Teakhout

Een jaar geleden promoveerde ik aan de Landbouwuniversiteit op een proefschrift over de Teakwood Rendement Polis, en uitgegeven door verzekeraar OHRA. In het proefschrift wordt onder meer de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het WNF behandeld, dat haar naam aan dit product heeft verbonden. De kritiek op de polis was dermate groot dat OHRA in november vorig jaar het product van de markt haalde en beleggers vergoedde. Tot veler verbazing bleef het Wereld Natuur Fonds echter verbonden aan het teakwoodpolis. Deze krant heeft ook daarover overigens keurig bericht.

Daarom verbaast het mij dat in het interview met de nieuwe voorzitter van het WNF, Hans Wijers, geen aandacht is geschonken aan het teak debacle, en de rol die het WNF daarin vervulde (NRC Handelsblad, 4 april). Het WNF stelde dat de prognoses van groeicijfers op goede aannames berustten, en nam hiervoor ook brochure-aansprakelijkheid. Het WNF liet bovendien de lezers van het clubblad Panda weten dat geen bestrijdingsmiddelen gebruikt werden op de teakplantage. Beide malen bleek de informatie onjuist.

Vandaag de dag staat het WNF nog volledig achter deze plantage. Het WNF beweert ondanks de eerdere brochureaansprakelijkheid voor de productiecijfers nu slechts te kijken naar de milieuaspecten. Daarvoor werd zelfs een SKAL-EKO certificaat voor biologische productie aangevraagd en verkregen, dit in weerwil van de feiten. Zeker nu Wijers aangeeft de `partnerships' met het bedrijfsleven te willen uitbreiden, dient het WNF te worden aangesproken op de verantwoordelijkheden die daarbij passen en de dubieuze rol die het speelt bij de ondersteuning van Teakwood Polis.

Ook ik houd van bergen en bossen, ik werk er al mijn leven lang aan. Daarin moet geïnvesteerd worden, maar dan wel op een maatschappelijk verantwoorde wijze. Het door het WNF gesteunde Teakwood debacle heeft het er echter niet gemakkelijker op gemaakt.