TURBULENTIE ACHTER VLIEGTUIGEN KAN FORS WORDEN VERMINDERD

Boeing heeft een methode bedacht om turbulentie die veroorzaakt wordt door vliegtuigen te verminderen. In samenwerking met de lucht- en ruimtevaartorganisatie NASA wil de vliegtuigfabrikant de methode gaan testen op een Boeing 757 verkeersvliegtuig (Flight International, 14 februari).

Turbulentie is vooral een probleem tijdens de landing, als vliegtuigen dicht achter elkaar aan vliegen. Daarom moet er een bepaalde minimumafstand zitten tussen de toestellen. Hoe groot die precies moet zijn, hangt af van de grootte van het vliegtuig, de windrichting en -snelheid. Voor grote vliegtuigen wordt doorgaans een afstand van 7 tot 9 kilometer aangehouden tot het volgende toestel. De methode van Boeing zou een toename van de capaciteit mogelijk maken van 20 procent. De methode is gericht op het doorbreken van de stabiliteit van de vortex, een luchtstroming in de vorm van een kurketrekker aan de achterkant van de vleugel. Dit gebeurt door de verdeling van de opwaartse kracht, oorzaak van de turbulentie, langs de vleugel te variëren. Daardoor ontstaan verschillende vortexen, die gedeeltelijk tegen elkaar inwerken en daardoor de turbulentie verminderen.

Boeing ontwikkelde speciale software voor de aansturing van de ailerons, de vleugelkleppen waarmee de beweging van het vliegtuig om de langsas wordt geregeld. Het systeem kan aangezet worden tijdens de nadering van het vliegveld. Tests moeten uitwijzen of het praktisch bruikbaar is.