een Betaald Voetbal Organisatie een belachelijke vorm van armoedebestrijding noemen is wat overdreven. Maar het geeft wel te denken dat een commerciële onderneming met gemeentepenningen in leven wordt gehouden. Na Waalwijk, Groningen en Volendam heeft ook Den Haag zich op dit glibberige pad begeven. De plaatselijke BVO die sinds 1998 als Naamloze Vennootschap staat geregistreerd, krijgt twee miljoen toegestopt om de schulden van dit seizoen af te lossen. Zonder die royale gift zou ADO Den Haag, de wegkwijnende nummer tien van de eerste divisie, op een faillissement zijn afgestormd.

Dat zou misschien pijnlijk zijn geweest voor de betrokkenen, maar een voetbalbedrijf dat kennelijk niet bij machte is de eigen broek op te houden, heeft bitter weinig bestaansrecht. Alle andere, op sentimenten berustende redeneringen zijn pogingen om het onverantwoord omspringen met belastingcenten te vergoelijken. Nederland kijkt daar nauwelijks van op. Waarom zou men zich druk maken over een paar miljoen?

De Haagse politiek nam evenmin de moeite het op deze wijze `speculeren' met overheidsgeld af te keuren. Een enkele partij opperde dat het doen van een schenking niet tot de gemeentelijke taken behoort en de socialisten wezen terecht op de erbarmelijke staat waarin de accommodaties van een aantal amateurclubs in de regio verkeren en waarvoor de huur strikt op tijd moet worden voldaan om de gemeentelijke deurwaarder buiten de deur te houden. Maar de grote partijen, het CDA voorop, mompelden iets over de maatschappelijke relevantie van ADO en de noodzaak zo snel mogelijk naar de eredivisie terug te keren. Daar mag het gemeentebestuur best een financiële bijdrage aan leveren, zeiden ze.

Hoe de club echter weer in de eredivisie zou moeten komen, weten zelfs haar twee grootste aandeelhouders niet. Voorzitter John van Ringelsteen en spelersmakelaar Rob Jansen zagen aanvankelijk nog wel perspectieven. Zeker in de openingsfase van dit seizoen die voor het team van de jonge, ambitieuze coach Rob Meppelink uitstekend verliep. Na zes wedstrijden stond ADO Den Haag zelfs bovenaan en leken de twee nieuwelingen in de selectie, de geroutineerde Atteveld en Van Eijkeren, van grote waarde te zijn.

Maar beiden zijn inmiddels geblesseerd en van de veelbelovende ouverture is niets over. Het toeschouwersaantal ligt rond de drieduizend terwijl het bedrijfsleven zich nog altijd verre van het Zuiderpark houdt. Algemeen directeur Slooters spreekt dan ook van tegenvallende inkomsten die tot het beroep op gemeentelijke steun hebben geleid. ,,Wij hebben'', zegt hij, ,,meer geld uitgegeven dan er is binnengekomen omdat wij niet in de lagere regionen van de eerste divisie wilden belanden.'' Zo simpel ligt dat in de Hofstad.

De begroting tot boven de vijf miljoen opvoeren zou in een dergelijke stad een fluitje van een cent moeten zijn, ware het niet dat ADO nog altijd door zijn slechte imago wordt achtervolgd. Zichzelf respecterende firma's lopen met een grote boog om de BVO heen, omdat sommige supporters gedragen zich als hooligans. ,,Die paar randdebielen bezorgen ons een nare reputatie'', klaagt Slooters. Hoe naar blijkt ook uit de tegenzin van andere clubs om het Haagse gezelschap te ontvangen. Uit angst voor rellen besloot de Haarlemse burgemeester Pop al twee maal de gevreesde wedstrijd uit te stellen. Na veel getouwtrek is de ontmoeting nu op 26 april vastgesteld.

Het is die negatieve publiciteit waartegen het van de eredivisie dromende ADO Den Haag nu al jaren een hopeloze strijd voert en waarop potentiële sponsors afknappen. Welbeschouwd is er geen toekomst voor deze club, al beweren de bestuurders dat er een grote sprong voorwaarts te maken zou zijn als de oude burcht in het Zuiderpark voor een gloednieuw onderkomen elders in de stad wordt ingeruild. Met een nieuw, multifunctioneel stadion komt alles op z'n pootjes terecht, beweren zij. Voor het geld zou de politiek moeten zorgen. Dat zit dus waarschijnlijk wel snor.