Stadsvossen 2

W.J. Huygen heeft volstrekt gelijk. Inderdaad valt de geconstateerde vernietiging van de vogelstand samen met de onbelemmerde toename van de vossen, nestrovers bij uitstek. Dit is voor bijvoorbeeld `Natuurmonumenten' een reden om de vossen op hun domeinen af te schieten.

De vossentoename is een direct gevolg van het staken van de aantalsregulatie waarvoor de overheid primair verantwoordelijk is. Dit blijkt o.a. uit de `Flora- en Faunawet' van minister Van Aartsen, waarin de vos tot beschermde soort wordt verklaard. Hoe ondoordacht het beleid in deze is, moge blijken uit het feit dat daardoor – naast de doelloze vernietiging van de vogelstand – ook de hermelijnen vernietigd worden. De ene roofdiersoort wordt dus klakkeloos voor de andere opgeofferd. Anders gezegd: er wordt maar wat aan gerommeld.

Wij hebben daarmee de volgende situatie gekregen: enerzijds de minister van Milieubeheer (VROM) die bij herhaling het kabinetsstandpunt heeft verkondigd dat zoveel mogelijke aspecten van het milieu behouden dienen te blijven; anderzijds zijn collega van Natuurbeheer, die de indruk wekt dit streven tegen te werken. Heel duidelijk kwam deze controverse tot uiting tijdens het recente debat over de gaswinning op de Waddenzee. Benoorden de Afsluitdijk dienen vogels als meeuwen, visdiefjes en eenden beschermd te blijven, bezuiden de dijk worden de broedsels van diezelfde soorten vernietigd met inzet van de opzettelijk gepropageerde vossen.

Het is onmogelijk om aan dit tegenstrijdige overheidsbeleid het predikaat `behoorlijk bestuur' te verlenen.