De Graafs gelijk

NIET VOOR HET EERST is vorige week door D66-fractievoorzitter Thom de Graaf de suggestie gedaan de rol van het staatshoofd in de formatie te schrappen. Hij zei het zelf al eerder in 1997, het Kamerlid Rehwinkel (PvdA) in 1999, de staatscommissie-Biesheuvel in 1984, terwijl in 1971 de Kamer de motie-Kolfschoten aannam waarin de aanwijzing van de informateur aan de Kamer werd opgedragen. Het is er echter nooit van gekomen. Nu wordt voor het eerst door een fractievoorzitter van een regeringspartij de gehele staatsrechtelijke positie van het koninklijk huis in dit debat betrokken. De Graaf bepleit het terugtreden van het staatshoofd uit de Raad van State en de regering, om zo het democratische gehalte van het bestel te bevorderen en Nederland beter bij de Europese realiteit te laten aansluiten. De huidige praktijk, met een koningin in de regering die bij benoemingen en wetgeving een woordje meespreekt, acht De Graaf `uit de tijd'.

NU IS DE POSITIE van het koninklijk huis in het staatsrecht niet het dringendste vraagstuk waar Nederland mee kampt. Er hebben zich in twintig jaar Beatrix geen problemen voorgedaan, die vergeleken konden worden met de Hofmans-affaire of de Lockheed-zaak uit de periode Juliana. Hooguit was er sprake van incidenten die jongere generaties zich deden afvragen aan wie de bekwame, ambitieuze maar ook eigenzinnige vorstin eigenlijk verantwoording aflegde over wat zij deed. En: wat deed zij nu eigenlijk precies? Alleen de premier weet het, maar die wil er alleen ongaarne en in de meest algemene bewoordingen over vertellen. Dit nu is, zo zegt de Nederlandse politieke legende, precies de meerwaarde van een koning – in het mysterie van het paleis wordt de politieke stabiliteit bewaard en de band met het volk gekoesterd. Maar die band wordt minder, naar de mate waarin Nederland meer Europees, de Geschiedenis minder Vaderlandsch en de afstand tot de Prinses Irene-brigade groter wordt.

INCIDENTEN ROND de ambassade in Amman, de overplaatsing van een ambassadeur uit Zuid-Afrika, het afgedwongen lidmaatschap voor de prins van Oranje van het dubieuze IOC, de onbedoeld bekend geworden klachten over de `leugenachtige' pers, het gehaspel met kroonprinselijke vriendinnen, de opzettelijke skivakantie in Haider-Oostenrijk – ze hebben voor irritatie en onbehagen gezorgd. Het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid leek eerder blusmiddel dan beleidsinstrument. Het trefwoord van Thom de Graaf `niet meer van deze tijd' moet vermoedelijk in dit verband worden begrepen. Zo groeide langzaam maar zeker ook in de politiek het beeld van het erfelijke staatshoofd in Nederland als een anachronisme, vooral omdat die zo is vervlochten met de formele politieke macht.

Wie wordt er anno 2000 niet door een gevoel van verlegenheid bevangen als er serieus nagedacht moet worden over de staatsrechtelijke gevolgen van de – uiteraard – hoogst individuele partnerkeuze van de troonopvolger? Waarom moet dat nog: een debat voeren over een onderzoek naar een medeplichtig minister uit een Argentijnse dictatuur, alleen omdat de positie van het toekomstig staatshoofd in Nederland dat noodzakelijk maakt? Antwoord: dat moet omdat het hier nu eenmaal (nog) zo geregeld is. Een ouderwets stelsel met een erfelijk staatshoofd in de regering zorgt voor antieke afwegingen, waarbij de geschiktheid van de partner van de troonopvolger mede een politieke zaak is. Was dat maar anders.

DE GRAAFS UITSPRAKEN zijn geen moment te vroeg gekomen. Of de tijd rijp is voor een politieke ontvlechting van de monarchie en een hernieuwde – meer eigentijdse – invulling, staat nog te bezien. Precies zoals te verwachten in koninklijke zaken doken CDA, PvdA en VVD en groupe onder de tafel, om van daaruit andere prioriteiten te belijden, de wacht voor het paleis te betrekken of de kwestie als academisch af te stempelen. Zo werd duidelijk dat de D66-leider met zijn logische pleidooi, dat aansluit bij de ontwikkelingen, van politieke moed blijk heeft gegeven. Hij heeft ronduit gelijk; nu hopen dat hij het ook krijgt. Nederland zonder Oranje is niet goed denkbaar. Maar een Raad van State en een regering zonder koning wel.