Stadsvossen 1

Volgens W.J. Huygen (NRC Handelsblad, 1 april) zijn de Noord- en Zuid-Hollandse duinen door de vossen gereduceerd tot `zandhopen des doods'. Dit is beslist onjuist, de Nederlandse duinen zijn nog steeds de soortenrijkste en best beheerde van West-Europa. Sinds het begin van deze eeuw zijn wel veel vogels, zoogdieren en reptielen achteruitgegaan, maar niet verdwenen. Ze zijn echter niet door vossen gedood of verjaagd, die waren toen nog niet in de duinen aanwezig. De drie oorzaken van deze achteruitgang zijn het verdwijnen van de vele kleine boeren met hun akkertjes en vee in de duinen, de sterke daling van de grondwaterstand en de grote hoeveelheid stikstof die in de duinen terechtkomt. Daardoor verdwenen de jacht- en voortplantingsgebieden van veel diersoorten: kort gemaaide graslandjes, kompost- en mesthopen, moerasjes, warme zandige duinpannen, heideveldjes, zoetwaterpoelen enzovoort.

Vossen zullen nooit rustig hun prooidieren consumeren tot die op zijn, ze zouden door voedselgebrek uitsterven. Het lievelingsvoedsel van vossen bestaat uit kleine dieren als muizen en mestkevers. Van de grotere soorten, zoals konijnen, eten vossen vooral de zieken en zwakken. Gezonde, sterke exemplaren zijn moeilijk te vangen, die overleven en planten zich voort waardoor de prooidieren-populatie in stand blijft. Is de ene prooisoort wat schaars, dan eet de vos wat anders. Is er voldoende voedsel dan brengen de vossen veel welpen groot. Die zwermen uit op zoek naar een eigen territorium. Niet uit voedselgebrek, maar omdat ze op eigen benen moeten staan. Zijn er weinig prooidieren dan moeten de vossen concurreren om het beschikbare voedsel en neemt hun stand af. De vossenstand is door de natuur dus al prima geregeld.