DE HAAGSE STAAT

DE KAMER GAAT DE BOEKEN CONTROLEREN ...

Het wordt een omgekeerde Prinsjesdag, een dag zonder Koningin en prinsjes. Nee, niet door toedoen van D66-leider Thom de Graaf, van wie de Koning(in) straks niet meer uit rijden mag om namens de regering in de Ridderzaal de Troonrede te komen voorlezen. Deze dag zal bovendien niet vallen op de derde dinsdag in september.

Prinsjesdag II staat geagendeerd voor de derde woensdag in mei, over ruim een maand: een ceremonie in de Tweede Kamer die moet uitgroeien tot een nieuw hoogtepunt in het parlementaire jaar. De dag is zó bijzonder dat er nog niet eens een naam voor is bedacht.

Op woensdag 17 mei aanstaande komt minister Zalm van Financiën naar de Tweede Kamer om de jaarverslagen aan te bieden van alle departementen. De president van de Algemene Rekenkamer, Stuiveling, zal ook van de partij zijn. Zij overhandigt aan Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven een rapport met Rekenkamer-commentaar op de jaarverslagen.

Spannend? Ja, spannend. De Tweede Kamer gaat serieus werk maken van haar taak als controleur van de regering. PvdA'er Jacques Wallage sprak ooit de apodictische woorden dat ,,ministers zouden moet beven'' als ze naar de Tweede Kamer worden geroepen. Dat moment nadert. De Kamer controleert voortaan De Boeken.

Jaarverslagen van de departementen, met de financiële verantwoording van het afgelopen begrotingsjaar, druppelden tot nu toe afzonderlijk binnen bij de Kamer, ergens in de maanden september en oktober. Een enkel wakker, bleekneuzig Kamerlid wilde er nog wel eens een blik in werpen. Maar onderwerp van kritische beoordeling, laat staan van stevige ondervraging van bewindslieden, zijn de jaarverslagen tot nu toe zelden of nooit geweest.

Dat gaat veranderen. Voortaan krijgt de Kamer alle jaarverslagen tegelijk aangeboden, op de derde woensdag in mei. Drie weken later moeten alle bewindslieden bij de Vaste Kamercommissies verschijnen om zich te verantwoorden voor de inhoud van hun jaarverslagen. Weer een week later worden de minister-president en de minister van Financiën in de plenaire zaal van de Kamer verwacht om de cijfermatige en politieke conclusies van de diverse fracties te vernemen. Opdat het kabinet de opvattingen van de Kamer kan verwerken in de op Prinsjesdag te verschijnen nieuwe begrotingen.

... CONCREET ZIJN EEN VEREISTE ...

Niet spannend? Wel! In stilte voltrekt zich een revolutie op de Haagse departementen, aangevoerd door referendarissen en schrijvers-eerste-klas. De inhoud van zowel begrotingen als jaarverslagen wordt op de schop genomen. Het is een administratieve verbouwing die al anderhalf jaar loopt en pas in 2003 zal zijn voltooid. Stap voor stap wordt toegewerkt naar een rijksboekhouding die méér is dan ondoordringbare kolommen met miljoenen en miljarden. In rijksbegrotingen-nieuwe-stijl staat geld niet langer centraal. De standaard-opzet moet zijn, zo schrijft minister Zalm in een notitie uit mei vorig jaar: `Wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten?' Voor jaarverslagen gelden de omgekeerde vragen: `Hebben we bereikt wat we hebben beoogd, hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen en heeft het gekost wat wat we dachten dat het zou kosten?'

Het is een mond vol. Het komt erop neer dat ministers voortaan in september met concrete doelstellingen moeten komen en in mei concreet moeten aangeven of ze die doelstellingen hebben bereikt. De lengte van files terugdringen, de kosten van medicijngebruik binnen de perken houden, WAO-cijfers omlaag, aantal computers in klaslokalen omhoog, `veiligheid' op straat. De Kamer is in het vervolg als winkelend publiek op een meubelboulevard: bestellen in het najaar, afrekenen in het voorjaar.

... MAAR CIJFERS BLIJVEN TAAI

Controle versterken, dat is de trend. Er is ook alle aanleiding toe. In zijn afgelopen februari verdedigde proefschrift `Tweede Kamer en Rijksfinanciën' stelt VU-medewerker G. Minderman dat de Kamer volstrekt onvoldoende gebruik maakt van haar budgetrecht. Rijksbegrotingen, met massa's `meerjarencijfers', zijn dichtgetimmerd in regeerakkoorden. Circa 200 miljard gulden, bijna een kwart van de totale `jaaromzet' in de Nederlandse economie, wordt uitgegeven door semi-overheidsinstellingen als universiteiten en politiekorpsen, waarop de Tweede Kamer en Algemene Rekenkamer geen of nauwelijks controle kunnen uitoefenen. Om maar te zwijgen van de aanzwellende Europese gelden in talloze subsidieregeringen en `structuurfondsen', waarop de stelselmatige controle al helemaal tekortschiet.

In theorie zou financiële controle kinderlijk eenvoudig kunnen zijn. Een kwestie van `bonnetjes bewaren' – veel meer is het niet.

Ingewikkelder ligt het met het kwantificeren van beleidsdoelstellingen. Een minister zou licht kunnen beloven in een volgend boekjaar drieduizend extra agenten te laten surveilleren. Of de wachtlijsten in de zorg flink te bekorten. Of stevig te zullen investeren in taalcursussen voor allochtonen die al langer in Nederland verblijven. Of een effectievere armoedebestrijding met subsidies die rechtstreeks door gemeenten worden verstrekt.

Geld tellen is moeilijk voor de overheid. Maar mensen en (wacht)tijd tellen, is in de praktijk al helemaal tricky business. Afgelopen week nog erkende staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) in de Tweede Kamer dat de wachtlijst-cijfers in de zorg weinig meer zijn dan ,,beredeneerd natte-vingerwerk, omdat we niet beschikken over een sluitend registratiesysteem''. Dat belooft wat, als straks de begrotingen en jaarverslagen bol staan van de goede voornemens en gemiste kansen, waarop bewindslieden in het voorjaar kunnen worden afgerekend.

Tweede-Kamerlid Jan van Zijl (PvdA), belangrijke motor achter `de derde dinsdag in mei', heeft ,,hooggespannen verwachtingen'' van de parlementaire controle-nieuwe-stijl die dit jaar zijn première moet beleven. ,,Ik hoop op hele goeie debatten, waarvan het effect op Prinsjesdag echt zal zijn terug te zien in de begrotingen'', zegt Van Zijl. Tegelijk is hij licht bezorgd. Ooit verzon hij de naam `Woensdag Gehaktdag' voor deze parlementaire noviteit. Maar dat mag het van Van Zijl nu juist níet worden: ,,De behandeling van de jaarverslagen mag geen afrekencultuur oproepen. Zo van: minister, u heeft de wachtlijsten niet op orde, dus u kunt wel gaan. Het debat moet scherp zijn, maar het moet wel feitelijk blijven en toekomstgericht zijn.''

Feitelijk en toekomstgericht. Klinkt als: `waarheidsvinding en lessen trekken voor de toekomst'. Het was de toverformule van de Bijlmerenquête, die begon met nobele bedoelingen en eindigde in schuld afschuiven en zondebokken aanwijzen. Maar dat was toen. `Derde woensdag' wordt ánders. Misschien.

De Tweede Kamer behandelt deze week de Wet Personenvervoer, die gaat over de toekomst van het openbaar vervoer, waaronder marktwerking.

    • Gijsbert van Es