`Etnische partijen' Bosnië lijken op retour

Bij de gemeenteraads- verkiezingen in Bosnië hebben twee van de drie traditionele `etnische' partijen verlies geleden.

De Bosnische gemeenteraadsverkiezingen hebben, gezien vanuit het standpunt van de internationale gemeenschap, verheugende resultaten opgeleverd. In de ene entiteit, de moslim-Kroatische federatie, heeft de nationalistische moslim-partij SDA (Partij van Democratische Actie) fors terrein verloren aan de ex-communistische, maar sterk pro-Westerse sociaal-democratische partij SDP. In de andere entiteit, de Servische Republiek, is een nieuwe politieke formatie prominent ten tonele verschenen – eveneens pro-Westers en pro-Dayton: de Partij voor Democratische Vooruitgang PDP.

Het is een belangrijke ontwikkeling: voor het eerst sinds de oorlog hebben de `oorlogspartijen' terrein prijs moeten geven, en dat is een ontwikkeling die Bosnië-gezant Wolfgang Petritsch, de `gouverneur' van wat in wezen een Westers protectoraat is, zeer welkom is. Hij heeft er ook alles aan gedaan om de verkiezingsuitslag te beïnvloeden: zijn eigen kantoor, dat van de OVSE en de talrijke non-gouvernementele organisaties hebben openlijk campagne gevoerd voor de SDP (de enige partij die oprecht multi-etnisch is en bovendien overal kandideerde) en vooral tegen de drie traditionele `etnische' partijen: de SDA en de Kroatische HDZ in de federatie en de Servische Democratische Partij (SDS), de partij die vroeger door Radovan Karadzic werd geleid, in de Servische Republiek.

Deze drie partijen worden doorgaans afgeschilderd als etnisch-nationalistisch en anti-Dayton, en stemmen op een van die partijen werd bestempeld als een stem tegen Dayton en het vredesproces. Het is een etikettering die niet helemaal terecht (meer) is, want de drie nationalistische partijen zijn meer dan `etnische' formaties alleen: ze zijn óók volkspartijen. Ze hebben de afgelopen jaren, zeker op lokaal niveau, de beste mensen getrokken, ze spreken de taal en begrijpen de problemen van de gewone mensen en zijn in staat de gewone kiezer ook daadwerkelijk te helpen: ze speculeren enerzijds op de angst van de gewone man maar bieden die gewone man ook veiligheid en gehoor. Een serieuze bedreiging van Dayton vormen de etnische partijen niet meer, de Servische Radicale Partij als enige uitgezonderd. Zij lijkt echter niet veel steun te hebben gekregen. Zelfs de Servische SDS heeft campagne gevoerd op een pro-Dayton-programma waarin veel ruimte is voor samenwerking met de internationale gemeenschap.

Naast die drie traditionele partijen telt Bosnië tientallen politieke formaties die tot dusverre niet of nauwelijks aansloegen omdat ze door de gewone kiezer – niet zonder reden – werden gezien als partijen die door de internationale gemeenschap zijn opgericht, gefinancierd en gesteund, kunstmatige formaties onder verre intellectuelen, die de gewone kiezer, vooral de kiezer buiten de grote steden, weinig zeiden of deden.

Dat de zeker de SDA en de HDZ nu op hun retour lijken, lijkt ironisch genoeg veel van doen te hebben met de stagnerende wederopbouw van Bosnië. De SDA, die in de moslim-gebieden de dienst uitmaakt, is allang niet meer de partij die ze in de oorlog was: de partij die een multi-etnisch Bosnië in het vaandel droeg. De SDA is populistisch-religieus, ze betaalt imams om in de moskee op te roepen op de SDA te stemmen als ,,islamitische verplichting''. Ze is ook de partij van de criminaliteit met Westerse hulpgelden en van de incompetente omgang met de miljarden die de afgelopen jaren in Bosnië zijn gepompt. De HDZ heeft het in de Bosnisch-Kroatische gebieden moeilijk nu het nieuwe bewind in Zagreb haar niet langer financiert. En de SDS is in de Servische Republiek de partij van de grote Hochburge in het oosten gebleven, maar zowel haar extremisme als haar invloed taant en de Bosnische Serviërs hebben er hoe dan ook een alternatief bij. De traditionele partijen zijn ook gehandicapt door hun geringe armslag: ze hebben weinig te vertellen, want Bosnië wordt niet door de Bosniërs geregeerd: de dienst wordt op elk niveau volledig door de internationale gemeenschap uitgemaakt.

De verkiezingen hebben, eigenlijk voor het eerst, minder te maken gehad met de Dayton-problematiek dan met het falen van de drie traditionele partijen, het leven voor de gewone kiezer er draaglijker op te maken. Bosnië is een economisch rampgebied, een epicentrum van bureaucratie en corruptie. De armoe is groot, liefst 56 procent van de bevolking is werkloos, van privatisering komt weinig terecht en waar wel wordt geprivatiseerd profiteert alleen een kleine (aan SDS, SDA en HDZ verbonden) elite. Buitenlandse investeerders lopen met een grote boog om Bosnië heen en de uitzichtloosheid is groot. De traditionele `etnische' partijen lijken daarvoor, zeker in de Bosnische federatie, de prijs te betalen.